Rijk op de pof, arm op een slof

Wie op de beurs voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten, lene geld en koopt daarmee aandelen. De rente mag hij van zijn belastbare inkomen aftrekken, maar de dividenden zijn meestal belast, boven de vrijstelling.

Zijn balans ziet er na deze transacties zo uit. Aan de pluskant staat de aankoopwaarde van de effecten, en aan de minkant een even grote schuld, de lening. Een poffer begint dus met niks, maar hoopt dat zijn bezit in de loop van de jaren meer waard zal worden, belastingvrij. De schuld blijft gelijk. Zo groeit er op de balans een positief saldo. Op de winst- en verliesrekening staan aan de uitgavenzijde de rente minus het belastingvoordeel plus de bankkosten. Aan de inkomstenzijde staan de dividenden minus de betaalde belasting. Of die twee zijden elkaar in evenwicht houden, hangt af van het rentepercentage, het belastingtarief en de gekozen aandelen.

Deze constructie levert alleen iets op wanneer de aandelen zoveel meer waard worden dat de kosten er amper toe doen. Wie belegt op de pof, moet dus selectief kopen, rekening houden met de stemming op de beurs en de tijd nemen.

Tot in juli dit jaar was er geen vuiltje aan de lucht: alle aandelen werden tientallen procenten duurder, behoudens een paar achterblijvers. Dat bracht financiële bedrijven op het idee 'beleggen met geleend geld plus franje' te verpakken in een product met de naam aandelenlease.

Dit is mede mogelijk omdat banken, onder voorwaarden, aandelen voor 100 procent financieren, terwijl je tot voor enkele jaren zo'n 30 procent eigen geld op tafel moest leggen. Deze royale belening, haast onafhankelijk van de waarde van het onderpand, lijkt op die in de hypotheekmarkt waar je ook zo makkelijk geld kan lenen. Hoewel in beide markten de prijzen aan de hoge kant zijn.

Omdat mensen die de leaserente aftrekken voor het belastingjaar 1997, voor 31 december moeten betalen, timmeren de aanbieders flink aan de weg. Actieve, elkaar beconcurrerende en naäpende aanbieders zijn onder meer: Legio Lease (van Aegon), Vermogensgroei (van Amev), Robeco en de SNS bank met Aefin's Vermogensplan 5.

Het valt op dat hun voorlichtingsmateriaal bijna alle facetten duidelijk belicht, en meer inzicht geeft dan de brochures van sommige verzekeringsproducten van dezelfde verzekeraars. Los daarvan, en ongeacht creatieve toevoegingen en voorgespiegelde fraaie opbrengsten, geldt voor alle leaseplannen één ding: de koersen moeten stijgen, anders moet een deelnemer over een paar jaar per saldo bijbetalen om zijn schuld af te lossen. Terwijl de essentie juist is om met weinig aas (de netto rente) een grote vis binnen te halen, en niet om zelf in het water te vallen.

Dat heet de hefboomwerking (leverage), omdat een hefboom in principe net zo werkt.

Deze plannen hebben nog een facet gemeen: de exploitant verdient er goed aan, mits hij voldoende contracten verkoopt. Dat brengt ons op de kwestie of het voordelig is om er in deel te nemen, mede omdat de fiscus voorwaarden stelt aan de rente-aftrek. Kan je misschien zelf een goedkopere hefboom construeren?

Hoe simuleer je een leaseplan, zonder te leasen? De bruto investering stellen we op 4.000 gulden. Dat is gelijk aan alle vooruitbetaalde rente, die maximaal is toegestaan. Na 50 procent belastingaftrek blijft er 2.000 gulden over om de hefboom mee op te bouwen. Dat is evenveel als de netto bijdrage van een plan-deelnemer.

En welke fondsen? De een neemt vier bedrijven als onderliggende waarde (waarschijnlijk om te spreiden), een ander vijf, de derde volstaat met één bedrijf en de vierde biedt beleggingsfondsen uit eigen stal.

Wij nemen een bank en/of verzekeraar. Die werkt internationaal, is actief in vele sectoren en zit boven op het bedrijfsleven. Een soort internationaal beleggingsfonds dus. De lease-aanbieders kiezen voor ABN Amro, ING of beiden, en minder voor Aegon en Amev. Kruis of munt: ABN Amro, koers donderdag 39,70.

De beschikbare 2.000 gulden gaan in 1 call-optie uitoefenprijs 21,30 gulden die in oktober 2000 afloopt. Opties zijn bekend en geliefd om hun hefboomwerking. Die call kostte donderdag 1.910 gulden. Stijgt dit aandeel drie jaar lang 10 procent per jaar, dan komt de koers op 52,80 en de 21,30-optie op 3.150 gulden.

Verkoop van die optie levert dan 1.240 gulden onbelaste winst op. Een rendement van 65 procent in drie jaar, zonder kosten. Door nu 1 call oktober 2000 uitoefenprijs 50 gulden (prijs 5,30) te schrijven kan men die 65 procent opkrikken tot circa 100 procent, dit zonder toelichting. Het verlies kan dan nooit meer zijn dan zo'n 1.450 gulden (1.910 min 530 plus kosten), als de bank in 2000 onder de 21,30 staat.

Conclusie. Een zelfdoener kan qua rendement, met opties en een geringe investering, aardig meekomen, maar legt het in guldens af tegen een voordelig leaseplan. Rijk op de pof, arm op een slof.

Wie geld heeft en aandelen koopt doet het, om meer dan een reden, beter dan zo'n plan.