Richtlijn van Europese Unie; Kabinet steunt verbod op alle tabaksreclame

DEN HAAG, 22 NOV. Reclame voor tabaksproducten wordt verboden. Het kabinet heeft besloten in te stemmen met een richtlijn van de Europese Unie van die strekking, waarover de EU-Gezondheidsraad zich begin december buigt.

Dat heeft minister Borst (Volksgezondheid) de Tweede Kamer gisteren laten weten. De Nederlandse stem in de EU-Gezondheidsraad is doorslaggevend geworden, nu Groot-Brittannië zich wil aansluiten bij de landen van de Europese Unie die tot een verbod op tabaksreclame willen komen.

Alleen Duitsland, Denemarken, Griekenland en Oostenrijk hebben dan nog bedenkingen. Zonder Nederland vertegenwoordigen deze lidstaten een minderheid van 22 stemmen tegen, mét Nederland een zogenoemde blokkerende minderheid van 27 stemmen.

In de brief motiveert Borst Nederlands veranderde positie met een verwijzing naar het belang voor de volksgezondheid. “Reclame houdt de sociale acceptatie van roken in stand, onder meer door aangename beelden te associëren met tabaksgebruik. Mede daarom zet reclame jongeren aan tot roken. (...) Bijna niemand begint meer met roken na het twintigste levensjaar.”

Daarnaast wijst zij erop dat, “nu onze stem hoogstwaarschijnlijk doorslaggevend zal zijn, verwacht mag worden dat het EU-Voorzitterschap bereid is ons in bepaalde opzichten tegemoet te komen”. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door een nationaal minder vergaande reclamebeperking toe te staan.

Een overgangstermijn zal volgens het kabinet hoe dan ook in acht moeten worden genomen. Daarbij wordt met name gedacht aan “enkele thema's waar grote economische belangen mee zijn gemoeid”, zoals de reclame in tijdschriften en kranten. Overigens vindt het kabinet het “onlogisch” dat Groot-Brittanië een uitzondering wil maken voor de eigen Grand Prix autorace in de Formule 1 klasse.

Als de richtlijn van kracht wordt, betekent dit een verbod op alle vormen van buitenreclame (met uitzondering van die op verkooppunten), op reclame in tijdschriften, kranten en andere media, op sponsoring door tabaksmerken, op indirecte reclame en op gratis commerciële verspreiding van tabaksproducten.

Nederland wilde tot nu toe liever zelf de tabaksreclame aan banden leggen, in plaats van in internationaal verband. Dit was vanuit het principe dat zaken die door een lagere overheid beslist kunnen worden, niet door een hogere moeten worden besloten (subsidiariteit).