Remmelink staat altijd op het snowboard

ROTTERDAM, 22 NOV. Een beetje verrast was hij wel, toen hem per telefoon werd verteld dat NOC*NSF had besloten dat hij mag meedoen aan de Olympische Winterspelen. Officieel wist Thedo Remmelink donderdag nog van niets. Vanuit Kaprun in de Oostenrijkse Alpen reageerde hij opgetogen op deze verheugende mededeling. Hij is de eerste en vooralsnog enige Nederlandse snowboarder die deel uitmaakt van de olympische ploeg die volgend jaar februari Nederland in Nagano vertegenwoordigt.

Remmelink heeft volgens de olympische normen vormbehoud getoond in de eerste snowboardwedstrijden van dit seizoen. Vorige week werd hij dertiende in het Franse Tignes, gisteren eindigde hij als vijfde bij wedstrijden in Kaprun. Vorig jaar stelde hij zijn olympische kandidatuur met een eerste en een vierde plaats op de reuzenslalom. Dat is ook het enige onderdeel in Nagano wanneer daar op 8 februari voor het eerst op snowboards om olympische eremetaal wordt gestreden. “Met een beetje geluk en wanneer de omstandigheden mij gunstig gezind zijn, heb ik kans op een plaats bij de toptien”, stelt de 33-jarige Achterhoeker bescheiden.

Hij is een van de leden van het Snowboard Holland Team dat gedurende de wintermaanden de wereld rond reist om aan wedstrijden deel te nemen. Remmelink woont sinds vier jaar in Kaprun, waardoor hij het gehele jaar van sneeuw is verzekerd. 's Zomers, wanneer de anderen thuis in Nederland zijn, kan hij oefenen op de sneeuw van de gletsjer. “Ik kan daardoor eigenlijk altijd met mijn sport bezig zijn”, verklaart Remmelink. “Ik kan mezelf redelijk onderhouden met steun van NOC*NSF en de Nederlandse Skivereniging. Daarnaast heb ik de beschikking over een aantal privé-sponsors.”

Daarmee wil de snowboarder niet zeggen dat hij een gemakkelijk leven leidt. “Het is veel reizen, voortdurend woekeren met de middelen en plannen maken. Een val of blessure kan alles kapot maken. Tijdens de eerste herfsttraining, bijvoorbeeld, werd ik vanachter omver geskied. Ik had een zware hoofdwond, een hersenschudding, een gekneusde pols en een ontwrichte nek. Ik moest drie dagen in een donkere kamer liggen door die hersenschudding, maar al na één dag ben ik weer gaan trainen met een speciaal nog donkergemaakte zonnebril. Ik heb een paar weken met hoofdpijn getraind, maar ik moest wel. Anders waren al die kosten en planningen voor niets gemaakt.”

Tien jaar geleden begon Remmelink met snowboarden. Hij was al een fervent skiër, maar echte gedrevenheid was hem vreemd. “Ik was altijd al bezig met verschillende vormen van skiën. Toen ik het snowboarden ontdekte vond ik het meteen opwindend. Ik vond het zo leuk dat ik daarna nooit meer op ski's heb gestaan.”

Hij wilde beter worden en vroeg advies aan een inspanningsfysioloog hoe hij het beste kon trainen. “Hij vertelde me eerst veel bewegingservaring op een snowboard op te doen. Pas daarna ben ik aan de hand van conditieschema's oefeningen en krachttrainingen gaan doen. Langzaam merkte ik dat beter en sneller werd. En als je dat voelt, ga je door. Dan komen de prestaties vanzelf.”

Belangrijk is ook de keuze van het snowboard. Remmelink heeft het gevoel dat hij na veel testen nu de plank heeft gevonden die bij zijn stijl past. “Het is heel belangrijk het ideale board te vinden. Er zijn zoveel verschillen mogelijk, wat betreft lengte en breedte, wat betreft taillering in het midden van het board en wat betreft stugheid. En dan is er tijdens de wedstrijd nog de was onder het board die invloed kan hebben. Maar ik voel me nu goed op dit board. Ik geloof dat ik nog beter kan dan de dertiende plaats van vorige week. Als ik een keer nog hoger eindig, kan ik op grond van het gemiddeld aantal punten bij de eerste startgroep komen in Nagano.”

Remmelinks grootste concurrenten komen uit Oostenrijk en de Verenigde Staten, landen die de meeste en beste snowboarders tellen, maar ook uit Italië, waar de huidige wereldkampioen reuzenslalom vandaan komt, en uit Frankrijk. Op de Winterspelen mag elk land uitkomen met maximaal vier snowboarders, mits ze bij de beste 35 van de wereld behoren. Veel Nederlanders zullen er naast Remmelink niet meer in aanmerking komen voor olympische uitzending. “Ik vind het al heel wat dat ik mag”, zegt Thedo Remmelink.