Privacy wordt Financieel Privé

Wordt privacy het volgende slachtoffer van de grote beursfraude-affaire in Amsterdam? Deze week steunde de Tweede Kamer een initiatief van VVD-parlementariër Voûte met een voor Nederlandse begrippen onkende uitbreiding van de openheid die directeuren en commissarissen moeten geven over hun eigen financiële reilen en zeilen.

Door het polderlandschap waait opeens een gure wind uit het westen, uit Amerika en Engeland, waar financiële openheid al jaren bestaat en inmiddels vervlochten is met maatschappij en onderneming. Directieleden en commissarissen, die als geen ander weten hoe goed of hoe slecht het gaat met hun bedrijf, moeten in de toekomst bij de “beurswaakhond” Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) opgave doen van de transacties in de aandelen van hun onderneming. En dit register wordt openbaar.

En dat in een land waar de salarissen van directeuren van bedrijven slechts als een totaalbedrag (inclusief pensioenpremie en gouden handdrukken) worden vermeld in een jaarverslag. Een land waar bedrijven met slechts een statutair directeur dat bezoldigingsbedrag helemaal niet hoeven te openbaren. Dat zou de privacy aantasten. En een land waarin heldere informatie over (lucratieve) extraatjes voor directeuren in de vorm van optieregelingen op aandelen in hun ondernemingen feitelijk niet bestaat.

Een poging tot radicale verandering door de commissie-Peters, die de verantwoordingsplicht van managers tegenover hun aandeelhouders wil vergroten, leed eerder dit jaar schipbreuk. De managers in de commissie zagen totale openheid niet zitten. Ook de Amsterdamse effectenbeurs heeft het geprobeerd, maar ook zij schrok terug voor de toorn der topmanagers.

En dan nu dit.

De werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft, net als de topmanagers in de commissie Peters, tegen de openheid gelobbied. Niet alleen is het een aanval op de privacy van ondernemers, die criminelen op verkeerde gedachten kan brengen. Het gunt de buitenwereld ook onbedoeld een kijkje in de keuken van de machtigste mannen in het bedrijfsleven. Als de baas van een bedrijf gaat scheiden en hij een deel van zijn aandelen moet verkopen voor de boedelscheiding, dan hoeft dat toch niet in de krant te staan? Serieuze media gaan toch geen roddeljournalistiek bedrijven? Het beursverslag wordt toch geen Financieel Privé? Maar als de baas een groot pakket aandelen verkoopt zonder enige toelichting, dan zullen de beleggers op de effectenbeurs wellicht denken: foute boel, de topman verkoopt, wegdoen die aandelen.

In het parlement bestond al een jaar duidelijke animo voor grotere openheid over legitieme aandelenhandel van insiders in het bedrijfsleven. Als eigen handel van insiders openbaar is, zullen zij het wel laten om misbruik te maken van hun kennis als insiders, is de redenering. Minister Zalm van Financiën (VVD) reageerde in eerste instantie op de hem bekende, wat afwachtende wijze. Laat de Kamer maar duidelijk maken dat zij het echt wil.

Een meederheid in het parlement wil het inderdaad, zeker nu beursfraude op aller lippen is. Met de oppositie van de werkgevers maakte Zalm deze week korte metten. “Als je in geldnood zit, kun je je aandelen alsnog belenen bij de bank”.

Levert openbaarmaking van transacties van insiders inderdaad de door de managers gevreesde verwarring op? De Nederlandse financiële markten zullen even moeten wennen. In Amerika en Engeland lijken beleggers de informatiestroom redelijk te doorstaan. Nieuws is het zelden. Toch geeft de handel van de insiders wat extra informatie waar de beleggers hun voordeel mee kunnen doen. Ook het feit dat een topmanager helemaal geen aandelen verkoopt kan een aanwijzing zijn.

Gezien de waarde van de informatie zou de overheid een dief van zijn eigen portemonnee zijn als deze gegevens niet te gelde worden gemaakt. Het openbaar register moet door de beleggende burger gratis te raadplegen zijn, maar voor het recht van elektronische verspreiding (inclusief databank) kan best een veiling worden georganiseerd.

    • Menno Tamminga