Papoea Nieuw Guinea smacht naar regen

De aanhoudende droogte in Papoea Nieuw Guinea zorgt niet alleen voor een noodtoestand op het platteland. Ook in de steden Port Moresby en Kiunga wordt het leven ontwricht. En de politici gedragen zich als 'kleuters'.

KIUNGA/PORT MORESBY, 21 NOV. De waterstand van de grote Fly-rivier is al maanden het belangrijkste gespreksonderwerp in Kiunga. De duizend kilometer lange regenrivier is de levensader van dit geïsoleerde, 9.000 inwoners tellende mijnstadje in het uiterste westen van Papoea Nieuw Guinea. Het lokale televisiestation Kiu.tv, verzorgd door de grote Ok Tedi koper- en goudmijnen bij het twee uur reizen noordelijker gelegen Tabubil, toont de hele week al de waterstand van de rivier op 15 november: 90 centimeter. En dat bij een regenval van 0,0 millimeter. Normaal staat er 5 tot 7 meter water.

Papoea Nieuw Guinea is, net als het 200 miljoen inwoners tellende buurland Indonesië, de afgelopen maanden getroffen door de ernstigste droogte in 100 jaar, veroorzaakt door El Niño, een klimatologisch fenomeen rond de Stille Oceaan. Volgens de Australische organisatie AusAid is de voedselsituatie van de ongeveer 600.000 Papoea's die leven van landbouw en jacht, kritiek. Maar ook het leven in de steden van Papoea Nieuw Guinea, tot 1975 een kolonie van Australië, is ontwricht.

In Kiunga, dat zoals veel plaatsen in Papoea Nieuw Guinea alleen bereikbaar is door de lucht of over water, heerst schaarste. Voorraden bereiken de stad nog maar mondjesmaat met kleine vliegtuigen of gemotoriseerde kano's. Begin deze week leek er verandering te komen in deze situatie nadat het in de stad, maar vooral hogerop in de bergen, drie nachten regende. Het peil van de Fly steeg tijdelijk naar 3,5 meter. Maar dat is nog altijd te ondiep voor de vrachtschepen die Kiunga bevoorraden. En het is zeker te weinig voor de vijf grote koperertsschepen die al maanden aan de grond liggen in de rivier bij de stad. Inmiddels is het waterpeil alweer gezakt naar ongeveer drie meter. Een gevolg is dat er in de haven een voorraad kopererts ter waarde van 300 miljoen dollar ligt te wachten op verscheping. Een gevolg is ook dat de mijn niet meer werkt en arbeiders worden ontslagen. De directie van de Ok Tedi mijnen houdt zorgvuldig geheim om hoeveel mensen het gaat om onrust te voorkomen.

Voelbaar is dat aanvoer stagneert van diesel, waarop onder andere de elektriciteitcentrale draait. Om energie te sparen is er 's ochtends en 's middags geen stroom. Auto's die nog rondrijden, zijn eigendom van de mijn, of van de lokale overheid, of van de grote katholieke missiepost in de stad. Scholen zijn gesloten omdat de meeste kinderen zijn teruggekeerd naar hun dorpen om te helpen bij het zoeken naar water en voedsel. Er zijn nog maar twee winkels open.

Warren Dutton gelooft niet dat de regens snel zullen komen. “Ik heb hier al eerder periodes van droogte meegemaakt. Ik wil na een paar buien geen valse hoop koesteren.” De genaturaliseerde Australiër is uitbater van het Kiunga Guest House, oud-parlementariër en mede-oprichter van de Progressieve Volkspartij, en was in de jaren '80 minister van Politie en minister van Justitie van Papoea Nieuw Guinea. Sinds twee jaar is hij ook directeur van de rubberfabriek in Kiunga, North-Fly Rubber Ltd. De fabriek verwerkt latex, aangeleverd door meer dan 2.000 familiegroepen verspreid over de Fly-delta. Maar ook deze fabriek ligt stil. Dutton: “De mensen durven door de droogte geen latex meer te tappen uit vrees dat hun bomen het niet overleven.”

Sommigen geloven dat de regen begin deze week het antwoord was van het Opperwezen op een nationale gebedsdienst in het sportstadion van de hoofdstad Port Moresby, afgelopen zondag, waarin gesmeekt werd om de komst van de regens. Premier Bill Skates had de bevolking in de steden bovendien opgeroepen diezelfde zondag een vastendag te houden als teken van solidariteit met de landgenoten op het platteland. Het geld dat de mensen uitspaarden door niet te eten, moesten zij storten in een speciaal fonds bedoeld om de nood van mensen op het platteland te lenigen. Meer dan 80 procent van de 4,5 miljoen inwoners van Papoea Nieuw Guinea woont buiten de steden en leeft op de traditionele manier van kleine akkers en de jacht.

De bevolking in het regeringscentrum Port Moresby voelden de effecten van de aanhoudende droogte tot voor kort niet aan den lijve. Sinds deze week wordt echter ook de hoofdstad geplaagd door geplande stroomonderbrekingen. De blackouts zijn nodig omdat de watervoorraad in het stuwmeer, dat de stad van drinkwater en hydroelektriciteit voorziet, is geslonken tot minder dan 40 procent.

In het parlement is de droogte pas recent bovenaan de agenda beland. Andere onderwerpen, zoals de sinds 1989 voortdurende rebellie op het eiland Bougainville of het toenemende geweld van jeugdbendes in de hoofdstad, waren tot nu toe belangrijker. De criminaliteit in de hoofdstad en in de centraal gelegen Highlands is zo toegenomen dat de Australische regering eerder dit jaar een negatief reisadvies heeft uitgegeven voor de voormalige kolonie. Buitenlanders noemen de hoofdstad spottend 'Fort Moresby'.

Intussen zijn alle partijen in het parlement het er roerend over eens dat er snel en veel buitenlandse hulp moet komen. Maar de afgelopen maand ging heen met discussies over de vraag wie uitmaakt waar dat geld naartoe gaat. De politici willen dat graag zelf bepalen om hun eigen aanhang te bedienen en zo hun eigen positie veilig te stellen, zoals AusAid vorige maand rapporteerde. Onlangs bekritiseerde afgevaardigde Bart Philemon in het parlement de hele gang van zaken: “Dit is de grootste tragedie die dit land ooit getroffen heeft, en wij gedragen ons als een stelletje kleuters”.

Vertegenwoordiger Brian Brenton van Greenpeace in Papoea Nieuw Guinea legt de schuld ondubbelzinnig bij de regering: “December vorig jaar was door metingen van de temperatuur van het zeewater al duidelijk dat er een zeer sterke El Niño zou aankomen. Maar er zijn helemaal geen voorzorgsmaatregelen genomen. Door de incompetentie van de regering van Papoea Nieuw Guinea worden nu grote groepen mensen in dit land bedreigd door hongersnood.”