Ontkenning Witte Huis; 'Clinton liet staf eregraven verkopen'

WASHINGTON, 22 NOV. President Clinton is de afgelopen dagen in het defensief gedrongen door het bericht dat zijn medewerkers in ruil voor grote bijdragen aan Clintons verkiezingskas graven hebben 'verkocht' op de nationale begraafplaats in Arlington.

Het Witte Huis en het ministerie van Defensie hebben de aantijging met grote stelligheid ontkend, maar het Congres eist opheldering.

Onder de kop 'Is Er Dan Niets Heilig?' stelt het blad Insight, een zusterpublicatie van de conservatieve Washington Times, in zijn editie van 8 december dat onderminister van het leger Togo West “eerste-rangs politieke geldschieters en vrienden van de Clintons” beloonde met een plaatsje op Arlington. De begraafplaats, op een heuvel tegenover Washington, aan de overkant van de Potomac, geldt als heilige grond en is alleen bestemd voor veteranen met hoge onderscheidingen en militairen die sneuvelen op het slagveld. De president en de onderminister van het leger kunnen echter een ontheffing geven van de strenge voorwaarden om voor een graf in aanmerking te komen.

De regering-Clinton heeft 69 van zulke ontheffingen verleend, meer dan twee keer zoveel als de regering van zijn voorganger Bush. Volgens het Witte Huis gaat het vooral om naaste familieleden van veteranen en slechts vier gevallen waarvoor Clinton persoonlijk een ontheffing heeft verleend: een voormalige opperrechter, de vrouw van een opperrechter, een agent van de drugsbestrijdingsdienst DEA en een politieman in Washington die allebei bij de uitoefening van hun werk om het leven zijn gekomen.

Maar volgens Republikeinen in het Congres, die de zaak hoog opnemen, zijn er negen “twijfelachtige” gevallen, van mensen die een ontheffing hebben gekregen tegen de zin van de opzichter van Arlington. In het artikel in Insight, dat nog niet in de winkel ligt, wordt geen van de namen genoemd van de 69 mensen die een ontheffing hebben gekregen, maar het ministerie van Defensie heeft ze gisteren vrijgegeven.

Een van de ontheffingen is verleend aan de voormalige Amerikaanse ambassadeur in Zwitserland, een persoonlijke vriend van Clinton die naar eigen zeggen in de loop der jaren “miljoenen en miljoenen” voor de Democraten heeft ingezameld. Deze Larry Lawrence, een zakenman uit de hotel-wereld, overleed vorig jaar in zijn residentie in Bern aan kanker. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte hij ernstig gewond bij een torpedo-aanval op het koopvaardijschip met militair materieel waarop hij voer. “Als hij in de marine had gezeten, had hij daarvoor een Purple Heart-onderscheiding gekregen”, aldus een woordvoerder van het Witte Huis.

Senator Arlen Specter, voorzitter van de commissie voor veteranen, heeft Clinton per brief om opheldering gevraagd en om een lijst van de personen aan wie mogelijk een graf op Arlington in het vooruitzicht is gesteld. Specter erkende dat de aantijgingen “compleet onjuist” kunnen zijn, maar “ik weet dat er in het land een grote behoefte is aan de feiten”.