KVP-zoon in 1977 al de nieuwe Van Mierlo; Niet te bleu voor fractieleider

DEN HAAG, 22 NOV. D66-leider Van Mierlo vond hem eerder dit jaar nog te bleu om lijsttrekker te worden, maar gisteren werd toch weer een nieuw hoofdstuk geschreven aan 'de onweerstaanbare opkomst van Thom de Graaf'. Zelf onderstreept de hoofdpersoon van dit jongensboek dat zijn verkiezing tot fractievoorzitter slechts geldt tot aan de verkiezingen van 6 mei en dat Els Borst partijleider wordt.

Maar wie verder bladert ziet Borst in een nieuw paars kabinet vakminister worden of na een verkiezingsnederlaag vertrekken. In beide gevallen ligt voor De Graaf de weg naar het partijleiderschap open.

De Graaf (40), wiens vader Kamerlid (KVP) en burgemeester was, werd al kort nadat hij in 1977 toetrad tot D66 gescout als de nieuwe Van Mierlo. Met de geestelijke vader van D66 heeft hij een zekere charme gemeen, welbespraaktheid en een meer dan gemiddelde belangstelling voor staatsrecht. “Ik sluit niet uit dat deze aardige krullebol nog ver zal komen in de politiek”, zei de hoogleraar bestuurskunde Uri Rosenthal vorig jaar tegen HP/De Tijd. “Zijn dossierkennis is groot. Hij heeft de politiek in de vingers en is uitermate geschikt voor een goede performance in de publiciteit.”

Buiten de politiek wás De Graaf al ver gekomen. Voordat hij in 1994 Kamerlid werd, werkte hij onder andere als wetenschappelijk medewerker in Nijmegen, als hoofd van de afdeling veiligheidsbeleid en juridische zaken op het ministerie van Binnenlandse Zaken en later op datzelfde ministerie als plaatsvervangend directeur politie. In ambtelijke kringen stond De Graaf bekend als 'boven-intelligent', met de daarbij passende ambities.

Na zijn entree in de Kamer werd hij meteen secretaris van de fractie en kort daarop ook vice-voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. Toen Van Mierlo begin dit jaar bekendmaakte geen lijsttrekker meer te willen zijn, viel tussen de namen van de ministers Wijers en Borst ook al die van De Graaf. Als bewindsman werd hij eveneens genoemd. Hij heet bestuurlijk te zijn ingesteld hoewel hij zelf onderstreept graag Kamerlid te zijn. Al is het alleen maar omdat van alle actieve politici de minister de minste controle over zijn eigen agenda heeft.

De Graaf kan worden omschreven als een geëmancipeerde en gedreven politicus. Geëmancipeerd omdat hij zich actief bemoeit met de zorg voor zijn kinderen. “Ik ken de vriendjes en vriendinnetjes die over de vloer komen. Ik ga naar de tienminutengesprekken op school”, zei hij onlangs in een vraaggesprek. Gedreven, omdat hij in datzelfde gesprek zo over zijn verjaardag vertelde: “Ik zou het thuis vieren maar die avond was er plotseling een belangrijk debat. De kinderen zaten klaar met de slingers en taart maar ze hebben mij die dag niet gezien. En ik hen ook niet. Dat is werken in de politiek.”