Indammen van asielstroom: veel haken en ogen

Het kabinet wil de procedure voor toelating van asielzoekers aanscherpen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

DEN HAAG, 22 NOV. De instroom van asielzoekers neemt elke week toe, zo staat in het deze week gepresenteerde pakket maatregelen van het kabinet om de uitdijende stroom vreemdelingen in te dammen. Zochten begin dit jaar wekelijks gemiddeld vijfhonderd vreemdelingen asiel in Nederland, in september was dit aantal opgelopen tot negenhonderd.

De toename betreft vooral asielzoekers uit Irak en Afghanistan. Op het ogenblik is bijna eenvijfde van het aantal asielaanvragers Afghaan en bijna eenderde Irakees. Samen met Duitsland is Nederland hun favoriete bestemmingsoord, hetgeen volgens het kabinet mede wordt ingegeven door het feit dat Nederland en Duitsland uitgeprocedeerde asielzoekers uit beide landen niet terugsturen. Andere Europese landen kennen geen toename van asielzoekers uit Irak en Afghanistan.

Naar aanleiding van de onverwachte groei heeft Justitie de prognoses andermaal bij moeten stellen. Aanvankelijk ging het departement uit van 27.000 asielzoekers in 1997. Later werden dat er 30.000. Nu houdt men rekening met in totaal 35.000 asielzoekers. “De regering is daarom van mening dat aanvullend beleid noodzakelijk is om deze instroom te reguleren”, liet staatsecretaris Schmitz (Justitie) gisteren weten aan de Kamer.

De meest in het oog springende maatregel is die tegen asielzoekers die zonder reisdocumenten in Nederland aankomen - een overgrote meerderheid. Deze documentloze asielzoekers moeten voortaan, veelal binnen 24 uur na aankomst in het aanmeldcentrum, kunnen aantonen dat ze hun papieren niet moedwillig hebben vernietigd. Kunnen ze dat niet, dan worden ze uit de asielprocedure gehaald, kan hun bewegingsvrijheid worden beperkt en kunnen ze gemakkelijker Nederland worden uitgezet.

Rechtshulpverleners vrezen dat deze maatregel ten koste gaat van de echte vluchteling. “Hoe kan een asielzoeker, binnen 24 uur, bewijzen dat hij zijn documenten niet moedwillig heeft vernietigd?”, vraagt directeur T. van Lieshout van Stichting Rechtsbijstand Asiel Noord-Oost Nederland zich af. “Juist de echte vluchteling is niet gedocumenteerd, is in eigen land vervolgd en vaak zonder iets in Nederland aangekomen.”

In de periode januari tot en met oktober kwam 70 procent van alle asielzoekers zonder enig identiteitsdocument Nederland binnen, 3 procent met een vals of vervalst document en 21 procent met een document waarvan de kwaliteit van dien aard was dat nader onderzoek nodig was. Slechts 6 procent van de vreemdelingen die hier de grens over kwamen beschikte dus over geldige reisdocumenten.

“Op dit moment is het voor asielzoekers te aantrekkelijk om zonder geldige documenten ons land in te reizen: er staat toch geen effectieve sanctie op”, zo schrijft Schmitz. “Van de nieuwe maatregel moet een signaalfunctie uitgaan. De indruk van 'vrijblijvendheid' die thans bestaat wordt tegengegaan.”

Asielzoekers die Nederland zonder (geldige) reisdocumenten binnenkomen, vormen om twee verschillende redenen een probleem. Ze zijn moeilijk terug te sturen naar hun eigen land indien ze eenmaal zijn uitgeprocedeerd en geen aanspraak blijken te kunnen maken op een verblijfsvergunning en de daarbij behorende voorzieningen. Dat komt omdat hun nationaliteit en identiteit niet kunnen worden vastgesteld en de betrokken landen daarom veelal weigeren hen op te nemen. Dat is dan ook veelal de belangrijkste reden waarom vreemdelingen hun papieren vernietigen voordat ze asiel aanvragen. Documentloze vreemdelingen zijn bovendien heel moeilijk over te plaatsen naar andere landen binnen de Europese Unie waar ze eigenlijk, conform Europese afspraken, naar toe zouden moeten. Die afspraken houden in dat vreemdelingen in de asielprocedure moeten worden opgenomen van het eerste land waar ze de Europese Unie binnenkomen en dat de betrokken landen daar ook rekening mee dienen te houden. In de dagelijkse praktijk blijken Europese landen echter maar moeilijk elkaars asielzoekers over te nemen, zeker als deze documentloos zijn.

Een knelpunt vormt de bewijslast. Een voorbeeld uit de stukken van Schmitz: een asielzoeker die in Nederland aankomt met in zijn paspoort een visum voor Frankrijk zal zonder problemen aan Frankrijk kunnen worden overgeleverd. Maar een asielzoeker die zegt uit Frankrijk te komen maar daarvoor niet over bewijzen of indicaties beschikt (treinkaartjes, hotel- en restaurantrekeningen), zal niet zonder meer door Frankrijk worden geaccepteerd. Sterker nog, Frankrijk zal die laatste asielzoeker waarschijnlijk nooit accepteren, zo leert de praktijk.

Hoewel vorig jaar driekwart van de asielzoekers Nederland over land binnenkwam, en dus eerst ten minste één ander Europees land had aangedaan, bleek dat slechts een kleine minderheid van deze asielzoekers, 7 procent, aan andere Europese landen kon worden overgedragen om daar de asielprocedure in te gaan. Voor het overgrote deel van de over land binnengekomen asielzoekers ontbrak blijkbaar voldoende bewijs dat ze inderdaad via andere Europese landen waren gereisd. Zij werden in ieder geval niet door de betrokken landen overgenomen.

De Nederlandse regering zal nu het probleem van de bewijslast in Europees verband gaan aankaarten, in de hoop dat andere Europese landen sneller in Nederland verblijvende vreemdelingen in hun asielprocedures zullen opnemen. Bovendien zal Nederland proberen intensiever vingerafdrukken uit te wisselen met andere Europese landen. Die vingerafdrukken kunnen als bewijs worden gebruikt dat de asielzoeker reeds in een ander Europees land is geweest alvorens naar Nederland te komen. Verder zijn luchtvaartmaatschappijen voortaan verplicht afschriften te maken van reisdocumenten van vreemdelingen die met hen naar Nederland vliegen. Dan kunnen vreemdelingen niet meer ongestraft hun papieren op het vliegveld of in het vliegtuig vernietigen om als documentloos asielzoeker op Schiphol aan te komen.

Ook start het kabinet onder meer met een team van deskundigen op het terrein van grensbewaking. Het team kan worden ingezet op buitenlandse luchthavens voor het geven van trainingen en pre boarding checks. Een dergelijk team kan ook worden ingezet als grote groepen vreemdelingen in aantocht zijn. Schmitz geeft het voorbeeld van het vliegtuig van Turkmenistan Airlines dat op 16 februari in Nederland landde vol documentloze Srilankanen. Justitie nam de vluchtelingen in de asielprocedure, maar toen bij naspeuring bleek dat de vliegtuig-wc vol zat met vernietigde Srilankese paspoorten en justitie de vluchtelingen daarop wilde aanspreken, waren de meesten al spoorloos verdwenen.

    • Geert van Asbeck