In Amman kopen Iraakse gastarbeiders politiek asiel

Veel Irakezen verlaten hun door sancties geplaagde land en zoeken hun heil in buurland Jordanië. Daar zijn valse Iraakse verklaringen te koop dat vader door Saddam Hussein is geëxecuteerd.

AMMAN, 22 NOV. Mohammed H. reisde in oktober met twee nichtjes van Bagdad naar Amman. Voor veel Irakezen is de trip simpel. Als iets de verhouding tussen Irak en Jordanië typeert, is het wel dat de grens gewoon open is. Maar Mohammed (35) is arts. Omdat veel goed opgeleide Irakezen het land hebben verlaten, heeft Saddam Hussein de resterende professoren, ingenieurs en artsen op computerlijsten laten zetten om de braindrain te stoppen. In het ziekenhuis van Mohammed was niemand meer die wist hoe je de apparatuur voor bloedonderzoek moest bedienen die uit Koeweit was gestolen - dat laatste konden zelfs de VN-inspecteurs afleiden uit het stof dat er op zat aangekoekt. Maar Mohammed kocht voor 15.000 dollar een veiligheidsagent in Bagdad om, die zijn naam uit de computer wiste en hem de grens overloodste. Hij wil naar Canada, waar hij familie heeft. “Maar”, zegt hij, “er is geen land dat een houder van een Iraaks paspoort een visum geeft. Het enige wat je kunt doen, is politiek asiel aanvragen.”

Er verblijven 110.000 Irakezen legaal in Jordanië. Zij mogen zes maanden blijven. Daarna moeten zij één Jordaanse dinar (drie gulden) per dag betalen, of het land uit. Tienduizenden Irakezen duiken dan de illegaliteit in. De schattingen over het ware aantal Irakezen in Jordanië variëren dan ook van 150.000 tot 250.000. Velen zijn gastarbeiders. Anders dan Mohammed zoekt haast niemand asiel in een Westers land. In Amman kun je valse Iraakse verklaringen kopen, dat je vader bijvoorbeeld door Saddams veiligheidsdienst is geëxecuteerd.

Toch staan er bij de UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, maar 725 Irakezen als asielzoekers geregistreerd. De Irakezen die bij de UNCHR worden afgewezen, doen vaak niet eens moeite om de vraag 'Was u lid van een politieke partij?' met 'ja' te beantwoorden. Het beeld van de doortrapte asielzoeker gaat in Jordanië zelden op. Jordanië is meer werkplaats dan overstapplaats. “Waarom zou ik asiel zoeken”, zegt Salah (46), een bouwvakker die ooit accountant was, “ik ga elk half jaar naar mijn familie in Irak, geeft ze mijn spaargeld en keer terug naar Jordanië.”

Onder de Irakezen zijn armen en rijken. Overal staan ze langs de weg, in de hoop dat iemand hen oppikt voor een baantje. Bij de Husseini-moskee verkopen ze leren jacks, gouden Dunhill-aanstekers en Rolexen voor spotprijzen. Die zijn nog in Koeweit buitgemaakt tijdens de Golfoorlog, of later gekocht van Irakezen in Bagdad die het niet kunnen bolwerken door de sancties.

Sommige Irakezen wonen met 7, 8 man op een kamer. Zij werken in de bouw, voor vijf dinar per dag, of bedienen, dansen en zingen in café's in Amman. Anderen geven les op Jordaanse scholen en huren een appartementje.

Pagina 5: In Jordanië is de band met Irak taai

Mohammed H. woont in een huis van zijn Iraaks-Canadese familie, die ook geld stuurt. En de vermogende Iraakse elite rond Saddam heeft zich diep in het Jordaanse zaken- en bestuurlijke leven ingekocht.

“Het is moeilijk voor te stellen”, zegt Salameh Ne'matt, journalist bij de krant Al-Hayat, “maar tot 1979 stond er in elk Jordaans paspoort: 'geldig voor elk land behalve Irak'.” Tijdens de Iraakse revolutie in 1958 was de hele koninklijke familie in Bagdad afgemaakt, en zij waren directe verwanten van de Jordaanse koning. Sommigen beschouwen diens neef prins Raad bin Zid nog steeds als kroonpretendent in Irak.

Na de Iraanse revolutie in 1979 werd de relatie tussen Jordanië en Irak ineens honingzoet. Het Westen steunde Irak als buffer tegen het 'islamitische gevaar' uit Teheran; het pro-Westerse Jordanië dus ook. Tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog in de jaren tachtig vuurde de koning zelfs een Iraaks kanon af. Jordanië leverde Irak wapens en alles wat het verder nodig had. Jordanië importeerde de helft van haar olie uit Irak. In 1988 werd Irak de grootste handelspartner van Jordanië. Er waren meer Jordaanse arbeiders in Irak dan Iraakse arbeiders in Jordanië. Geen wonder dat het Jordaanse volk pro-Iraaks was tijden de Golfoorlog. Irak was hun Walhalla.

De sancties tegen Irak, die werden ingesteld nadat het Koeweit in 1990 was binnengevallen, troffen de Jordaanse economie hard. Bij de grens met Irak zitten Amerikaanse inspecteurs. Er zijn smokkelaars, maar die komen van goeden huize. De koning hoopt dat de gouden tijden terugkeren zodra de sancties worden opgeheven. Hij wil de relatie met Irak zo goed houden als zijn pro-Westerse politiek toelaat. Daarom staat de poort open voor Iraakse gastarbeiders, krijgen asielzoekers gratis onderwijs en ziekenzorg, en reizen ministers weer naar Bagdad voor overleg. En de koning treed maar sporadisch op tegen de Iraakse mafia, die invloedrijke Jordaniërs omkoopt in ruil voor gunsten op welk vlak ook.

Jordaanse journalisten krijgen geld of auto's van Irak, en schrijven geen lelijk woord over Saddam. Toen de koning tijdens de Golfoorlog kritiek op Saddam in de kranten probeerde te krijgen om het Westen te tonen dat hij, anders dan zijn volk, anti-Iraaks was, drukten zij het gewoon niet af.

Die Iraakse 'connectie' is wel minder zichtbaar dan drie jaar geleden. Toen belandde journalist Ne'matt in de cel omdat hij schreef dat 42 Jordaanse hoogwaardigheidbekleders, onder wie ministers, op Saddams loonlijst stonden. Zij zouden Iraakse zakenlieden licensies geven om medicijnen en voedsel via Jordanië te importeren, ten koste van de Jordaanse zakenlieden. Al-Hayat verschijnt in Londen en kan alles publiceren wat de Saoedische (anti-Iraakse) eigenaar bevalt. De krant wordt tot in het State Department gelezen.

Van officiële zijde ontkende niemand het verhaal. Ne'matt kreeg een proces, maar werd vrijgesproken. Zeven koninklijke adviseurs, de minister van Binnenlandse Zaken, het hoofd van een van de veiligheidsdiensten en andere kopstukken werden ontslagen. Die schoonmaak hielp, maar insiders zeggen dat de Iraakse connectie nog steeds taai is.