Hoeveel plastic past er in de portemonnee?; Chaos bij uitgifte van chipkaarten

Feest bij de Edah. De supermarktketen introduceert in Bussum de nieuwe klantenkaart, een chipkaart. Bij het filiaal in een gewone volkswijk stonden de klanten in de rij om het formulier in te vullen. Naam, adres, leeftijd, andere gezinsleden, huisdieren? Wilt u in de toekomst post ontvangen?

Ook bij ouderen - in de statistieken meestal wat huiverig voor nieuwe technologie - was het enthousiasme zichtbaar. De kaart is gratis. De kaart zorgt voortaan automatisch voor de spaarzegeltjes. En in de winkel past de kaart in een info-zuil die voor iedere klant vijf persoonlijke aanbiedingen uitspuwt, geprint op formaat kassabon. “Wat staat er? Ik heb mijn bril niet bij me.”

De Edah-kaart (in totaal 1,5 tot 2 miljoen kaarten) is een spaarsysteem, in vaktermen een loyaliteitssysteem. Albert Heijn krijgt over een paar maanden ook zo'n kaart, waar bovendien mee kan worden betaald. Esso heeft een kaart. Het midden- en kleinbedrijf komt met een chipkaart. De zorgsector komt met kaarten. Bij voetbalwedstrijden van Ajax in de Arena is het onmogelijk om iets te drinken of te eten zonder zo'n chipkaart. De telefooncellen slikken steeds vaker alleen chips. En vooral de banken hebben hun kaarten over het land uitgerold: eind dit jaar 10 miljoen chipkaarten voor 15 miljoen mensen.

Met hoeveel kaarten wordt de Nederlander opgezadeld? Op het jaarlijkse Nationaal Chipcard Congres dat vorige week voor de vierde maal werd gehouden in de RAI zou het overzicht te vinden moeten zijn. Maar ook de kenners weten het antwoord niet.

“Voorlopig heerst er nog chaos”, zei J.J. Verhaegen, directeur betalingsverkeer van de Rabobank. “Veertig kaarten”, mopperde J. Holvast, oud-voorzitter van de Stichting Waakzaamheid Persoonsregistratie. “Vier of vijf grote, strategische kaartuitgevers en een aantal kaarten voor doelgroepen. Per Nederlander zes tot vijftien kaarten”, zei J. Van Arkel van de Stichting Nederlands Chipcard Platform.

Chipkaarten kunnen meer dan alleen betalen, ze zijn in theorie multifunctioneel. “Het is technisch mogelijk dat alle denkbare functies op een en dezelfde kaart terecht komen”, zegt consultant J.L. Akkermans van Intercai, die zowel de overheid als het bedrijfsleven adviseert over chipkaarten. “Maar dat gebeurt alleen als de klant actief aangeeft dat hij kaartfuncties gecombineerd wil zien.” Alles op één kaart zal volgens Akkermans nooit worden gerealiseerd. In praktijk zal er concurrentie zijn tussen verschillende kaarten. Niet alle aanbieders van diensten willen bij elkaar op dezelfde kaart.

De vijf grote, multifunctionele kaarten waar Van Arkel op doelt, zijn een soort basiskaarten. De doelgroep-kaarten, zoals die van de Edah, kunnen meeliften op zo'n basiskaart. Maar het is voor de Edah nu nog goedkoper - en eenvoudiger - om zelf een kaart uit te geven.

Er komen waarschijnlijk vijf basiskaarten. Ten eerste de bankkaart (de chipknip) van de gezamelijke banken waarvan er al 8 miljoen in omloop zijn. Ten tweede de telecom-bankkaart van PTT Telecom en de Postbank (de chipper), waarvan er eind dit jaar 2 miljoen zijn verspreid en eind volgend jaar 7 miljoen. Ten derde de creditcard. Die credit-cardbedrijven zijn wat traag geweest met hun investeringen in chiptechnologie maar komen binnen twee jaar met de vervanging van hun bestaande kaarten. Ten vierde de zorgpas: voor identificatie in het ziekenhuis, voor de ziektekostenverzekering en misschien voor het opslaan van een (beperkt) medisch dossier. Ten vijfde de burger-servicekaart, de term die de overheid gebruikt voor zijn eigen kaart.

De diensten zijn te verdelen in zeven categorieën: spaarsystemen, openbaar vervoer, lidmaatschappen, reserveren van kaartjes, onderwijs, toegang tot netwerken (het systeem van gebruikersnaam en wachtwoord voor het aanmelden op een computernetwerk nadert zijn grens) en 'burger-servicediensten'. Over het verdelen van die diensten over de basiskaarten wordt deze maanden druk onderhandeld.

De uitgezette chipkaarten worden nog niet vaak gebruikt. Een enquête van het NIPO schatte vorige maand het aantal actieve gebruikers op 4 procent van de bevolking. Maar het is onwaarschijnlijk dat de banken, die honderden miljoenen guldens investeren, de kaarten zomaar gratis weggeven. De invoering van de pas met pin-code duurde vijf jaar. Volgens de gegevens van de banken verloopt de invoering van de chipkaart, die anderhalf jaar geleden is begonnen, veel sneller. Halverwege volgend jaar is de helft van Nederland een actieve gebruiker, schatten de banken.

De twee nu al aanwezige basiskaarten, de chipknip en de chipper, krijgen allebei een marktaandeel van ongeveer 50 procent, samen bedienen ze vrijwel de hele bevolking. Het ligt daarom voor de hand dat bijvoorbeeld de 'openbaar vervoer-toepassing' (een slimme strippenkaart die voor de klant automatisch de laagste prijs berekent) zowel op de chipper als op de chipknip terecht komt. Maar de prijs voor 'het activeren' van de ruimte die al in de chip aanwezig is, bedraagt een paar gulden. Bovendien raken de vervoerders daarbij een deel van de controle en van hun marketingmiddelen kwijt. De deal wordt “over een paar maanden” verwacht, in april/mei volgend jaar.

“Die diensten moeten meeliften op de multifunctionele kaarten om de investeringen terug te verdienen”, zegt consultant Akkermans. “Schaalgrootte is voor hen absoluut noodzakelijk. Als je de investeringen in ontwikkeling, productie en exploitatie over de gehele levenscyclus deelt door het aantal kaarten, kosten ze 30 tot 50 gulden per stuk.”

Door het marktaandeel van de chipknip en chipper, verwacht Akkermans weinig heil van een burger-servicekaart die op commerciële basis ruimte aan derde verhuurt. “Iedere derde aanbieder krijgt het moeilijk.” Hij waarschuwt voor de kosten van integrale invoering, toch al snel 500 miljoen gulden. En hij vraagt zich af welke diensten er op die burgerkaart terecht moeten komen. “Hoe vaak kom je als burger in het gemeentehuis? Drie keer per jaar? Heb je dan zo'n dure kaart nodig voor drie transacties?”

De overheid kan volgens Akkermans beter meeliften met een van de andere basiskaarten. Dat bespaart een hoop geld en voorkomt voorlopig een extra laagje plastic in ieders portemonnee.

    • Remmelt Otten