Het leven voor de dood

Hans, het leven voor de dood. Zondag, Ned.3, 13.55-16.30u.

Al in 1964, bij de begrafenis van Hans van Sweeden, had Louis van Gasteren het idee opgevat een film te wijden aan de jonge componist (en schrijver, acteur en saxofonist). Op 23-jarige leeftijd maakte Van Sweeden met een jachtgeweer een einde aan zijn leven. Bijna twintig jaar later, in 1983, verscheen de documentaire Hans, het leven voor de dood in de bioscoop. Het was een evenement, dit requiem van bijna twee en een half uur voor een mens en voor een tijdperk. De film werd bekroond met een Gouden Kalf en de Prijs van de Nederlandse Filmkritiek.

Van Sweeden, die de muziek had geschreven voor Van Gasterens film Alle vogels hebben nesten, was een centrale figuur in de wereld van hele en halve kunstenaars die rond 1960 in Amsterdam een alternatieve levensstijl begonnen te ontwikkelen. Uit de slecht verwerkte nasleep van de oorlog en een diepe weerzin tegen het brave Nederland van de wederopbouw ontstond een generatie die de maatschappij ingrijpend veranderen zou, al was dat nog niet evident toen Willem Nijholt op feestjes stripte, Johnny van Doorn de hashish ontdekte en Jan Cremer zich suf neukte. Ze komen allemaal aan het woord in Van Gasterens monumentale groepsportret, evenals de ouders van Hans en de politieman die zijn zelfmoord moest onderzoeken.

Dat Hans, het leven voor de dood ook een zelfportret is, mag nauwelijks een subtext heten. Voor Van Gasteren was het belangrijk dat Van Sweeden, zoals hij dat noemt, 'afkwam'. Over de precieze betekenis van dat 'afkomen' kun je lang redetwisten, maar het heeft iets te maken met onder ogen zien wie je bent en waar je voor staat. In de film scheert de regisseur zijn baard en snor af, tot dan toe onafscheidelijke uiterlijke attributen, als symbolisch ritueel van zijn eigen 'afkomen'. Hans was niet het einde van Van Gasterens zelfonderzoek, dat uit een indrukwekkende reeks vaak pijnlijke, altijd de confrontatie zoekende films moge blijken. Deze week werd hij 75 en hij is nog steeds aan het rechercheren en bij zichzelf te rade aan het gaan.

    • Hans Beerekamp