Helen Suzman, de enige 'man' in het Zuid-Afrikaanse parlement: 'Schop de corrupte politici eruit!'

Helen Suzman was jarenlang een eenzame, liberale stem in het parlement van de apartheids- staat. Nu, net tachtig jaar geworden, kijkt ze met gemengde gevoelens naar het nieuwe regime. De voortwoekerende corruptie, de vreemdelingen- haat en het geweld van zwarten tegen zwarten. 'Als het verschil tussen arm en rijk in Zuid-Afrika niet kleiner wordt, krijgen we een klassenoorlog.'

De bladeren vallen van de kastanjebomen in Hampstead, Londen, en Helen Suzman is tachtig geworden. Jarenlang was zij het geweten van blank Zuid-Afrika. Door liberalen en anti-apartheidsactivisten gevierd. Door haar politieke tegenstanders afgedaan als 'ziekelijke humanist'. Voor haar verjaardag is ze het hectische Zuid-Afrika ontvlucht om bij haar dochter rustig van de verjaarstaart te kunnen genieten. Maar ook daar weet men haar te vinden, met bossen rozen van sympathisanten en een telegram van 'haar' president Nelson Mandela: 'Helen je bent in onze gedachten tijdens deze mijlpaal in je leven'.

Suzman, een kleine pittige dame, die zichzelf omschrijft als een “humeurige, nare oude taart - zonder onderscheid, ik ben naar tegen iedereen”. Met dat humeur valt het wel mee deze Engelse herfstmiddag, op de sofa met koffie en biscuitjes. “Ben ik al tachtig? Ik kan het niet geloven. Ik voel me niet anders dan tien of twintig jaar geleden.” Ze kijkt de kamer rond met die grote, blauwe ogen, alsof ze voorwerpen zoekt die haar jeugd zullen bevestigen. Maar de tekenen des tijds zijn niet te ontkennen. De craquelé in het gezicht, de roest op haar stem. “Ik loop niet zo snel meer als vroeger”, geeft ze toe, “en ik zoek soms naar woorden, maar ik voel geen tekenen van Alzheimer. Ik wil niet uitgaan als een kaars. Ik wil gewoon op een dag doodvallen.”

Helen Suzman is de dochter van een joodse immigrant, Samuel Gavronsky, die begin deze eeuw de pogroms in Litouwen ontvluchtte en zichzelf een bestaan uithieuw in Zuid-Afrika als keiharde zakenman. Het oog voor menselijk leed en de drang onrecht te bestrijden had ze niet van haar vader. “Hij had geen enkel respect voor underdogs. Daar hadden we vaak ruzie over. Ik zei dan: 'Jij moest als jood je vaderland verlaten omdat je niet vrij van de ene naar de andere plaats kon gaan en dat is precies wat hier met de zwarten gebeurt'. Maar dan zei hij bot: 'Je kunt mij toch niet met een zwarte vergelijken?' En dan was de discussie afgelopen.”

Ze volgde een gedegen academische opleiding en bekleedde na de Tweede Wereldoorlog een post als docent economische geschiedenis aan de universiteit van Witwatersrand. Daar werd ze een veelgevraagd spreker en kwam in aanraking met generaal Smuts, wiens United Party de meest verlichte was in het blanke politieke spectrum. Zelf ambieerde ze geen politieke carrière, maar haar 'lieve man' Mosie zei dat de consequentie van haar spreekbeurten was, dat ze zich kandidaat zou laten stellen voor het parlement.

Ondanks haar inspanningen verhardde de blanke overheersing. In 1948 versloeg de rechtse Nationale Partij generaal Smuts bij de verkiezingen, waarna de 'Nats' officieel de apartheid invoerden. Ze weigert overigens de schuld van de apartheid geheel en al in de schoenen van de Afrikaner Boeren te schuiven. “Het racisme heeft zijn oorsprong in de koloniale periode. De Britten hebben er evenzeer schuld aan als de Hollanders, de Franse Hugenoten en de Duitsers. De Boeren van de Nationale Partij gaven het bestaande systeem een label, apartheid, en bedachten een ingewikkeld systeem dat bepaalde waar zwarten konden wonen, werken en zich vermaken. De Nederduits Gereformeerde Kerk leverde het 'Bijbelse bewijs' voor de rechtvaardiging van de apartheid en gaf er haar zegen aan.”

Maar ze kan zich ook bewonderend uitlaten over de ondernemingsgeest van de Hollandse kooplieden die naar de Kaap voeren. “Ik heb groot respect voor mensen die iets bereiken. Jan van Riebeek voer met primitieve navigatiemiddelen over zeven zeeën om een nieuwe kolonie te beginnen. Daar moet je guts voor hebben.”

Suzman is om dit soort standpunten door linkse stromingen in Zuid-Afrika wel afgeschilderd als een 'neo-conservative liberaal'. Ze zegt: “In Zuid-Afrika zijn liberalen nog altijd een bedreigde soort. Mensen begrijpen niet hoe belangrijk de rol van het liberalisme is geweest om ons land vooruit te helpen.” Ze wijst op de gehate pasjeswet ('een van de meest onderdrukkende wetten'), die de bewegingsvrijheid van zwarten sterk limiteerde en die dankzij de liberaal/progressieve oppositie werd afgeschaft. “Of neem de nieuwe grondwet, omschreven als 'de meest vooruitstrevende ter wereld'. Critici van het liberalisme vergeten kennelijk dat de grondwet al die elementen bevat waarvoor wij jarenlang hebben geijverd.”

Zijden kousen

Suzman begon haar politieke loopbaan in l953, toen ze namens de United Party in het parlement kwam voor het 'zijden-kousendistrict' Houghton, in Johannesburg. Ze verwachtte goed onderlegde volksvertegenwoordigers aan te treffen in Kaapstad en zweette peentjes in het begin. “Maar ik zag al gauw dat de anderen helemaal niet zo goed waren. Dat gaf me veel zelfvertrouwen. Ik vergewiste me er altijd van dat ik de feiten goed op een rij had. Toegegeven, ik schatte de toekomst verkeerd in. Ik dacht dat de Nationale Partij niet zo lang aan de macht zou blijven. 'Nog één verkiezing en dan is het afgelopen.' Het duurde uiteindelijk meer dan 45 jaar.”

In 1959 stapte ze met een groep medestanders uit de United Party omdat ze vonden dat die partij niet werkelijk de moeite nam het systeem van rassensegregatie, dat steeds verfijnder en harder werd, te bestrijden. Ze richtten de Progressieve Partij op, later de Liberale Partij genoemd. Twee jaar later trok premier Hendrik Verwoerd Zuid-Afrika terug uit het Gemenebest en schreef nieuwe verkiezingen uit. De Progressieven sloegen niet aan bij het blanke electoraat. Alleen Helen Suzman wist haar zetel te behouden.

Dertien jaar lang zou dat zo blijven. Een eenzame stem, van een eenzame vrouw, tegen een overmacht van mannen die de apartheid aanhingen. De rest van het parlement liet haar vaak links liggen, maar ze memoreert dat de 'rechtse nationalistische' voorzitter in die tijd haar alle ruimte gaf het woord te voeren. Zo adviseerde ze in bijtende termen de afgevaardigden van de Nationale Partij eens een kijkje te nemen in een van de townships, “'vermomd' als mensen”.

Hoewel Suzman het opnam voor de zaak van de zwarte Zuid-Afrikanen, stelde haar 'doelgroep' dat niet altijd op prijs. Suzman werd verweten dat ze makkelijk praten had vanuit een comfortabele woning in Johannesburg en haar zetel in het Kaapse parlement. Ze bleef er stoïcijns onder en bezocht zwarte gemeenschappen en townships naar eigen believen.

Toen de vooraanstaande zwarte leider Steve Biko in 1977 door politiegeweld om het leven kwam, stond ze erop naar zijn begrafenis te gaan, in de Oost-Kaap. Daar aangekomen gaf men haar te verstaan dat blanken niet gewenst waren. Maar ze trok haar identiteitsbewijs. De jonge Xhosa die haar eerder had tegengehouden zei vol ontzag: 'Mevrouw Suzman, neemt u mij niet kwalijk'. En, zo zegt ze nu over het voorval: “De menigte splitste zich als de Rode Zee en ik kon zo naar voren lopen.”

Paria-staat

In 1989 stapte ze na 36 jaar uit het parlement. De woordvoerder van de Nationale Partij zei bij die gelegenheid: “Dit is Helen Suzmans laatste dag van ondienst aan Zuid-Afrika.” Ze nam later zitting in de mensenrechtencommissie van Zuid-Afrika, werk dat ze nog steeds doet.

Heeft uw joodse achtergrond u geïnspireerd om te doen wat u heeft gedaan?

“Ik ben opgegroeid in de jaren dertig, tijdens de opkomst van het nazisme. Ik was me zeer bewust van de vervolging van de joden. En de informatie die we naderhand kregen over de holocaust had een diepe invloed op me wat betreft rassendiscriminatie. De ironie is dat juist de staat Israel naderhand een van de grootste bondgenoten werd van Zuid-Afrika onder de apartheid. Ik begreep die houding wel, al heb ik het nooit goedgepraat. Het was een strijd om de overleving. Voor Israel was het belangrijk om een bondgenoot te hebben en men vond die in Zuid-Afrika, dat wapens en technologie leverde en dat leverde Israel op zijn beurt aan Zuid-Afrika. Zuid-Afrika was op dat moment een paria-staat, waarvoor elke steun welkom was.

“In het parlement negeerde de Nationale Partij mij altijd. Ze noemden me onpatriottisch, een ziekelijke humanist of een sentimentele liberaal, maar toen Israel de Zesdaagse Oorlog van 1967 won, kwamen ze mij allemaal feliciteren met de zege.”

Waarom wilden de blanken het apartheidssysteem eigenlijk volgens u?

“Er is maar één verklaring: het verankeren van blanke overheersing. Het ergste van alles vond ik het zogenoemde Bantu-onderwijs, bedacht door Hendrik Verwoerd. Dit was specifiek ontworpen om zwarten zo goed als uit te sluiten van hoger onderwijs. En dan zeiden ze ook nog dat dat het beste was voor de zwarten; het was het beste voor de blanken, tenminste dat dachten ze nog. Pas later bleek dat Zuid-Afrika kwam te zitten met een enorm tekort aan geschoolde arbeidskrachten.”

Wat gaf uiteindelijke de doorslag bij de ontmanteling van de apartheid? De economische sancties misschien, waar u zo op tegen was?

“Sancties hebben een effect gehad, maar ook veel ellende teweeggebracht en daar ging het mij om. Het was makkelijk gezegd, zoals door aartsbisschop Tutu, dat zwarten er nog wel een beetje lijden konden bij hebben door de sancties. Maar hij had een baan die hij niet kon verliezen. Veel zwarten waren uit politieke motieven wel voor een boycot, maar als ze beseften dat het hun ook hun baan kon kosten, waren ze tegen.

“De apartheid was hoe dan ook ten onder gegaan. Het systeem ging tegen alle natuurlijke economische wetten in. Het onthouden van onderwijs aan mensen en ze terugsturen naar het verarmde platteland was niet alleen onrechtvaardig, maar ook oneconomisch. Vijf miljoen blanken konden nooit dertig miljoen zwarten eronder houden.”

Hoe zou Zuid-Afrika er uit hebben gezien als er geen apartheid was geweest?

“Veel beter. Door het gebrek aan investeringskapitaal en door economische sancties is ons land sterk achtergebleven. Zonder Bantu-onderwijs zouden we nu miljoenen goed opgeleide mensen hebben gehad, met goede inkomens, die niet in armoede hoefden te leven. En we zouden veel minder werkloosheid hebben gehad.

“Natuurlijk hebben we hier een geweldige infrastructuur. Het kleine, goed opgeleide, blanke deel van de bevolking heeft veel voordelen gebracht. Maar dat had het vijftigvoudige kunnen zijn als we de gehele bevolking hadden benut.”

Zuid-Afrika kent nu sinds drie jaar een door het ANC geleide regering. Wat is uw conclusie?

“Men kreeg veel ballast mee van het vorige bewind. We konden niet verwachten dat de nieuwe regering in drie jaar tijd een complete omwenteling van de maatschappij kon bewerkstelligen, naar een volkomen democratische en goed uitgebalanceerde samenleving. De astronomische beloftes die het ANC deed, waren ook belachelijk. Een miljoen huizen in vijf jaar tijd, dat kan niet.

“Voor de miljoenen mensen die leven in 'plakkerskampen' is er geen verbetering in hun levensomstandigheden gekomen. Als het verschil tussen arm en rijk in Zuid-Afrika niet kleiner wordt, zullen we een klassenoorlog krijgen en aangezien de meeste armen zwarten zijn en de meeste rijken blank is dat automatisch een oorlog van zwart tegen blank.

“Bij de verkiezingen van 1999 verwacht ik nog een zeer grote overwinning voor het ANC, maar in de jaren daarna denk ik dat de partij gaat scheuren. De vakbond Cosatu en de communistische partij, die nu beide in het ANC zijn vertegenwoordigd, zullen zich waarschijnlijk afsplitsen om een werkerspartij te vormen. Hun belangen stemmen niet langer overeen met die van de top van het ANC, die is gerecruteerd uit een zich snel ontwikkelende zwarte middenklasse.”

Corruptie

De meeste zorg heeft Suzman om de voortwoekerende corruptie. “En dat is iets wat ze wél hadden kunnen doen en dat zou een prachtige stimulans zijn geweest, een bewijs aan de wereld dat Zuid-Afrika de corruptie wil uitbannen. Schop de corrupte politici en ambtenaren eruit, sleep ze voor de rechter.”

Ze fulmineert tegen ANC-minister van Justitie, Dullah Omar, die eerder dit jaar Alan Boesak na een lange afwezigheid met open armen ontving op het vliegveld van Kaapstad. Boesak wordt ervan verdacht in de jaren tachtig voor enige miljoenen guldens te hebben verduisterd van Europese liefdadigheidsinstellingen. Zijn proces is begin volgend jaar. “Zo'n man kun je toch niet met alle egards van het vliegveld halen?”

Als parlementslid besteedde Suzman altijd veel aandacht aan het gevangeniswezen en dat is ze nu in de mensenrechtencommissie blijven doen. Geen goed woord heeft ze over voor de nieuwe gevangenis van Zuid-Afrika, de zogenoemde C-Max in Pretoria. Gevangenen verblijven daar in een soort kooi, 23 uur per dag, vrijwel zonder enige vorm van ontspanning of communicatie met anderen. “Natuurlijk zijn er criminelen in Zuid-Afrika die je voor altijd moet opsluiten, maar niet op deze mensonterende manier. Een middeleeuwse gruwel. Ik heb er een bezoek aan gebracht en was werkelijk onthutst.”

Kritiek is er ook voor de gewone Zuid-Afrikaan. Suzman constateert dat er sprake is van xenofobie. De vele duizenden, mogelijk miljoenen mensen uit ander Afrikaanse landen die in Zuid-Afrika verblijven, worden met de nek aangekeken, zegt ze, en zijn het slachtoffer van geweld en intimidatie. En zoals ze voorheen het geweld van blank tegen zwart veroordeelde, keert ze zich nu tegen dit 'zwart-op-zwart' geweld.

Kaarsrecht

“Ik was onder de indruk van Mandela, vanaf het begin. Een statige man, kaarsrecht, uit de trotse Xhosa-cultuur.” Suzman was in 1967 een van de eerste buitenstaanders die Nelson Mandela in zijn gevangenis op Robben Eiland mochten bezoeken. “Hij stak zijn hand door de tralies en zei: 'Goedendag mevrouw Suzman, hoe gaat het met u'. Ik had daarvoor de minister van Justitie belaagd omdat ik vreselijke verhalen had gehoord over de behandeling van gevangenen daar en ik was de enige die probeerde er iets aan te doen.”

Ze bezocht Mandela daarna regelmatig, tot zijn vrijlating in 1990. Hij omschreef Suzman eens als 'de enige man' in het parlement (maar dat kon ze niet waarderen).

Zoals ze Nelson respecteert, bewondert Suzman ook zijn ex-vrouw Winnie. Terwijl weinigen zich eraan wagen openlijk steun te geven aan Winnie Mandela - tegen haar bestaat de zware verdenking dat ze in de jaren tachtig terreur uitoefende in Soweto - ziet Suzman de zaak anders. “Ik ben vermoedelijk een van de weinige mensen die begrip hebben voor haar. Ik ken haar nog uit de tijd dat ze een prachtige, jonge vrouw was, meelevend en zorgzaam. Ze is veranderd, zeer radicaal, maar dat komt volledig door de wijze waarop ze werd behandeld.

“Ze moest in haar eentje haar kinderen opvoeden en werd voortdurend lastiggevallen door de veiligheidspolitie, ze lieten haar nooit alleen. Ze werd opgesloten, verbannen. Die behandeling veranderde haar in een zeer kwaadaardige vrouw en dat liep over in haar privé-leven. Daarmee wil ik niet alle dingen die ze heeft gedaan of waarvan ze wordt beschuldigd, zoals het slaan van jongeren, goedpraten, maar we moeten wel begrip hebben voor haar omstandigheden. Ik groet haar nog steeds met liefde, ik blijf haar zien als de sympathieke persoon die ze ooit was.

“Maar vlak haar niet uit: ze is een extreme populist, die elke gelegenheid uitbuit om zich onder 'het volk' te profileren. Ik zou haar niet graag zien als een van de leiders van Zuid-Afrika, ze houdt van macht. En ze is een socialist, maar dat is geen oplossing voor Zuid-Afrika. Ontwikkeling, groei, dat is het antwoord.”

    • Lolke van der Heide