Groen Shanghai

Hu Xiao-Lan lacht. Ze is een vrolijk, ontwapenend gezelschap, vast van plan haar gasten met open vizier tegemoet te treden. Toch, haar schorre stem, het dwalen van haar blik, haar strijdbare ogen, de stiltes die ze neemt wanneer we 'vroeger' aansnijden: ze verraden een verdriet, ternauwernood bedekt door de veranderingen die China overspoelen.

Wat is Shanghai toch een steenwoestijn, zeggen we. Klompen beton die zielloos omhoog torenen, wegen verstopt met blik. Wens je niet af en toe wat groen om je heen? Iets van het platteland?

Xiao-Lan draait zich naar ons toe. Ze lacht. Groen? Weet je wat je zegt? Ben je op het Chinese platteland geweest? Heb je de huizen gezien? Armoede en nog eens armoede, een en al narigheid. Ik heb er tien jaar gezeten, ik ken het buitenleven, geef mij maar de stad.

Was het de Culturele Revolutie, vragen we.

Xiao-Lan knikt, ze speelt met haar vingers. Na de middelbare school moest ik naar het noorden, zegt ze, naar een uithoek aan de grens met Siberië. Boeren helpen. Het was vreselijk, 's winters vroor het veertig graden. Ik was allesbehalve welkom, er viel niets te helpen, die boeren zagen ons liever gaan dan komen. Toch waren we iedere dag in de weer, van 's morgens zes tot 's avonds zeven. Geld was er niet, je kreeg betaald in eieren. Ik had geluk, na een jaar mocht ik op een truck rijden.

Deugden je ouders niet, vragen we.

Xiao-Lan lacht, een resolute lach die taaiheid verraadt. Mijn vader werkte in Shanghai als bestuursambtenaar, zegt ze, mijn moeder zat in het onderwijs. Hoe hoger je positie in de verkeerde elite, hoe verder ze je kinderen het platteland opstuurden.

Iedere dag die tergende onzekerheid: kom ik hier ooit weg? Er waren er die het opgaven en een man of vrouw uit de streek trouwden. Ik heb het geen seconde overwogen, het zou betekend hebben dat ik nooit meer naar Shanghai had teruggekund. Zo zijn de regels, nu nog. Tien jaar is lang maar ik heb altijd hoop gekoesterd.

Toen kreeg mijn vader kanker. Mag tenminste één van mijn kinderen terug naar Shanghai, smeekte hij de autoriteiten. Zijn verzoek werd ingewilligd, als oudste mocht ik terug.

Eindelijk, de verbanning was voorbij. Ik pakte mijn leven weer op, vond uitdagend werk, trouwde en kreeg een zoon. Ik heb het hier naar mijn zin.

Hu Xiao-Lan lacht. Het is mooi zo. En dat het stadsbestuur van Shanghai het aantal vierkante meter groen per inwoner volgend jaar wil verhogen van 2,3 naar 2,7, zal haar een zorg zijn.