Geruisloze opmars van uitzendleraren

ROTTERDAM, 22 NOV. De uitzendleraar rukt op in het voortgezet onderwijs. Op middelbare scholen bezetten uitzendkrachten al dan niet in deeltijd samen circa 500 volledige leraarsbanen - een procent van het totaal.

Dat zegt de vereniging van schoolleiders in het voortgezet onderwijs op basis van een steekproef onder 300 van de 700 middelbare scholen. De vereniging verwacht dat het aandeel uitzendleraren in het voortgezet onderwijs de komende jaren zal groeien tot vijf procent, evenveel als in de horeca.

Precieze cijfers worden nergens bijgehouden, ook niet bij commerciële bureaus zelf, zoals Randstad, Vedior en Target, die bemiddelen op de onderwijsarbeidsmarkt. M. Staats, productmanager van Randstad met vijftig onderwijsintercedenten: “We zijn een bottom-up organisatie. Dan heb je van bovenaf geen zicht op totalen.”

Middelbare scholen verlaten zich op de uitzendconstructie sinds vorig schooljaar toen minister Ritzen (Onderwijs) de scholen meer zelfstandigheid en een eigen financiële verantwoordelijkheid gaf. Met de uitzendleraren hopen de scholen het financiële risico van de wachtgelden te ontlopen. Anders dan uitzendleraren kunnen tijdelijk bij de school aangestelde docenten aanspraak maken op een uitkering. Bovendien hoeven scholen uitzendleraren geen voorrang te geven bij vacatures. Ook die vrijheid ontberen scholen als ze zelf een docent tijdelijk aanstellen.

De uitzendleraar springt in voor een zieke docent of neemt de uren over van een vaste kracht die geniet van senioren- of opfrisverlof. Soms vervult de uitzendleraar een gewone vacature. Minister Ritzen keurt de uitzendconstructie met docenten op middelbare scholen in principe af, benadrukt zijn woordvoerder. “Maar hij gedoogt de uitzendleraren als ze kortlopende problemen moeten opvangen.” Controle blijft echter uit. Het ministerie verwijst naar de Onderwijsinspectie, de Onderwijsinspectie naar de Arbeidsinspectie, de Arbeidsinspectie naar Arbeidsvoorziening, en Arbeidsvoorziening terug naar Onderwijs.