Europa heeft dringend een moraal nodig

Lijdens- en heldenverhalen kunnen de morele bouwstenen vormen van een zelfbewuste natie, vindt Leon de Winter. Ook Europa heeft daar baat bij.

Wat is economische macht zonder morele macht? Wie kan zich met Daimler Benz of Shell identificeren als met zijn eigen geboortegrond? Welke soldaat is bereid voor de NV Philips te Amsterdam te sneuvelen? De eenwording van het brutale, wrede werelddeel dat Europa heet is niet alleen een kale technische zaak, die via monetaire hervormingen en de opheffing van grenscontroles zijn beslag kan krijgen en tot een soort mega-international moet leiden. Europa is pas een eenheid wanneer wij ons met elkaar verbonden voelen. En die verbondenheid kan pas slagen wanneer we dezelfde ervaringen op dezelfde manier gaan verwoorden.

Wanneer Europa zich als eenheid in Bosnië had bewezen, wanneer zich daar een Europese, door historisch besef en doordacht fatsoen gedreven machtspolitiek had laten gelden, hadden wij voor het eerst sinds 1945 op een collectieve ervaring kunnen bogen die het morele fundament van Europa had gevormd. De European Dream was uit de mist naar voren getreden.

Het liep anders, zoals we allemaal weten. Ons leger, dat in staat is tanks te laten rijden, straaljagers te laten vliegen, kanonneerboten te laten varen, en over dat alles commercials te produceren die de indruk wekken alsof een legerbaantje zoiets als Sterrenslag voor minder bekende Nederlanders is, is niet bij machte een paar fotorolletjes - door een militair in Srebrenica volgeschoten - te ontwikkelen en af te drukken.

Dat kwam ons goed uit: godzijdank kan ons wegkijken in Srebrenica niet belast worden door de directe visuele verslaglegging van wat daar heeft plaatsgevonden. Als onomstotelijk, aan de hand van onverbiddelijke foto's, kon worden bewezen dat onze vredesmacht ter plekke afwist van wat onder zijn handbereik aan wreedheden plaatsvond, van de slachtpartijen en executies, dan had onze neutraliteit, onze dringende behoefte om afzijdig te blijven en onze handen schoon te houden, een wel heel ranzig randje gekregen, zo moet de gedachtengang bij onze ministers (en bij de Europese Commissarissen) zijn geweest.

In een deel van Europa dat tot de invloedssfeer van de EU gerekend kan worden, vond vijftig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog genocide plaats, en wij keken weg. Onze minister van Defensie sanctioneerde het verdonkeremanen van de fotografische getuigen en speelde de heilige onschuld. Het Nederlandse parlement sputterde en deed voor de vorm mee in een halfzacht soort zelfonderzoek, maar in feite waren de meeste politici te bescheten om de verantwoording te nemen voor het opruimen van de chaos die door banditisme, nationalisme en religieuze wanen veroorzaakt was.

De verklaringen voor de Europse afzijdigheid waren bekende riedels: een ingewikkelde situatie, een landschap dat ideaal is voor een guerrilla-oorlog, het is echt allemaal tuig, ze vinden het daar in de Balkan lekker om elkaar af te maken - en het leidde tot een passief afwachten dat door het sturen van bemiddelaars een positieve lading moest krijgen. De ellende was dat al die excuses op zijn minst voor een deel waar waren: het was een weerzinwekkende oorlog tussen families en buren, tussen neven en voormalige vrienden, en dat schijnen de ergste oorlogen te zijn. Dat neemt niet weg dat juist op dat moment de Europese politiek, en in het bijzonder de Nederlandse door de aanwezigheid van ons leger ter plekke, een dwingende verplichting had die zij op een onthutsende manier opzij geschoven heeft.

Niet de EMU, niet de euro, niet Schengen, niet de ontwikkeling van de eurostraaljager, de regelgeving van smaak- en kleurstoffen of de subsidiëring van de pensioenen van Europarlementariërs is de aanleiding tot het bouwen van de EU, nee, die aanleiding ligt besloten in het besef dat de misdaden die in deze eeuw in Europa zijn begaan (in naam van het nationaal-socialisme en het marxisme, twee volbloed Europese uitvindingen) nooit meer mogen plaatsvinden. Dit is, simpelweg, de eerste en laatste rechtvaardiging van het Verenigde Europa. De hele technisch-organisatorische afwikkeling van Europa is daarvan, hoe complex en belangwekkend ook, een afgeleide.

Die lullige foto's, die lieten zien hoe onze jongens met een mengeling van lamlendigheid, verbazing en ongemak hebben staan toekijken, hoefden dus van Voorhoeve niet publiek gemaakt te worden. Die angstvalligheid kwam voort uit de gedachte dat onzichtbaarheid en ongevoeligheid hand in hand gaan. Maar er is ook zoiets als weten, een vorm van inzicht en kennis die boven het directe zien uitstijgt.

Onze jongens hadden het kunnen weten. Onze jongens hadden zich kunnen herinneren dat het hun essentiële taak is - als militair in het Nederlandse leger, dat geen enkele andere taak in het post-Sovjet tijdperk kan hebben dan een vredestaak - om elke vorm van massamoord op Europees grondgebied te voorkomen.

De Europese Unie toonde verlammingsverschijnselen. En Voorhoeve kakelde en wankelde, maar wist overeind te blijven omdat weinig anderen bij machte waren hier een zinvolle politiek te voeren die het eventuele verlies van 'eigen' mensen kon verantwoorden. De NAVO of de VN moest het oplossen, ofwel: we durven best wel als de Amerikanen maar vooropgaan.

Europa wordt geleid door bedreven managers in de orde van onze eigen Kok en Vermeend, welwillende superbeambten die er uitstekend in slagen een bureaucratie te leiden maar niet de drang kennen om de ideologie van het gemeenschappelijke Europa te ontwikkelen. Binnenkort komt een einde aan het tijdperk van politieke leiders die de Tweede Wereldoorlog aan den lijve hebben meegemaakt en het is de taak van hun opvolgers om de grondslagen van het gemeenschappelijke Europa in leven te houden. De vraag is of ze daartoe in staat zijn, of deze McKinsey- en KPMG-generaties oog hebben voor emotioneel-morele kwesties die niet te verdoezelen vallen met een lifestyle.

De moraal van Europa, zichtbaar en tastbaar in zijn mythologie, daar gaat het om. Niet de klassieke Griekse, die voor ons te ver af is gaan staan aangezien zij van beelden gebruik maakt die niet meer appelleren aan onze door Hollywood vervlakte verbeelding. Het gaat om de lijdens- en heldenverhalen die de morele bouwstenen vormen van een zelfbewuste natie. Sarajevo was een plek vol lijden en verdriet, die desondanks de fiere geboorteplek van Europa had kunnen zijn. De Europese politiek heeft die mogelijkheid laten doodbloeden en ons opgezadeld met een inhoudsloze, puur economische constructie, waarvoor niemand zich aansprakelijk voelt (zoals onze Europarlementariërs keer op keer schaamteloos demonstreren).

De burgers van Europa hadden zich bij de dure spelletjes in Straatsburg en Brussel kunnen neerleggen wanneer de politiek in staat was geweest om ons de waarde van de eenwording te laten beleven. Trots, eergevoel, het maakt niet uit hoe het omschreven wordt, had Europa morele inhoud kunnen geven, wanneer onze eigen zonen verdedigd hadden wat de primaire gedachte van na de Tweede Wereldoorlog was: dit mag nooit meer gebeuren.

Het lijkt wel of aan de techniek van de eenwording, aan het proces van wetten en regelgeving waaraan wij worden blootgesteld en die ons leven in de naaste toekomst tot in de kleinste details zal gaan beheersen, de naïeve gedachte ten grondslag ligt dat, als de emotionele identificatie niet van binnenuit kan groeien, de externe omstandigheden zodanig moeten worden toegespitst dat langzaam gewenning en ten slotte aanvaarding van het verschijnsel Verenigd Europa zal plaatsvinden. Ik ben bang dat dat een fatale misvatting is die regionalisme, provincialisme en vele vormen van etnische waanzin zal stimuleren.

De comfortabel onthechte politieke en culturele elites, op onkostennota's reizend tussen hoofdsteden, hebben zich in een handvol thema's vastgebeten zonder zich er al te veel rekenschap van te geven dat de constructie Europa, in combinatie met de idee van de multiculturele samenleving en de aanwezigheid van grote groepen niet-geassimileerde allochtonen, op den duur voldoende springstof zal opleveren voor een vers rondje menselijke gekte.

We hebben onlangs in dit land een paar gevallen gehad van slachtoffers van het zogenoemde 'zinloze geweld'. De doden waren jongens die wèl omkeken. Ze grepen in omdat ze niet anders konden. Deze laatste reflex, een teken van diepgeworteld fatsoen dat nauwelijks uitleg behoeft, heeft onze Europese politici verlaten. Hun wereld is vooral een technisch-economische geworden. Vreemd genoeg gaan zij voorbij aan het opmerkelijke verschijnsel van de Verenigde Staten waar economische macht en moreel besef voortdurend met elkaar in gesprek zijn, elkaar bevechten, soms een schijnhuwelijk aangaan. Daar staan telkens weer mensen op die ons uit de modder trekken. Het stuk van Samuel Huntington in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant geeft van die mentaliteit een vitaal voorbeeld - ook al wijst Huntington op de Amerikaanse identiteitscrisis na het winnen van de Koude Oorlog. Zonder gêne spreekt hij van 'amerikanisatieprogramma's' en 'nationale identiteit'. Wanneer gaan wij spreken van europeanisatieprogramma's?

Europa zal nooit tot stand gebracht worden zolang zijn economische macht geen morele schaduw werpt. Op de rand van de Europese munt had moeten staan: Nooit Meer Auschwitz.

    • Leon de Winter