EU speurt naar meer werk; Lagere BTW op diensten wordt bekeken

LUXEMBURG, 22 NOV. De lidstaten van de Europese Unie gaan onderzoeken of ze de BTW op arbeidsintensieve diensten kunnen verlagen. Dat is de uitkomst van een moeizame discussie over dit onderwerp gistermiddag tijdens een Europese top over werkgelegenheid in Luxemburg.

Vooral Nederland ijverde voor het voorstel om de BTW te verlagen voor bijvoorbeeld schoen- en fietsenmakers. Andere lidstaten, waaronder Duitsland, vrezen voor een forse verlaging van belastinginkomsten zonder dat daar veel banen tegenover staan.

De Europese Commissie komt binnenkort met een richtlijn over BTW-verlaging voor arbeidsintensieve diensten, die wordt voorgelegd aan de ministers van Financiën. Premier Kok noemde het gisteravond positief dat het voorstel voor BTW-verlaging overeind is gebleven, maar hij voorspelde nog een “moeilijk gesprek” in de raad van de ministers van Financiën. Het is niet uitgesloten dat zij het voorstel alsnog verwerpen. Landen als Duitsland vrezen dat ze, zelfs als ze zelf geen BTW-verlaging invoeren, toch onder binnenlandse druk komen te staan om er ook toe over te gaan.

De vijftien Europese staats- en regeringsleiders waren gisteren in Luxemburg bijeen voor de eerste top over werkgelegenheid in de Europese geschiedenis. Premier Kok noemde de bijeenkomst “een van de beste Europese raden van de afgelopen jaren”. De Franse president Chirac zei dat “misschien terecht is gezegd dat Europa de sociale dimensie verwaarloosde”, maar dat nu met “een nieuwe en goede etappe gestart is”. Hij wees er wel nadrukkelijk op dat banen niet door plannen, maar door ondernemingen worden geschapen. Op de vraag welke nieuwe maatregelen er als gevolg van de top in Duitsland worden genomen ter bestrijding van de werkloosheid, zei bondskanselier Kohl :“Wat wij thuis als noodzakelijk verkondigen wordt hier van ons vereist.”

Volgens de gisteren bereikte overeenkomst blijft de aanpak van werkloosheid een bevoegdheid van de lidstaten van de EU. Zij moeten volgend jaar juni een voorstel indienen hoe ze de werkloosheid willen aanpakken, aan de hand van een vijftiental richtsnoeren. Zo spraken ze af dat ze er binnen maximaal vijf jaar voor moeten zorgen dat jonge werklozen binnen een half jaar aan een baan, stage of werk worden geholpen en oudere werklozen binnen een jaar. Het maximum van vijf jaar geldt niet voor landen in bijzondere omstandigheden. Op dat laatste drong vooral Spanje aan, dat kampt met een werkloosheid van ongeveer 20 procent en dat daarom een uitzondering wilde.

Lidstaten moeten er voorts naar streven dat het aantal werklozen dat een opleiding volgt ten minste 20 procent is. Nu ligt het EU-gemiddelde op 10 procent. Jaarlijks zal tijdens een Europese top worden bekeken hoever de EU-lidstaten zijn met hun aanpak van werkeloosheid.