Een kakofonie van beelden en geluiden

Tentoonstelling: Het eigen gezicht. Kunstenaars uit de Rijksakademie 1986-1997. Museum Beelden aan Zee, Harteveltstraat 1, Scheveningen. T/m 7 dec. Di t/m zo 11-17u. Kunstenaarsboek ƒ 45,-

Van veraf gezien lijkt het schilderij een zoetsappige afbeelding van een bruid en bruidegom die elkaar net het jawoord hebben gegeven. De traditioneel geklede echtelieden geven elkaar een innige kus, terwijl zij samen het bruidsboeket vasthouden. Het tafereel, dat een achtergrond heeft van pastelkleurige bloemenpatronen, zou op de kaft van een damesromannetje niet hebben misstaan. Maar dichterbij gekomen blijkt dat de gezichten van man en vrouw identiek zijn. De Zweed Lars Arrhenius heeft zijn eigen gezicht tweemaal geschilderd. De romantiek heeft plaats gemaakt voor narcisme, helemaal als je leest dat het werk de titel Ik hou van je Lars draagt.

Arrhenius is een van de 24 kunstenaars die door Auke de Vries werden uitgenodigd voor de tentoonstelling Het eigen gezicht. De Vries stelde de tentoonstelling in museum Beelden aan Zee in Scheveningen samen naar aanleiding van zijn afscheid als docent beeldhouwen aan de Rijksakademie. Alle deelnemende kunstenaars hebben in de afgelopen tien jaar aan de Rijksakademie gewerkt en zijn daar door De Vries begeleid.

Het thema van de tentoonstelling is voor de hand liggend, wanneer je bedenkt dat het Museum Beelden aan Zee zich in al zijn tentoonstellingen richt op het mensbeeld. Alhoewel nu voor het eerst foto's, video's en schilderijen in het museum te zien zijn, is er niet gekozen voor een inhoudelijke verruiming van die invalshoek. Het thema zou ook kunnen worden geïnterpreteerd als 'het gezicht van deze tijd' of als 'identiteit', maar dat is op deze tentoonstelling helaas weining gebeurd. Het merendeel van de kunstwerken bestaat, zoals te verwachten was, uit zelfportretten en menselijke figuren. Alleen de uitnodigingskaart, met daarop een foto van voetballende mensen onder een viaduct in Istanbul, verbeeldt treffend hoe mensen hun eigen gezicht behouden in een omgeving die eigenlijk niet meer op ze rekent.

Erzsébet Baerveldt portretteert zichzelf in haar grofkorrelige zwart-wit foto's als verschillende bekende figuren uit de kunstgeschiedenis: als Magdalena, als de dode Marat liggend in bad, zoals op het schilderij van David, en ook als lijk dat wordt bestudeerd tijdens een anatomische les. De verkleedpartij van de kunstenares levert sterke beelden op, die de historische zelfportretten van Cindy Sherman in herinnering brengen.

Kunstenares Marjan Laaper filmde haar eigen gezicht geprojecteerd in een zeepbel, die langzaam uitdijt en uiteindelijk, onvermijdelijk, uit elkaar spat. Ondertussen fluit ze, zich schijnbaar niet bewust van de dreigende knal, de melodie van 'We'll meet again'. Het is een beeldschoon filmpje, waarbij je de zeepbel zou kunnen opvatten als metafoor voor het leven dat abrupt kan eindigen.

Ondanks de vele sterke bijdragen - ik denk aan de verwrongen lichamen van Karin Arink, de lugubere fotocyclus Blood Brothers van Alicia Framis en de strenge politievrouwen van Bastienne Kramer - oogt de expositie als geheel rommelig en onoverzichtelijk. Vrijwel alle kunstwerken zijn in de grote zaal van het museum gepropt, waar het een kakofonie van beelden en geluiden is. Sommige werken lijken er met de haren bijgesleept, want wat doen de kleurrijke ballen van Madje Vollaers en Pascal Zwart op een tentoonstelling die verder alleen bestaat uit menselijke lichamen? Andere installaties, zoals Panic Wagon van Pim Komen en Karen Murphy en The Party van Georgina Starr zijn eerder op belangrijke presentaties in Nederland te zien geweest (respectievelijk het van Abbemuseum en de Bloom Gallery) en hadden misschien beter vervangen kunnen worden door recenter werk.

Het lijvige kunstenaarsboek dat bij de tentoonstelling is uitgegeven, is nog het meest geslaagde onderdeel van Het eigen gezicht. Alle kunstenaars, inclusief Auke de Vries zelf hebben hiervoor een bijdrage in de vorm van tekst of beeld geleverd, variërend van vier tot ruim dertig pagina's. De persoonlijke notities, familiefoto's, schetsen en stripverhaaltjes in dit ruim 400 pagina's dikke boek, vertellen meer over het eigen gezicht van de kunstenaars dan de tentoonstelling.

    • Sandra Smallenburg