De wereld van juffrouw Laps

Tentoonstelling: Stoom, Staal & Studeerkamers. Wetenschap en samenleving in de Negentiende Eeuw. Museum Boerhaave, Lange St. Agnietenstraat 10, Leiden. T/m 3 mei 1998. Catalogus: ƒ 15.-

AAN HET BEGIN van de negentiende eeuw bood de natuurwetenschap een kleinschalige aanblik, vervuld van rust, orde en eenheid van kennis. Wie van die wereld wil proeven kan terecht in Teylers Museum in Haarlem, waar in de verstilde vitrinekasten van de Ovale Zaal tal van wetenschappelijke instrumenten staan uitgestald, en collecties fossielen, ertsen en mineralen. Martinus van Marum, van 1784 tot 1837 de eerste directeur, experimenteerde er driftig op los, correspondeerde met tal van geleerden en publiceerde niet alleen op het gebied van natuur- en scheikunde maar ook op dat van paleontologie, mineralogie en botanie. Daarmee was hij een van de laatste universele geleerden. Na zijn dood werd de natuurwetenschap zo complex dat een opdeling in deelgebieden onvermijdelijk werd.

Intussen waren de carrièrekansen voor de niet-welgestelde natuurwetenschapper beperkt. Pas met de komst van de HBS in 1863, en de professionele laboratoria die de Wet op het Hoger Onderwijs van 1876 met zich meebracht, ontstonden er perspectieven, nog versterkt toen aan het eind van de eeuw de Industriële Revolutie eindelijk ook in Nederland goed op gang was gekomen en bedrijven als de Delftse Gist- en Spiritusfabriek wetenschappelijk geschoold personeel begonnen aan te trekken.

Terwijl de wereld zich opmaakt voor de komst van een nieuw millennium blikt Museum Boerhaave met de tentoonstelling Stoom, Staal & Studeerkamers terug op een bewogen eeuw die ons de stoomlocomotief, de gloeilamp, pokkenvaccins en de evolutietheorie bracht. Zo breed is het thema - en zo beperkt het expositie-oppervlak - dat de uitgestalde voorwerpen per definitie een fragmentarische indruk wekken. Meer samenhang biedt de fraaie catalogus, met literatuurlijst.

Zowel wetenschap als techniek is met vernuftige toestellen, apparaten en schaalmodellen (stoomlocomotief, stoomschip) vertegenwoordigd. Fraai is de optische telegraaf van Lipkens, met seinarmen die op zichtafstand van elkaar op heuveltoppen of kerktoren stonden opgesteld. Zo kon in enkele minuten een bericht worden overgebracht dat een koerier te paard een dag had gekost. Halverwege de eeuw werd het systeem verdrongen door de elektrische telegraaf, die ook bij mist of 's nachts een bericht 'met de snelheid der gedachte' overbracht. Met de opkomst van een landelijk spoor- en telegraafnet begon de tijd zo nauw te luisteren dat in 1858 werd overgestapt op spoortijd, met de meridiaan van Amsterdam als basis.

Ruim aandacht is er voor de natuur en de mens, met een gietijzeren tandartsstoel die de ambulante tandheelkunde de nek omdraaide, veel schedels en gipsafgietsels om de rassen te onderscheiden. Jac P. Thijsse, van wie een aantal boeken is bijeengebracht, predikte een 'biologisch reveil'. Een grote schok betekende de evolutie volgens Darwin. De commotie is treffend verwoord door Multatuli in zijn De geschiedenis van Woutertje Pieterse: 'Juffrouw Laps..., je bent 'n zoogdier.' Vermakelijk ook is de anekdote over Hugo de Vries, die in zijn kortstondige loopbaan als leraar te Amsterdam de aanschaf van een orang-oetanschedel door de autoriteiten geblokkeerd zag toen hij zei er de overeenkomsten van mens en aap mee te willen aantonen - en het jaar daarop, nu met het argument dat hij juist de verschillen wilde benadrukken, wel toestemming kreeg.

Ook de Schone Kunsten zijn in Stoom, Staal & Studeerkamers vertegenwoordigd. Er hangen schilderijen en etsen waarop onder anderen Van Marum, Darwin en industriepionier Paul van Vlissingen staan afgebeeld. Sprekend is de tekening in pastel van Pieter Josselin de Jong met arbeiders in een helse metaalwalserij. Verreweg het mooist is het kubistische olieverfschilderij dat Harm Kamerlingh Onnes in het natuurkundig laboratorium van zijn beroemde Leidse oom vervaardigde. Het laat een geometrische, begin twintigste-eeuwse wereld zien van proeftafels, leidingen en meetapparatuur - vervreemd van het gewone publiek.

    • Dirk van Delft