De kaartenbak gehalveerd

Bij het aantreden van het kabinet-Kok zaten 505 duizend mensen in de bijstand. Volgens de laatste schattingen voor dit jaar zijn dat er 489 duizend. Dat komt neer op een daling van een royale één procent per jaar. Het laat zien hoeveel er nog moet gebeuren.

Minister Melkert heeft met zijn Melkert-I en Melkert-II banen wel nieuwe uitgangen gecreëerd van de bijstand naar werk, maar kennelijk is dat nog lang niet genoeg. Daarom was ik deze week met hevige nieuwsgierigheid in Wisconsin, een Amerikaanse staat met ruim zes miljoen inwoners ten noorden van Chicago, omdat daar het aantal mensen met bijstand in twee jaar is gehalveerd.

In Amerika geldt de bijstand vooral voor alleenstaande moeders met kinderen. Volwassenen zonder inwonende kinderen worden verondersteld zichzelf te kunnen redden. De samenstelling van het cliëntenbestand is dus wezenlijk anders dan hier in Nederland, maar de organisatorische problemen zijn goed te vergelijken. Net als in Nederland is er ook een indeling van de bijstandscliënten in vier categorieën, afhankelijk van de vraag hoeveel moeite ze hebben om weer een baan te vinden. En net als bij ons stond ook in Wisconsin de één-loket-gedachte in het regeerakkoord. Maar de organisatorische uitwerking is kennelijk veel effectiever dan in Nederland, en misschien het kopiëren waard.

Milwaukee is de grootste stad in Wisconsin, qua omvang vergelijkbaar met Amsterdam. Daar is nu het cliëntenbestand van de Sociale Dienst verdeeld over vijf verschillende instanties die ieder een contract hebben voor twee jaar. De gemeente organiseert de openbare inschrijving voor het bijstandswerk per wijk, betaalt een eenmalig groot bedrag per twee jaar aan de winnaars van de openbare inschrijving, en blijft verantwoordelijk voor toezicht en financiering van kinderopvang, en dat laatste op een veel grotere schaal dan in Nederland. Vijf succesvolle inschrijvers krijgen een kaartenbak met duizenden adressen en kunnen geld overhouden. De gemeente stelt namelijk een vast bedrag ter beschikking voor een combinatie van wat wij hier in Nederland Melkert-I, Melkert-II, en Melkert-III noemen, dat wil zeggen voor tijdelijke subsidies aan werkgevers die een cliënt in dienst nemen, voor aanvullende, volledig gesubsidieerde banen, en voor parttime werk met behoud van de uitkering.

De hoop is natuurlijk dat een flink percentage van de bijstandscliënten niet permanent in een van deze drie gesubsidieerde groepen blijft, maar met hulp en training zich een baan verwerft in de private sector. Lukt dat op grote schaal, dan maken de vijf uitvoerende organisaties winst. Hun contract bepaalt dat de winst in ieder geval mag oplopen tot zeven procent van het totale twee-jaars contract. Mocht de uitvoering nóg succesvoller zijn, dan is tien procent van het meerdere ook nog voor de uitvoeringsinstelling. Vaak blijft die eventuele winst overigens grotendeels in de wijk, omdat de succesvolle consortia een of meer wijkorganisaties bevatten.

De directeuren (twee mannen en drie vrouwen) van de vijf geselecteerde bedrijven waren het er over eens dat de gemeente zelf nooit zou durven werken met een vast bedrag voor iedere persoon in de huidige kaartenbak. Voor twee van de vijf partijen is dit nieuwe systeem trouwens ook een behoorlijk risico: zij kregen een deel van de stad toegewezen vanwege hun sterke banden in de wijken, maar moeten nu laten zien dat ze kunnen werken met budgetten van tientallen miljoenen guldens. De andere drie instanties zijn groter. Eén is onderdeel van een nationaal opererend bedrijf dat overal offreert om de uitvoering van de Bijstandswet van gemeenten over te nemen. Zo kennen wij in Nederland 'Maatwerk' uit Helmond en misschien moet dat bedrijf boven wat het nu al doet ook maar eens kunnen offreren naar de complete uitvoering van de Bijstand in een flink deel van Amsterdam.

Een andere partij in Milwaukee was ontstaan uit een interessante 'joint venture' tussen twee lokale ziekenfondsen en een buurtwerk-organisatie. De ziekenfondsen hebben expertise in het goed bijhouden van grote cliëntenbestanden en het snel oplossen van individuele problemen. Ik was onder de indruk van het bezoek aan deze organisatie. Vierentwintig uur per dag kunnen cliënten opbellen voor hulp met kinderopvang, ziekte of huiselijke problemen. Op het hoofdkantoor midden in de wijk krijgen bijstandsmoeders les in solliciteren en andere sociale vaardigheden, en zijn beroepsadviseurs beschikbaar om na te gaan welke baan het meest geschikt is. En voor wie zou denken dat de gemeente zich er zo wel gemakkelijk van af maakt is hier nog één cruciaal verschil tussen Milwaukee en Amsterdam: de gemeente garandeert gesubsidieerde kinderopvang voor iedereen die minder verdient dan ongeveer 50.000 gulden per jaar. Gemeente en staat controleren de kwaliteit van kinderopvang bij particulieren en zorgen dat mensen met een inkomen tot 40.000 gulden per jaar maar een heel beperkt percentage van hun inkomen hoeven te besteden aan kinderopvang - de rest is subsidie. Daarom is vooralsnog de nieuwe aanpak van de bijstand eerder duurder dan goedkoper. Maar het geld gaat op aan kinderopvang - zelf een bron van meer werk - in plaats van aan uitkeringen. Zo ver zijn wij in Nederland nog niet.

Het resultaat van al deze inspanningen? Twee jaar geleden had Milwalkee nog meer bijstandscliënten dan Amsterdam, nu nog maar half zoveel. Naar mijn indruk niet door hardvochtiger op te treden tegen bijstandscliënten, maar door een veel slimmere organisatie. Opsplitsen van de kaartenbak in vijf stukken en privatiseren is kennelijk een sneller en wijzer recept dan één sociale dienst die jaar in jaar uit reorganiseert en vergadert. Bovendien oefent in Milwaukee de plaatselijke politiek meer druk uit dan in Amsterdam. De gekozen burgemeester weet dat zijn herverkiezing staat of valt met succes op dit punt.

Hier in Nederland zouden politiek en media zich ook wel eens wat intensiever mogen bemoeien met de organisatie van de één-loket-gedachte. Na alle oppervlakkige opwinding over de afvloeiingsregeling van mevrouw Dian van Leeuwen, het afgetreden hoofd van het college van toezicht op de sociale verzekeringen, is het weer stil geworden en kan de door niemand gekozen Flip Buurmeijer welhaast in stilte zijn werk doen. Terwijl in Wisconsin marktwerking voor iedereen zichtbaar is, weten we hier in Nederland niet eens zeker of Buurmeijer nu marktwerking en concurrentie gaat invoeren of dat hij helemaal geen vriend van concurrentie en privatisering is. Zo verschrikkelijk ingewikkeld zijn de regelingen, zo onduidelijk is de toekomst voor GAK, Arbeidsbureau en Sociale Dienst.

In Wisconsin wordt de één-loket-gedachte nu veel rigoureuzer toegepast dan in Nederland, omdat één instantie verantwoordelijk is voor zowel de uitkering als voor de individuele hulp aan cliënten, hun scholing, en hun introductie bij werkgevers. Dat was natuurlijk ook de bedoeling van de politici die de één-loket-gedachte zo nadrukkelijk in ons regeerakkoord opnamen. In Milwaukee kunnen ze in de praktijk zien hoe concurrentie en marktwerking (en royale kinderopvang) in twee jaar tijd de kaartenbak bij de Sociale Dienst halveren. Toch even iets anders dan een reductie met één procent per jaar.

    • Eduard J. Bomhoff