Chrysler Building staat te koop; Architectuur voor de engelen

Wie koopt de Chrysler Building? Sinds de eigenaar in april over- leed, leidt het 67 jaar oude gebouw, de meest wulpse wolkenkrabber van New York, een zieltogend bestaan. De Japanse Fuji Bank, die de lening voor de hypo- theek had verstrekt, wil er nu van af. Voor slechts tweehonderd miljoen dollar krijgt de gelukkige het markant- ste silhouet aan de skyline van de Big Apple in bezit. Wie biedt?

Met zijn glanzende toren van roestvrijstalen bogen met driehoekige ramen - je kunt er de gestileerde spaken van auto's in zien - heeft de Chrysler Building niet alleen esthetische waarde, maar ook symbolische: hier vallen kracht en kwetsbaarheid van het kapitalisme samen. Zowel de Chrysler Building, met zijn weelderige inrichting, als de Empire State Building worden beschouwd als de schaamteloze uitdrukkingen van de hoogtijdagen van de Amerikaanse economie in de eerste decennia van de eeuw. Was de hoeveelheid kantoorruimte op Manhattan in de jaren tussen 1925 en 1931 niet met liefst 92 procent gegroeid? En werd in 1925 niet één achtste van het nationale inkomen besteed aan bouwactiviteiten?

Maar bij de oplevering van beide gebouwen, in respectievelijk 1930 en 1931, wad het land in de ergste depressie gedompeld die het ooit heeft gekend. Sterker nog, geen van beide had gebouwd zullen worden als de ontwikkelaars niet hadden vastgezeten aan contracten die vóór de Krach waren getekend.

Bij de oplevering was de Empire State voor slechts 46 procent verhuurd, wat het de bijnaam 'Empty State Building' opleverde. De ontwikkelaar van Rockefeller Center, met de ijsbaan nu het kloppend hart van midtown, werd zelfs voor het gerecht gesleept, omdat hij met zo'n overdaad aan onverhuurbare kantoren de onroerendgoedmarkt in dat deel van de stad zou hebben verpest. Deze wolkenkrabbers symboliseren dan ook het einde van een tijdperk, een waarin de inrichting niet luxe genoeg en de vormgeving niet spraakmakend genoeg konden zijn.

Geheim wapen

De Chrysler Building staat er nu wat shabby bij. De 77 verdiepingen zijn nog wel voor driekwart in gebruik door advokaten-, verzekerings- en reclamekantoren en zelfs een tandartsenpraktijk. Een van de huurders, en een van de twintig bieders, is Bernard Goldberg, die namens zijn bedrijf Gotham Hospitality Group meteen 180 miljoen dollar bood voor ruim twintig verdiepingen. Hij wil er een trendy hotel vestigen met kamers van 250 dollar per nacht, met als hoogtepunt de voormalige herenclub bovenin, de Cloud Club.

Tijdens de bouw was de Chrysler in een geniepige strijd gewikkeld met de Empire State en de Bank of Manhattan om de titel 'het hoogste gebouw van de wereld'. Automagnaat en selfmade man Walter P. Chrysler wilde per se dat het gebouw dat hij voor zestien miljoen dollar had laten bouwen, hoger werd dan de Eiffeltoren, die al van 1889 dateerde en nog altijd onovertroffen was. Met een slimme truc heeft architect William Van Alen dat weten te realiseren: onzichtbaar onder de koepel liet hij tijdens de bouw een stalen naald in drie delen fabriceren, die hij van de fantasienaam 'vertix' voorzag. Pas op het allerlaatst kwam voor de verzamelde toeschouwers dit 27 ton zware geheime wapen tevoorschijn. “Nadat het signaal had geklonken kwam geleidelijk de naald omhoog uit de koepel als een vlinder uit zijn cocon”, schreef Van Alen in 1930 in het tijdschrift Architectural Forum. “In ongeveer negentig minuten was het op zijn plek vastgeklonken, het hoogste vast bevestigde stuk staal ter wereld.”

De overwinning was van zeer korte duur. De ontwerpers van de Empire State waren er terecht van overtuigd geweest dat Van Alen iets in zijn schild voerde. Ze besloten hun gebouw alvast vijf verdiepingen hoger te maken, plus er een tweehonderd voet hoge mast op te zetten, waaraan zeppelins konden afmeren. Nog geen jaar na de opening stonden de 1.050 voet van de Chrysler in de schaduw van de 1.250 voet van de Empire State. Dat de krachtige wind het voor luchtschepen onmogelijk maakte hier aan te leggen, deed aan de zeggingskracht niets af - zeker nadat een naar liefde hunkerende King Kong de mast voor altijd een plaats in onze verbeelding heeft gegeven.

Wordt de Chrysler Building nu algemeen beschouwd als een van de mooiste, zo niet dé mooiste wolkenkrabber van New York, bij de oplevering liepen de meningen zeer uiteen. Architect Frank Lloyd Wright vond wolkenkrabbers “monotoon... Ze verrassen en vermaken niet meer. Verticaliteit is al belegen, duizeligheid heeft plaatsgemaakt voor misselijkheid.” Volgens criticus Lewis Mumford waren ze per definitie asociaal: “Dit is geen architectuur voor mensen, maar voor engelen en vliegeniers”, schreef hij in 1926. “Ik hoef niet uit te weiden over de manier waarop deze koppige, overweldigende massa's elke schijn van waardigheid ontnemen aan de kleine mensen die in hun schaduwen lopen. God sta degene bij die dit gebouw aanschouwt zonder hulp van afstand en dikke mist.”

Een krant vergeleek de toren met een rechtopstaande zwaardvis; collega-architecten noemden Van Alen schertsend 'de Ziegfeld van zijn beroep', naar de oprichter van de kitscherige revue. Maar het gefoeter deed niets af aan de enthousiaste ontvangst bij de meeste New-Yorkers, die in de tram uitgebreid de merites bespraken van de diverse toeters die links en rechts in de stad omhoog schoten.

Van de 77 verdiepingen zijn de onderste vier en de bovenste zeventien de smaakmakers. Nadat Van Alen eerst een reeks veel minder uitgesproken koepels had ontworpen, kwam hij op het idee de bovenkant te voltooien met een reeks terugspringende bogen, die ook nog met het opmerkelijke, moderne materiaal roestvrij staal werden bekleed. De toren zelf - een van de eerste die afweken van de traditionele indeling in voet, middenstuk en kapiteel - bekleedde hij met witte baksteen met grijze decoratie. Uit de 60ste en 61ste verdieping, de overgang tussen de toren en de metalen koepel, steken acht kolossale stalen Art Deco arendskoppen. De 31ste verdieping heeft als versiering ornamenten in de vorm van de helm van Mercurius - een beeld dat de eigenaars van een 1929 Chrysler al van hun eigen motorkap kenden.

Me, I'm new!

Van Alen maakte zijn ontwerp in eerste instantie niet voor Chrysler zelf, maar voor de enigszins louche ontwikkelaar 'Senator' Reynolds, wiens voornaamste prestatie tot dan toe de bouw was in 1904 van 'Dreamland', een bekend maar financieel desastreus pretpark op Coney Island. Het was Reynolds die Van Alen als architect koos, vermoedelijk omdat die al een zekere reputatie had als belhamel. Van Alen maakte zijn studie aan het Pratt Institute in Brooklyn niet af, maar kreeg wel in 1908 de Paris Prize van het Beaux-Arts Institute of Design. Volgens columnist Kenneth Murchison van het blad Architect was Van Alen de enige Amerikaanse student die uit Parijs terugkwam zonder een doos vol architectuurboeken. “Hij voorzag de toekomst. Hij tintelde van het modernisme dat eraan zat te komen. 'Geen oude troep voor mij! Geen kopieën van bogen en kolommen en daklijsten! Me, I'm new! Avanti!' ”

Dat nu was precies wat Walter P. Chrysler wilde. Hij was zelf van oorsprong een automonteur uit Kansas, die het in 1919, 44 jaar oud, tot vice-president van General Motors had geschopt. De eerste auto onder zijn eigen naam zag het licht in 1924. Chrysler ontwikkelde zich tot de grote concurrent van Henry Ford, die zijn Model T weigerde te moderniseren. Zo ontstond er een gat in de markt voor een 'allemansauto'. Als herinnering aan zijn nederige achtergrond - en hommage aan zijn eigen succes - liet meneer Chrysler het gereedschap uit zijn tijd als automonteur in een glazen vitrine bijzetten op het observatiedek op de 71ste verdieping.

De theatrale inrichting van deze ruimte, van waaruit je door de driehoekige ramen over de stad kon uitkijken, was volgens de architect Robert Stern in zijn standaardwerk New York 1930 geïnspireerd op de contemporaine Duitse expressionistische film 'Het Kabinet van Dr. Caligari'. De wanden waren beschilderd met schuine zonnestralen die bovenin in een sterrenhemel overgingen, de lampen hadden de vorm van de planeet Saturnus. Samen moesten de luncheonette en de toegang honderdduizend dollar per jaar opbrengen, maar daar kwam niets van terecht: het observatiedek van de Empire State was hoger, met vrij uitzicht en ook nog de helft goedkoper.

De autoshowroom die jarenlang onderin de Chrysler Building zat, had meer succes. Door holle ruiten die diep in de gevel waren verzonken ('invisible glass') kon het publiek zonder hinderlijke weerspiegeling naar de vijf auto's turen die op een zacht zoemende draaischijf stonden. Binnen voerde een nieuwe uitvinding, de roltrap, bezoekers naar de de Plymouths, Dodges en De Soto's een verdieping hoger; daar was ook een kleine zaal voor de vertoning van films over de fabricage en proefritten.

Cloud Club

Kosten noch moeite had de opdrachtgever - die tien jaar na de oplevering zou overlijden - gespaard. Achter de vier verdiepingen hoge ingangspartij bevond zich een driehoekige lobby met een vloer van travertin uit Siena en wanden met Rouge Flambé-marmer uit Marokko. Het plafond was bedekt door een schildering van bijna dertig bij dertig meter van Edward Trumbull met de prozaïsche titel 'Energy, Result, Workmanship and Transportation'. De architect had speciale verlichting in verticale stroken ontworpen en boven de portiersbalie hing een hypermoderne digitale klok. De liftdeuren en -cabines, waarvan er geen twee hetzelfde waren, werden met kostbare, exotische houtsoorten ingelegd. Zelfs het trottoir buiten was bij het ontwerp betrokken, met zwarte en grijze banen.

Op de bovenste verdiepingen vestigde Chrysler een sociëteit voor gelijkgestemden uit de auto-, vliegtuig, staal- en oliebranches, met de toepasselijke naam 'Cloud Club'. Hier moest de moderne inrichting wijken voor een vertrouwd soort gezelligheid: een lobby in de Engelse Georgian stijl, een gelagkamer in Bretonse uitvoering. Chryslers eigen kantoren waren haast middeleeuws, met glas-in-loodramen en zware gebeeldhouwde houten deuren. De Club, sinds 1979 gesloten, is nu een stoffige zolder. Maar nog steeds zijn de genummerde houten kluisjes er waar de bezoekers hun sigaren bewaarden, en houten deuren met codetekens waarachter ze tijdens de Drooglegging hun drankvoorraad bewaarden.

Hoewel zijn eigen smaak op z'n zachtst gezegd traditioneel was, had Walter Chrysler goed begrepen dat juist het ultramoderne van zijn gebouw een van de grote selling points was. Hij gaf daarom opdracht aan de vrijgevochten fotografe Margaret Bourke-White het gebouw al tijdens de bouw uitvoerig te portretteren. Haar foto's, waarvan een serie verscheen in het in 1930 opgerichte blad Fortune, moesten aantonen dat de koepel integraal deel uitmaakte van het ontwerp en niet alleen bedoeld was om op te vallen. In 1936 nog zond de omroep CBS een hoorspel uit, gebaseerd op haar ervaringen bij het fotograferen van het beroemde gebouw.

Bourke-White was verliefd geraakt op het gebouw en op New York. Kort na een verblijf in Rusland in 1930 verhuisde ze vanuit Cleveland naar New York en vestigde haar studio in de Chrysler Building, naast de stalen arendskoppen op de zestigste verdieping. De studio was een toonbeeld van alles wat toen strak en modern was, naar een ontwerp van de van oorsprong Griekse boekbinder, schilder en typograaf John Vassos. Ook hij beschouwde zichzelf als nadrukkelijk modern, met zijn ontwerpen voor meubels in futuristische materialen als 'Fabrikoid', kurk en 'leatherette'. In Bourke-White's studio plaatste hij een aquarium voor tropische vissen tegen de muur, hing jaloezieën van geribbeld aluminium voor de ramen en ontwierp lampen van metaal en gezandstraald glas.

Bourke-White had wel huisdieren, eerst schildpadden en vanaf 1932 twee alligators, Hypo en Pyro geheten. Het waren er aanvankelijk drie, maar Hypo en Pyro hadden met de indringer korte metten gemaakt. Haar secretaresse Peggy had er - om begrijpelijke redenen - een hekel aan en probeerde de beesten tijdens een lange reis van Bourke-White uit te hongeren, maar ze verzetten zich door in een diepe winterslaap te geraken.

Van Alen heeft eveneens zijn bureau in de Chrysler Building gevestigd, maar na deze opdracht is het niet meer goed met hem gegaan. Met zijn reputatie was het gedaan toen Chrysler hem ervan beschuldigde steekpenningen van onderaannemers te hebben aangenomen. De enige foto van hem die regelmatig opduikt, is in 1931 gemaakt, tijdens het Beaux Arts Ball in het Astor Hotel. Een aantal architecten van beroemde wolkenkrabbers voert daar het ballet 'The Skyscraper of New York' op, waarbij ze allemaal maquettes van hun gebouw op hun hoofd dragen. Van Alen zelf is alleen aan zijn Chrysler Building herkenbaar - Een toepasselijk lot voor de inmiddels vergeten schepper van het gebouw dat als geen ander de energie en het flamboyante van het Manhattan van de jaren twintig belichaamt.

    • Tracy Metz