Binnenvaart

Dr. J.E. Andriessen is in zijn artikel (NRC Handelsblad, 6 november) te weinig genuanceerd met zijn opmerking: “afstanden waarop binnenvaart en spoor nu eenmaal niet of nauwelijks kunnen concurreren door de te dure overslag”. Anno 1997 is deze opmerking achterhaald door de praktijk, en over enkele jaren zal blijken dat nu nog voor onmogelijk gehouden markten ook binnen het bereik van de binnenvaart liggen.

De achtergrond van deze ontwikkeling is tweeledig. Allereerst is er de ontwikkeling in de organisatie van het vervoer. Binnenvaartondernemers en wegvervoerders werken steeds meer samen. Daardoor is een krachtige marketing op gang gekomen van het intermodale vervoer, waarbij een deel van het traject per vrachtwagen en een deel per binnenschip wordt afgelegd. Hierdoor worden tal van nieuwe klanten aangetrokken. Daarnaast is op technisch terrein een stille revolutie gaande. De schepen worden steeds beter uitgerust voor het snelle laden en lossen, de kranen worden steeds efficiënter en sneller, de terminals hebben een steeds verfijndere logistiek. Daarenboven is de rol van de informatie en communicatie technologie gegroeid. 'Just in time-vervoer' kan prima intermodaal en dus per binnenschip, mits perfect georganiseerd. De informatie en communicatie technologie maakt dit mogelijk.

Voor het vervoer over de binnenwateren zijn nauwelijks grote investeringen nodig. Het ruimtebeslag van de binnenvaart is minimaal in vergelijking met spoor en weg. De aanslag op de schaarse ruimte, op de stilte en op de natuur is onvergelijkbaar kleiner dan bij welk ander vervoer ook. Zonder grootschalige investeringen kan de binnenvaart met het grootste gemak twee tot drie keer zoveel vervoeren als nu het geval is.

Natuurlijk is het van belang om nieuwe vervoersvormen te ontwikkelen. De lopende band van Rotterdam naar Moerdijk en tal van andere plaatsen ligt er echter al. Hij heet binnenvaart en de frequentie en betrouwbaarheid is ongekend hoog.

    • Mr. J.A. Oosterhof
    • Voorzitter Binnenvaart Rotterdam