Verwarring op het mondiale schaakbord; Opeens staat de vijand achter ons

Zbigniew Brzezinski: The grand chessboard. American primacy and its geostrategic imperatives. BasicBooks, 223 blz. ƒ 65,60 James F. Hodge jr. (ed.): The world ahead. 75th Anniversary Issue. Foreign Affairs, september-oktober 1997, 238 blz. ƒ 26,75

Eens was het een gezelschapsspel van politieke en militaire strategen: geopolitiek, de overtuiging dat de politieke macht en betekenis van staten evenals hun onderlinge wedijver vooral een kwestie zijn van grondgebied, van ruimte, van geografie derhalve. Het bekendste geopolitieke dictum, als we Hitlers obsessie met Lebensraum buiten beschouwing laten, werd in 1919 geformuleerd door Halford Mackinder, hoogleraar geografie aan de Universiteit van Oxford: Who rules Eastern Europe, commands the Heartland; Who rules the Heartland, commands the World-island; Who rules the World-island, commands the world.

Het was een onheilspellende profetie, twee jaar na de Russische Revolutie, maar ze kwam niet uit. Aan het einde van de twintigste eeuw wordt de wereld niet vanuit Mackinders heartland (Eurazië) gedomineerd maar vanuit de 'buitenste halve cirkel': de Verenigde Staten. Geopolitiek is in de tussentijd uit de mode geraakt. Aanzien, invloed en macht in de internationale politiek zijn allang geen voornamelijk geografische kwestie meer. Dit heeft Zbigniew Brzezinski, één van Amerika's meest prominente raadgevers in internationale zaken, er toch niet van kunnen weerhouden een boude 'geostrategische visie' op de buitenlandse politiek van zijn land te schrijven: The grand chessboard waarop Washington de stukken verplaatst.

Het is een typisch Amerikaans boek. Brzezinski hanteert de stijl van een supermacht: wijdse vergezichten, dappere conclusies en fraaie one-liners, geschreven in een licht arrogante toon, zonder een spoor van twijfel. Brzezinski behoort dan ook tot het establishment in Amerika en dat heeft er weer toe geleid dat hij een bijdrage mocht schrijven aan het herdenkingsnummer van Foreign Affairs, 's wereld meest vooraanstaande tijdschrift op het snijvlak van buitenlandse politiek en wetenschap dat 75 jaar bestaat. The world ahead, heet het. Behalve Zbigniew Brzezinski werken ook Samuel Huntington, Arthur Schlesinger, Richard Pipes en George F. Kennan mee, de generatie die in Amerika decennialang de discussie over internationale politiek heeft bepaald.

Geostrategie

De Verenigde Staten mogen de eerste, de enige en (wellicht) de laatste werkelijk mondiale mogendheid zijn, het zal alle denkbare geostrategische vaardigheid vereisen, meent Brzezinski, om deze dominante positie in stand te houden. Geostrategie is een vorm van internationaal politiek management op het allerhoogste niveau. Wie zijn mijn bondgenoten; wie zijn mijn tegenstrevers? Waar liggen mijn mogelijkheden; waar schuilen de gevaren? Net als Mackinder aan het begin van deze eeuw, meent Brzezinski ook nu nog dat de machtsverhoudingen in 'Eurazië' van doorslaggevende betekenis zullen zijn. Het streven moet er op gericht zijn te voorkomen dat ooit een andere mogendheid de suprematie op het Euraziatische continent verwerft. Want alleen de VS zijn op de korte termijn in de gelegenheid de krachten van de mondiale anarchie te weerstaan, aldus Brzezinski. Alleen onder Amerikaanse leiding kan de wereldgemeenschap worden vormgegeven waarin de politieke verantwoordelijkheid werkelijk zal worden gedeeld. Brzezinski neemt voorlopig dus toch maar het zekere voor het onzekere. Ik neig ertoe hem gelijk te geven.

Brzezinski heeft Eurazië in vier delen gesplitst en zet in even zoveel hoofdstukken de prioriteiten van het Amerikaanse beleid uiteen. Europa, het democratische bruggehoofd van Eurazië, is vooralsnog de belangrijkste bondgenoot van de VS. De aanwezigheid van Amerika aan de rand van het continent is voorwaarde om mee te spelen op het schaakbord van Eurazië. Nauwe relaties tussen Amerika en Europa vereisen daarom geen provinciaal nationalisme maar juist een intensivering van de Europese integratie en een uitbreiding van zowel de NAVO als de Europese Unie.

In het verre Oosten zal de betekenis van China verder toenemen. Hoewel Brzezinski niet de modieuze voorspelling deelt dat het land zich in de voorzienbare toekomst tot een wereldmacht zal ontwikkelen, acht hij een 'geostrategische consensus' tussen Washington en Peking noodzakelijk. Waarin het bondgenootschap met Japan namelijk nooit zal voorzien, biedt een dergelijke modus vivendi met China wel: vaste voet verwerven op Aziatische bodem. Mensenrechten spelen een ondergeschikte rol. In geopolitiek is weinig plaats voor moraliteit. We leven in een 'grijze' wereld, parafraseert Brzezinski, hoezeer we ook trachten haar zwart en wit te kleuren.

Tussen Europa en China ligt het centrum van Eurazië: Rusland. Rusland is onzeker, onrustig, ontevreden, een zwart gat, meent Brzezinski, een ramp derhalve voor geopolitici. Ruslands rol in Eurazië zal worden bepaald door de historische keuze die het land maakt. Hoewel, keuze? Eigenlijk heeft Rusland maar één reële 'geostrategische optie': het transatlatische Europa van EU en NAVO. Brzezinski's oordeel over Rusland is voorzichtig en terughoudend, zeker in vergelijking met dat over China. De VS zullen zich tot het uiterste moeten inspannen om de leiders in het Kremlin de keuze voor 'Europa' te laten maken, adviseert Brzezinski. Maar hoe? Rusland is ook naar zijn mening te zwak, te onderontwikkeld om een werkelijke bondgenoot te zijn. Samenwerking is het hoogst haalbare, en zelfs die vereist dat Rusland zijn imperialistische ambities overboord zet.

Brzezinski deelt zijn sombere kijk op de toekomst van Rusland met zijn generatiegenoot Richard Pipes. 'Ruslands werkelijke nationale belangen vereisen een pro-westerse oriëntatie', schrijft Pipes in zijn bijdrage aan Foreign Affairs, 'maar het is onbekend welke richting het land zal kiezen.' Bijzondere gunsten moeten Moskou in ieder geval niet worden verleend. Die zullen alleen maar de honger van nationalisten opwekken. Pipes en Brzezinksi - beiden van Poolse afkomst - wantrouwen Rusland meer dan China. Hier spelen bittere persoonlijke ervaringen een rol.

Wat voor geheel Eurazië geldt, geldt in het bijzonder voor het zuidelijk deel van het continent. Dit is de 'Euraziatische Balkan', een gebied dat zich uitstrekt van het Oosten van Turkije tot het Westen van China, van Kazachstan tot aan de Afghaans-Pakistaanse grens. Het is een heksenketel: etnische en religieuze tegenstellingen, grote concentraties van natuurlijke rijkdommen (olie vooral) en belangrijke mogendheden die elkaar invloed betwisten. Het is Amerikaanse suprematie of internationale anarchie. Maar juist hier zijn, concludeert Brzezinski, de mogelijkheden beperkt. De VS zijn te ver weg om dominant aanwezig te zijn in het gebied, maar ze zijn te machtig om zich er niet te manifesteren. Zijn conclusie luidt: 'geopolitiek pluralisme'. Geen enkele mogendheid mag de Euraziatische Balkan domineren, zeker niet het Kremlin dat een groot deel van dit gebied nog als het 'nabije buitenland', betitelt.

Aureool

Geostrategie heeft het aureool van Realpolitik, maar hoe realistisch is ze werkelijk? Internationale betrekkingen zijn in Brzezinski's visie vrijwel uitsluitend een kwestie van relaties tussen staten. Non-gouvernementele organisaties, wereldwijde communicatienetwerken, CNN, het internationale bedrijfsleven - ze komen in zijn betoog éénmaal voor, in de op één na laatste alinea. Grondgebied, invloedssferen daar gaat het bij Brzezinski vooral om. Culturen, beschavingen, historische tradities - ze spelen nauwelijks een rol in het spel op het grote schaakbord. Alsof Samuel Huntington (The clash of civilizations) niet bestaat. Ik stel me Brzezinski bij het schrijven van The Grand Chessboard voor in zijn studeerkamer, voortdurend lijnen trekkend op grote landkaarten van het Euraziatische continent. Een beetje zoals de Amerikaanse president Woodrow Wilson na afloop van de Eerste Wereldoorlog tijdens de vredesonderhandelingen in Parijs op eigen houtje de grenzen in Europa hertekende. In de herinnering van één der aanwezigen ging dat zo: 'We liepen een kamer binnen waar de vloer schoon was. Wilson spreidde een grote kaart uit op de grond, gingen op handen en knieën zitten en liet ons zien wat hij had gedaan. De meesten van ons zaten nu ook op de grond. Ik zat vooraan en voelde dat iemand me duwde, keek boos om en zag dat het de Italiaanse premier Vittorio Orlando was, die als een beer naar de kaart toekroop (...) De machtigste mannen in de wereld, boven een landkaart, op handen en voeten.'

De meeste bijdragen aan het jubileumnummer van Foreign Affairs ogen dan toch moderner. Je hoeft niet het populaire misverstand te delen dat de wereld één groot, door computers en telecommunicatie verbonden gemeenschap is geworden (zoals de topbankier Walter Wriston doet in zijn artikel 'Bits, bytes, and diplomacy') om je te realiseren dat Brzezinski's karakterisering van de internationale politiek slijtage vertoont. Het klassieke spel wordt steeds minder vaak gespeeld, meent ook Josef Joffe, redacteur van de Süddeutsche Zeitung. Amerika mag een maat 'XXL Bismarckian empire' zijn, maar zowel van zijn belangen als van de wijze waarop het die verdedigt zou de Duitse kanselier niets hebben begrepen. De inzet, de actoren, de middelen van de internationale politiek veranderen drastisch. Of zoals Wriston opmerkt bij wijze van metafoor: Bill Gates, de man die in staat is een software systeem te schrijven en te slijten dat hem in korte tijd één miljard dollar oplevert kan overal ter wereld de douane passeren met 'nothing to declare', terwijl zijn echtgenote invoerrechten moet betalen over de ring die ze kort daarvoor heeft aangeschaft.

Terughoudendheid

Is Amerika eigenlijk wel de machtige mondiale mogendheid zoals Brzezinski veronderstelt? Zijn de Amerikanen wel in staat (en bereid) om het grote schaakbord te bespelen? Brzezinski is niet blind. Hij ziet de beperkingen aan de geopolitieke macht van de VS. Amerika is binnen de eigen grenzen te democratisch om daarbuiten op autocratische wijze te kunnen opereren. Democratische instincten verhouden zich slecht met de financiële en menselijke offers die wereldpolitiek kunnen vragen. Bovendien, en dat lijkt hem meer te spijten, laat de supermachtt-status van de Amerikaans bevolking vooral onberoerd. Dat staat in schril contrast met de moderne zendingsdrift waarvan Brzezinski getuigt in The Grand Chessboard.

De toon van de bijdragen aan Foreign Affairs zijn over het algemeen aan de voorzichtige kant. Ze is soms zelfs pessimistisch. In een superieure bijdrage over nationaal belang en buitenlandse politiek concludeert Samuel Huntington dat de mondiale invloed van de VS ver achterblijft bij hun overweldigende superioriteit. 'Landen klein en groot, rijk en arm, bondgenoten en tegenstrevers, democratisch en autoritair, ze lijken alle in staat weerstand te bieden aan de verlokkingen en de dreigementen van de Amerikaanse politiek'. Protectionisme, sancties, interventie, mensenrechten, proliferatie en vredeshandhaving - ieder gaat z'n eigen weg. Wat verklaart de kloof tussen macht en invloed? Traditioneel is Amerika al een sterk land met een zwakke regering, stelt Huntington, maar nu is de aard van haar macht ook nog eens dramatisch veranderd. De VS zijn een soft power geworden met een fenomenale aantrekkingskracht, die vele malen sterker is dan de mogelijkheid anderen je wil op te leggen. Internationale politiek is vooral een kwestie van pull, niet van push.

Net als Brzezinski meent Huntington dat juist de Amerikaanse samenleving zelf ernstige beperkingen oplegt aan 's lands buitenlandse politiek. Het gaat hem daarbij niet zozeer om het democratische maar om het multiculturele karakter van het maatschappelijk bestel. Buitenlands beleid dient de nationale belangen die zijn ontleend aan de nationale identiteit, aldus Huntington, maar de nationale identiteit is schuilgegaan achter een doorgeschoten multiculturalisme. Amerika voert daarom geen buitenlandse politiek meer. Washington verdedigt volgens Huntington alleen maar deelbelangen: van Amerikaanse joden, Polen, Latino's, Japanners, van Amerikaanse Chinezen desnoods. Amerika heeft daarom voor alles een nieuw idee van gemeenschappelijkheid nodig. Geen 'grand designs' maar terughoudendheid.

Huntingtons analyse sluit nauw aan bij de huidige obsessie van veel Amerikanen met rassenverhoudingen, met multiculuralisme, met etnisch zelfbewustzijn en met de vermeende teloorgang van de nationale gemeenschapszin. De color line zal het probleem van de 21-ste eeuw worden, voorspelt de historicus Arthur Schlesinger in zijn bijdrage 'Has democracy a future?' Op haar tandvlees heeft ze de eeuwwisseling gehaald, en het is zeer de vraag of de democratie de komende eeuw al die ongeleide krachten van technologische dynamiek, kapitalistische expansie en etnische verdeeldheid zal overleven.

Ook 's lands meest succesvolle generatie buitenlandspecialisten lijkt zich te realiseren dat de werkelijke uitdagingen aan 's wereld enige mondiale mogendheid zich pas manifesteren, nu de vijand is verslagen. Het is de paradoxale desillusie van de overwinnaars van de Koude Oorlog.