Van Aartsens gelijk

DE EERSTE CONFRONTATIE tussen minister Van Aartsen en de Kamer over de sanering van de varkenshouderij is gisteren onbeslist geëindigd. Alle sprekers toonden zich onder de indruk van de noodzaak de varkensstapel van veertien miljoen dieren te beteugelen. De pestepidemie, die nog steeds niet geheel onder controle is, heeft de geesten rijp gemaakt voor ingrepen.

Maar die mogen van een aantal partijen niet al te drastisch zijn. CDA, PvdA en VVD wierpen zich de afgelopen dagen op als verdedigers van de bedrijfstak. Anderzijds wilden de coalitiegenoten natuurlijk niet bij voorbaat 'hun' bewindsman laten vallen. Het debat wordt in december voortgezet en dan zal er duidelijkheid ontstaan.

De agrarische sector in Nederland wordt historisch uit de wind van de internationale markt gehouden. Natuurlijke tegenslagen als ziektes en weersomstandigheden worden uit de gemeenschappelijke pot gedekt. De boeren die als gevolg van de pestepidemie hun stallen hebben moeten ruimen, worden schadeloos gesteld. De boeren die straks aan de sanering willen meewerken door hun bedrijven te sluiten mogen eveneens rekenen op een opkoopsom. Voor een deel gaat dat op de zak van de Europese belastingbetaler. De ruzie die is ontstaan over een rapport van inspecteurs van de Europese Commissie moet dan ook daaruit worden verklaard. De kosten van het ruimen zouden onevenredig op de Europese Unie worden afgewenteld. De minister bestrijdt dit overigens.

Van Aartsen wenst een harde sanering van om te beginnen 15 procent van de varkensstapel voor alle bedrijven en nog eens 10 procent gericht. De bewindsman onderkent dat het zogeheten maatschappelijk draagvlak voor zijn maatregelen aanwezig is - na alle ellende en de duidelijk gebleken verantwoordelijkheid van de bedrijfstak zelf voor de verbreiding van de pest. Ook voor de epidemie uitbrak vormde de varkenshouderij een milieuvraagstuk van belang. Het mestoverschot - zoals de stelselmatige verzieking van grond en grondwater eufemistisch wordt genoemd - en de manier waarop de boeren daarmee wensten om te gaan wacht al jarenlang op een desnoods ijskoude sanering.

Het moet voor de minister een teleurstelling zijn geweest dat de Kamer dwars ligt. Eerder scheen steun aan Van Aartsen te zijn gewaarborgd. De proefballonnen die hier en daar in de Kamer werden opgelaten overtuigen niet. Voorstellen om de boeren nog een kans te geven en hun bereidheid tot medewerking aan te tonen zijn ongeloofwaardig tegen de achtergrond van de jongste geschiedenis. Plannen om meer fasering en geleidelijkheid in de sanering te brengen houden geen rekening met de ernst van de situatie en de noodzaak snel te handelen.

Toen de epidemie op haar hoogtepunt was, heeft de minister aangekondigd de varkenshouderij ingrijpend te willen vernieuwen. Stalbinding van de geboorte tot het abattoir was een van de voorstellen die verregaande consequenties voor de opzet en de inrichting van de sector zullen hebben. De gangbare opsplitsing van de productie in vermeerdering, opfok en afmesten leidt tot regelmatig transport. Met het oog op het tegengaan van de verspreiding van ziektes wil de minister daar van af.

DE VARKENSHOUDERIJ ZAL zich moeten gaan richten op een hoogwaardig product met een hoge toegevoegde waarde. De productiemethoden zullen daarbij moeten worden aangepast. Een afgeslankte sector zal niet alleen het milieu ontzien, maar ook de boeren steviger grond onder de voeten geven. In de exploderende Europese varkensmarkt - aangejaagd door de tegenslagen in Nederland - zal dat nog van pas komen.