Serie biedt inzicht in cabaretvak

Ned.1, 21.03-21.59u.

Youp van 't Hek demonstreerde eens stap voor stap aan zijn dochtertje hoe men op een fiets stapt. Bijna kwam hij daarbij ten val. “Ik kòn het opeens niet meer”, vertelde hij in de door Coen Verbraak geschreven interview-bundel Over het vak (1995). “Terwijl ik vijf keer per dag op een fiets spring. Dat is het rare: als je mij vraagt hoe ik die binnenbocht nou precies neem, wéét ik het niet.”

Het voorval kwam ter sprake omdat Verbraak de cabaretiers in die bundel niet aan het woord liet over hun jeugd, hun psyche, hun maatschappelijk engagement of hun toekomstplannen, maar over de technieken van hun vak. En hoewel ze daarover honderduit konden vertellen, bleek het onmogelijk te zijn de kern van hun optreden in woorden te vatten. “Het wordt eigenlijk pas moeilijk wanneer je het expres probeert te doen,” zei Brigitte Kaandorp.

Typerend was ook wat Harrie Jekkers destijds overkwam. Op de avond na het interview speelde hem, tijdens zijn show, nog door het achterhoofd wat hij eerder die dag over zijn technieken had verteld: dat een grap bijvoorbeeld harder aankomt als hij tijdens het vertellen een stap naar voren doet. Prompt speelde Jekkers die keer een ondermaatse voorstelling: “Door zo'n gesprek ga je erover staan nadenken, ga je opeens analyseren wat je staat te doen. Ik stond steeds te denken: hoe time ik die en die grap eigenlijk? En dan gaat het mis.”

Datzelfde mechanisme doemt op nu Verbraak het idee achter zijn boek heeft omgezet in de vierdelige tv-serie Achter de lach, die vanaf vanavond wordt uitgezonden door de NCRV. Ook nu zijn Van 't Hek en Jekkers er weer bij, naast Freek de Jonge, Herman Finkers, Jenny Arean, Jasperina de Jong, Karin Bloemen, Paul van Vliet, Seth Gaaikema, Hans Dorrestijn, Theo Maassen, Lenette van Dongen en de groep Purper in de samenstelling van het vorig seizoen. Het is een imposante verzameling artiesten, die samen een voorbeeldige spectacle coupé van het Nederlandse cabaret vormen.

Ze vertellen veel, en bovendien komt Verbraak volop tegemoet aan het verlangen van veel theaterbezoekers om eens achter de schermen te kijken. We zien hen vlak vóór en vlak na de voorstelling, met hun zenuwen, hun rituelen (Jekkers neemt zijn eigen thee mee, Finkers strijkt zijn broek), hun ge-ijsbeer en hun getut. Door de levendige montage spreken ze elkaar soms ook tegen. Freek de Jonge zegt dat een voorstelling binnen veertien dagen te schrijven is, Youp van 't Hek doet er niet veel langer over (“een week of drie, vier”), maar Paul van Vliet spreekt van “een half jaar, minimaal”. Van Vliet stelt voorts vast dat het schrijven “uit overvloed” moet komen en dat hij wel eens finaal vast heeft gezeten: “Ik heb een paar keer gedacht: waar haal ik 't vandaan - ik heb 't niet, 't is op... en dan ben je echt wanhopig.” Seth Gaaikema zegt die ervaring ook te kennen. Vervolgens reageert Freek de Jonge: “Een writer's block? Sentimentele onzin.”

Verbraak, die er blijk van geeft dat hij een geïnteresseerd en vasthoudend interviewer is, heeft al die verhalen mooi gelardeerd met fragmenten uit voorstellingen, die vaak letterlijk illustreren wat er zojuist is verteld. Dat hij in zijn commentaar soms een didactische toon aanslaat, past goed bij de cursus-achtige opzet van Achter de lach. Want hoewel het echte geheim toch nooit te onthullen valt - en zeker niet door degenen die elke avond bewijzen dat ze het in hun vingers hebben - biedt de serie wel degelijk heel wat inzicht in het cabaretvak. Al was het maar in de juistheid van de paradox die in het begin van de eerste aflevering wordt geciteerd uit de mond van Wim Kan: “Als je leeft voor de voorstelling, heb je geen leven. Maar als je er niet voor leeft, heb je geen voorstelling.”