Schande

De terreur van de economie. Door Viviane Forrester. Uitg. Ambo, ƒ 34,90

Viviane Forrester in De Balie (Kleine Gartmanplantsoen 10, Amsterdam, 020 5535100), vanavond 20.30, toegang ƒ 12,50

'Schaamte zou op de beurs genoteerd moeten worden”, schrijft Viviane Forrester in L'Horreur Economique. “Schaamte is een vaste waarde, een belangrijk element van het begrip winst.” Haar boek komt deze week in Nederland uit onder de titel De Terreur van de Economie. Gisteren sprak de schrijfster er over in Maison Descartes, vanavond debatteert zij in De Balie in Amsterdam.

De Terreur van de Economie is een boek in de letterlijke zin van het woord, het bestaat uit bedrukte bladzijden met een kaft er omheen. Maar daar houdt de vergelijking met de meeste boeken op. Dit is geen roman, geen documentaire, geen analytische verhandeling, maar een hartekreet over de wreedheid van de werkloosheid, over het complot van het kapitalisme, over het identiteitsverlies van zijn slachtoffers.

In Frankrijk is L'Horreur Economique ingeslagen als een bom. Er zijn nu 350.000 exemplaren van verkocht, dertien vertalingen zijn uit of volgen binnenkort. Ook in het buitenland zijn flinke oplagen genoteerd: Duitsland 100.000, Italië rond de 80.000. Zweden, Brazilië (50.000) en Korea lezen ademloos mee. De cineast Marcel Ophuls (van de geruchtmakende documentaire Le Chagrin et la Pitié, over Franse collaboratie tijdens de laatste wereldoorlog) zou er een film aan willen wijden.

Viviane Forrester heeft een snaar geraakt. Misschien juist omdat zij geen boek over economie heeft geschreven. Haar woordenvloed is nog net door witbladzijden gefraseerd, maar de hoofdstukken hebben geen titel. Een inhoudsopgave onbreekt, begrijpelijk, hij zou uit één woord kunnen bestaan: Schande. De harteloosheid van het systeem is zo allesoverheersend dat één furieuze aanklacht geboden is.

Dat is gelukt. Toen het boek net uit was in Frankrijk, ruim een jaar geleden, kwamen in de media allerlei werklozen aan het woord die vertelden eindelijk iets van hun opgekropt verdriet terug te vinden in dit even chaotische als hartstochtelijke boek. Van een nette mevrouw nog wel, die eerder bekend stond als romancière en schrijfster van biografieën (Van Gogh, Virginia Woolf) dan als pamflettiste. Politici, van Chirac tot Jospin, verzekerden om het hardst zich dit drama aan te trekken. Met een werkloosheid van meer dan drie miljoen mensen (12,6 procent van de beroepsbevolking) konden zij ook moeilijk anders.

Voor economen (en de meeste Europese politici) moet dit boek een horreur zijn. Geen enkel door hen gehanteerd begrip wordt erkend, nergens ontmoeten de begrippenapparaten elkaar. Kostenverlaging, lastenverlaging, opbrengst per eenheid product, vergroten van de concurrentiekracht, economische groei, het zijn allemaal vloeken in de kerk van Forrester. Zij betwijfelt of ondernemers en politici wel echt meer banen willen. Alles wijst er op dat zoveel mogelijk geproduceerd moet worden met minder mensen. Nutteloze arbeidskrachten worden terzijde geschoven. Nu krijgen de meesten nog een minimumuitkering en een dak boven hun hoofd, maar wie weet, als een Le Pen-achtig regime aan de macht komt kan het gebeuren dat zij in kampen worden opgeborgen, of erger, de economische genocide.

“Moeten wij zo nuttig zijn dat we het recht verwerven om te leven?”, vraagt Forrester zich vertwijfeld af. In het verlengde van haar tirade tegen de eenzijdige criteria waarmee de westerse economieën worden geleid, opereert zij tegenwoordig in de voorhoede van de Franse beweging voor een 'sociaal Europa'. Zij is even actief in de strijd tegen verenging van de Franse immigratiewetten. “De jacht op de vreemdeling is in wezen de jacht op de arme”, zegt zij.

Aangemoedigd door het succes van Forresters boek over werkloosheid heeft uitgever Fayard opnieuw een autobiografisch boek uit 1992 op de markt gebracht. Ce soir après la guerre, Die Avond na de Oorlog, vertelt over het leven van een joods meisje dat na de oorlog bekomt van die andere horreur, die voor Viviane een extra wrang accent had door de ervaring met een vader-bankier die zijn angst en walging had omgezet in een vorm van elitair Frans antisemitisme.

Zij groeide op tot een moedig, zelfstandig schrijfster en literair recensente met het hart aan de goede kant. In 1972 organiseerde en speelde zij, ter ere van de honderdste geboortedag van Virginia Woolf, een opvoering van Woolfs toneelstuk Freshwater, met de schrijvers Nathalie Sarraute, Alain Robbe Grillet, Eugène Ionesco in de andere rollen. De opbrengst was voor Amnesty International. Een oplossing voor de wereldproblemen heeft zij niet, maar door te rebelleren tegen de aanvaarding van het onaanvaardbare, levert zij haar bijdrage. Al was het maar om de langdurig werkloze zijn zelfvertrouwen terug te geven, door hem te zeggen: het ligt niet aan jou.