Parijs en Bonn willen rol spelen in kwestie-Kosovo

PARIJS, 21 NOV. De regeringen van Frankrijk en Duitsland hebben gisteren de Joegoslavische president, Slobodan MiloševiEÉc, gevraagd de door een grote Albanese meerderheid bewoonde provincie Kosovo weer een speciaal staatkundig statuut te geven. Bovendien willen de twee regeringen een grotere rol spelen bij de pogingen een oplossing voor Kosovo te vinden.

Dat blijkt uit een brief, opgesteld door de ministers van Buitenlandse Zaken van Frankrijk en Duitsland. De brief, gericht aan MiloševiEÉc en aan de leider van de Albanezen in Kosovo, Ibrahim Rugova, is gisteren in Parijs openbaar gemaakt.

De twee ministers, Hubert Védrine en Klaus Kinkel, tekenen aan dat hun initiatief niet alleen kan helpen bij het vinden van een vreedzame oplossing van de kwestie-Kovoso, maar ook kan bijdragen tot een vermindering van het internationale isolement van Joegoslavië. De internationale sancties die tegen Joegoslavië nog bestaan worden vooral gehandhaafd wegens het uitblijven van een oplossing voor de kwestie-Kosovo.

Het bewind van MiloševiEÉc schafte in 1989 de grondwettelijk gegarandeerde autonomie van Kosovo binnen de deelrepubliek Servië af. Sindsdien zijn de Albanezen, die negentig procent van de bevolking van Kosovo uitmaken, zo goed als monddood. In de provincie wordt de dienst uitgemaakt door de Serviërs, die minder dan tien procent van de bevolking uitmaken maar alle macht bezitten. Het bewind in Belgrado verzet zich tegen elke buitenlandse bemoeienis met de kwestie.

Védrine en Kinkel schreven MiloševiEÉc dat “noch onafhankelijkheid voor Kosovo, noch handhaving van de status quo op lange termijn kan dienen als basis van een vreedzame regeling”. Alleen een speciaal (bestuurlijk) statuut kan tot zo'n oplossing leiden, aldus de ministers. (Reuters, AFP)