Paddestoelenvergiftiging

Druppels druipen van donkere takken. Mistnevels trekken langs glimmende groenzwarte boomstammen. Spinnenwebben glinsteren tussen de takken. Bruine, gele en rode bladeren ritselen over de bosgrond. Voorzichtig fluit een roodborstje zijn liedje. Op de grond schitteren een paar vliegezwammen. Verderop glimmen gezellige slijmerige ronde bolle bruine kappen van eekhoorntjesbrood. Voor je voeten staat opeens een lichtgroene paddestoel. Een koele kleverige bijna platte hoed. Een witte steel met een rokje en nog een kraag waar de steel uit de grond komt.

Als je die opeet ben je een week later vrijwel zeker dood. De paddestoel is een groene knolamaniet. Het is de giftigste paddestoel die in Nederland groeit. De giftige stoffen erin heten phalloïdine en amanitine. Eerst merk je niets van het gif. Pas na een halve dag begin je te zweten, de tranen lopen over je wangen terwijl je niet huilt, je mond loopt vol speeksel terwijl je geen lekker eten ziet, je pupillen trekken samen, je wordt misselijk. Een paar uur later moet je overgeven, krijg je diarree, word je duizelig en kun je in coma raken. In de week erna vernietigt het gif je lever. Daar ga je dood aan, behalve als je door een levertransplantatie een gezonde lever krijgt van iemand die net is overleden. Maar de kans dat er op tijd een donorlever is, is klein.

De beroemdste paddestoel is rood met witte stippen. Hij heet vliegezwam. Hij is ook giftig, maar veel minder dan de groene knolamaniet. De giftige stof die erin zit heet muscimol. Je gaat er niet van dood, behalve als je twee kilo vliegezwammen eet. Van een flinke hap vliegezwam word je wel misselijk, je krijgt er diarree van en je kunt er dingen van gaan zien die er niet zijn. Dan ben je aan het hallucineren.

Er groeien in Nederland paddestoelen waar je beter van gaat hallucineren dan van vliegezwam. Ze heten kaalkopjes en groeien hier en daar in weilanden. Het zijn kleine bruine paddestoeltjes met een kleverig puntmutsje. Er zit psylocybine in. De meeste mensen zien allerlei kleuren door elkaar heen vloeien als ze door die stof hallucineren. De muren en vloeren gaan golven, wat in het echt dus niet kan. Sommige mensen denken dat ze gaan vliegen, terwijl ze gewoon stoned op een stoel zitten.

Wie kaalkopjes wil hebben hoeft ze niet zelf te zoeken. In veel steden zijn paddowinkels die hallucinerende paddestoelen verkopen. Hallucinerende paddestoelen heten tegenwoordig paddo's. De kaalkopjes die daar te koop zijn komen meestal niet uit de Nederlandse natuur, maar zijn binnen gekweekt. Er zijn ook hallucinerende paddestoelen te koop die niet in Nederland groeien, zoals de giechelkaalkopjes.

Van paddo's kun je ook wel ziek worden. Wie er niet goed tegen kan valt flauw. En nadat de hallucinatie voorbij is loop je met een rare droge mond rond. Je moet ze niet te vaak en te veel eten. Maar dat is met drop, bier, wijn, hasjiesj, wiet en xtc net zo.

Kaalkopjes worden meestal expres gegeten. Maar waarom zou iemand een vliegezwam of een groene knolamaniet of een andere giftige paddestoel eten? Sommige kleine kinderen proeven alles wat er lekker uit ziet. En een mooie glimmende vliegezwam is net een grote lolly. Als ze niet denken dat een boze kabouter de paddestoel uit komt rennen om de vernieler van zijn huis in een kikker te betoveren, willen ze wel een hapje vliegezwam proeven. Een kind dat een stuk vliegezwam heeft gegeten moet je snel laten braken. Dat lukt meestal wel door een vinger in zijn keel te steken. De paddestoel komt dan weer naar buiten voor het gif vrijkomt.

Als je een groene knolamaniet hebt gegeten kun je jezelf redden door je vinger in je keel te steken en over te geven. Maar jammer genoeg weten de meeste amanieteters helemaal niet dat ze een dodelijke paddestoel hebben gegeten. Meestal zit de amaniet per ongeluk tussen champignons die in het wild zijn geplukt. De amaniet lijkt in de verte wel wat op een champignon. Wilde champignons zijn smakelijker dan de champignons in bakjes in de winkel. Lang na de paddestoelmaaltijd, 's nachts, of pas de volgende ochtend, worden de paddestoeleters ziek. Dan pas komen ze op het idee dat ze een verkeerde paddestoel hebben gegeten. Braken helpt dan niet meer, want de paddestoel is al lang verteerd. Het gif zit al in het bloed. De zieken moeten meteen naar het ziekenhuis. Er is een tegengif. Dat krijgen ze met een infuus toegediend, door een slangetje in hun arm. Hopelijk gaat het dan goed, maar meestal loopt het toch nog slecht af. Om de paar jaar gaat er in Nederland iemand dood aan een groene-knolamanietvergiftiging.

    • Wim Köhler