Opdracht Dijkstal aan BVD: Onderzoek extremisme onder Turken

DEN HAAG, 21 NOV. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) geeft de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) opdracht extra te gaan letten op het politiek-extremisme in de Turkse gemeenschap. Het gaat om nationalistische tendensen die de rechtsorde bedreigen en de integratie in de Nederlandse samenleving frustreren.

Dit blijkt uit de brief die Dijkstal vandaag naar de Tweede Kamer heeft gezonden als voorbereiding op het debat over recente publicaties over de 'Grijze Wolven'.

Deze organisatie, volgens Dijkstal van uitgesproken Turks-nationalistische signatuur, zou sterk aan invloed winnen onder de Turkse gemeenschap. Volgens het onlangs verschenen boek, 'Grijze Wolven', een zoektocht naar Turks extreem rechts' van de journalisten Braam en Ülger vormen de 'Grijze Wolven' een terreurorganisatie die probeert greep te krijgen op de Nederlandse staat.

In zijn brief meldt Dijkstal dat de Veiligheidsdienst op dit moment geen stelselmatig onderzoek doet naar de 'Grijze Wolven' noch naar de Turkse Federatie Nederland (TFN). Deze laatste organisatie zou als dekmantel voor de 'Grijze Wolven' dienen.

Uit informatie blijkt dat personen binnen de TFN een dubbele strategie hanteren, zo schrijft Dijkstal. Enerzijds streven zij een integratiebeleid na, anderzijds functioneren zij als verlengstuk van de in Turkije gevestigde MHP, een extreem Turks-nationalistische partij waarvan de activisten 'Grijze Wolven' worden genoemd. De TFN is onder verschillende namen al sinds de jaren zeventig actief. In 1995 telde zij 34 lidorganisaties, op dit moment zijn dat er ongeveer zestig. De schattingen van het aantal Turken dat actief lid is loopt, uiteen van 12.000 (in het boek van Braam en Ülgur) tot meer dan 19.500, en tot 60.000 als de familieleden worden meegerekend (volgens een recente brief van TFN).

Dijkstal schrijft dat de TFN vooral aanhang vindt onder jongeren van Turkse afkomst. “Dit zijn zeker niet alleen jongeren zonder uitzicht op een goede toekomst; integendeel, een flink deel van hun leden spreekt goed Nederlands en heeft in ons land een behoorlijke opleiding doorlopen.”

Aanhangers van de TFN zijn lid geworden van Nederlandse politieke partijen en gekozen in vertegenwoordigende organen. In meerdere gemeenten, deelgemeenten en stadsdelen krijgen lidorganisaties van TFN subsidie.

Dijkstal vindt dat de verantwoordelijkheid van de subsidiegevers. Hij wijst ze er daarbij wel op dat het wenselijk is dat die subsidies bijdragen aan het integratiebeleid dat de regering voorstaat.