Maatregel Nuis verscherpt concurrentie tussen toneelgezelschappen; Nederlands werk zonder subsidie

Een subsidiemaatregel van staatssecretaris Nuis heeft de positie van niet-gesubsidieerde gezelschappen als Het Toneel Speelt bemoeilijkt. “Er zijn schouwburgen die ons nu te duur vinden”, zegt zakelijk leider Ronald Klamer. Niettemin gaat het goed met Het Toneel Speelt.

Trijntje Cornelis is t/m 10/1 op tournee. Inl. (020) 523 77 67

AMSTERDAM, 21 NOV. Toen Het Toneel Speelt vorig jaar werd opgericht hadden Hans Croiset en Ronald Klamer zich een doel gesteld dat zich duidelijk onderscheidde van dat der repertoiregezelschappen. Zonder geldelijke steun van overheid en gemeente besloten ze uitsluitend Nederlands werk (zowel klassiek als modern) uit te brengen voor een breed publiek. Belangrijk uitgangspunt was het opbouwen van een hechte relatie met het publiek: toneel en publiek moesten met elkaar in debat en de vaak met speciale programma's omlijste voorstellingen dienden zo veel mogelijk plaatsen aan te doen.

Voor veel schouwburgdirecteuren in het land, die zich steeds vaker geconfronteerd zagen met de tanende reislust van de repertoiregezelschappen, was Het Toneel Speelt een uitkomst en zij maakten dan ook dankbaar gebruik van het aanbod van het nieuwe theaterinitiatief van Croiset en Klamer. Van de door hen uitgebrachte producties Jozef in Dothan van Vondel, Een sneeuw van Willem Jan Otten en Trijntje Cornelis van Huygens werden elk ruim vijftig voorstellingen verkocht.

Een maatregel van staatssecretaris Nuis van OC en W begin dit jaar bracht echter verandering in de situatie en verscherpte de concurrentie tussen het gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde toneel. Om de gesubsidieerde theatergezelschappen tot reizen aan te zetten stelde Nuis de zogeheten 5-plus regeling in die het voor hen financieel aantrekkelijk maakt met vijf producties op tournee te gaan langs middelgrote theaters. Ook de schouwburgen biedt deze regeling voordeel aangezien zij de betreffende voorstellingen tegen een verlaagd tarief kunnen afnemen.

Niet alleen Het Toneel Speelt, ook een aanvankelijk niet structureel gesubsidieerde theatergroep als het Haarlems Toneel blijkt door deze regeling plotseling heel wat minder voorstellingen te verkopen dan verwacht; volgens het deze zomer failliet verklaarde Haarlemse gezelschap moest het eigen begrotingstekort van 1,2 miljoen zelfs aan de 5-plus regeling worden toegeschreven. Hoewel dit laatste onwaarschijnlijk lijkt, beaamt Ronald Klamer van Het Toneel Speelt dat Nuis' maatregel ook hem in eerste instantie zorgen heeft gebaard.

“Op zo'n plan reken je niet als je je begroting opstelt. Ik vind het een dubbel beleid van de overheid: aan de ene kant is men enthousiast over wat wij doen, aan de andere kant wordt het gesubsidieerde toneel nu financieel gestimuleerd om te reizen waardoor oneigenlijke concurrentie is gecreëerd. Ik had verwacht dat we dit seizoen van Trijntje Cornelis zestig tot zeventig voorstellingen zouden spelen, dat zijn er 55 geworden. Er zijn schouwburgen die in het 5-plus plan zitten en ons niet nemen omdat ze ons nu te duur vinden. Ook van Stilleven, een nieuw stuk van Karst Woudstra dat wij vanaf januari spelen, zijn minder voorstellingen verkocht dan ik had gehoopt. Dat is des te spijtiger omdat hij één van onze toonaangevende toneelschrijvers is en ik vind dat je hem een belangrijke plek moet geven; het is gek dat het repertoiretoneel dat niet doet.”

Toch is het 5-plus plan hem achteraf meegevallen, zegt Klamer. De afname van schouwburgen is ten opzichte van het eerste seizoen stabiel gebleven. De verkoop van Jeptha van Vondel, een productie die gepland is voor volgend jaar, gaat goed. Voor De verlossing, een nieuw stuk van Hugo Claus dat Het Toneel Speelt eveneens volgend jaar zal uitbrengen met onder anderen Annet Nieuwenhuijzen, Anne-Wil Blankers en Will van Kralingen, staan de schouwburgen zelfs te dringen.

Bovendien heeft Het Toneel Speelt zich in korte tijd verzekerd van een flinke aanhang. Men heeft, zegt Klamer, duidelijk vertrouwen in Hans Croiset als regisseur van klassiek Nederlands theater sinds hij in 1979 begon met Vondels Lucifer bij Het Publiekstheater. Hoewel de pers tot nog toe verdeeld op de voorstellingen reageerde, kwam het publiek van meet af aan in groten getale - Een sneeuw was bijna altijd uitverkocht - reden waarom Klamer het eerste seizoen een 'droomscenario' noemt. De betrokkenheid van het publiek gaat zelfs zover dat ruim zeventig mensen desgevraagd bereid zijn gevonden voor 500 gulden 'bondgenoot' van de groep te worden.

Klamer: “Je zou ook kunnen denken aan een gemeente die bondgenoot wordt en waarvoor wij dan bepaalde diensten leveren. Zo zoek ik steeds naar creatieve vormen van financieren. Sponsors vragen die dan met hun naam op het affiche komen, vind ik een te gemakkelijke weg. De ABN/Amro is bijvoorbeeld geen sponsor in de gewone zin des woords, maar is wel belangrijk om onze liquiditeitsproblemen te kanaliseren in de periodes dat we meer uitgeven dan binnenkrijgen.

“Een ander plan is om van Jozef in Dothan een zevendelige soapserie te maken voor televisie, met behoud van alexandrijnen. We hebben daarvoor nu een scenario-opdracht gekregen van het Stimuleringsfonds. Verder denken we aan een educatietraject; met Trijntje Cornelis zijn we nu bezig met twintig, dertig scholen die een lespakket hebben gekregen. Toen wij laatst in Apeldoorn speelden waren er 200 leerlingen die een dag lang workshops en inleidingen volgden en 's avonds naar de voorstelling kwamen kijken.

“Het afgelopen jaar hebben we met een klein tekort van een halve ton afgesloten, voor een jonge onderneming is dat helemaal niet gek. Ik denk ook dat er dit jaar een tekort zal zijn. Maar ik verwacht dat Het Toneel Speelt over twee jaar gaat renderen, zoniet dan moeten we op deze manier ophouden want dan kunnen we in dit land blijkbaar niet zonder subsidie.”