Léon van der Sanden regisseert 'Nora'; Ik heb de blik van een vreemdeling

Regisseur Léon van der Sanden kan, door de verhalen van zijn Duitse moeder en gesterkt door de houding van zijn gehandicapte dochtertje, niet anders dan afstand houden tot de wereld. Vanavond gaat zijn regie van Ibsens 'Nora' in première bij Het Vervolg.

'Nora' door Het Vervolg, Theater aan het Vrijthof, Maastricht. Aanvang 20.30 uur

'De avonden' is nog in het hele land te zien tot 31 jan. Inl. over beide voorstellingen: 043 3255333

Alles wat hij zegt laat regisseur Léon van der Sanden steevast volgen door een relativering zoniet ontkenning. Zo is het, maar dit constaterende, is het ook weer niet zo. Aarzelend maar ook koppig vragen negerend formuleert hij zijn inzichten over wat theater is of zou moeten zijn. Getrouwheid aan tekst bij voorbeeld, maar tegelijkertijd beseffen dat “het onmogelijk is je in taal te uiten”. “Dit zeg ik, terwijl ik het niet kán zeggen”. “Woorden bestaan niet”, besluit hij zijn uiteenzetting over taal.

Bij herhaling benadrukt de regisseur die niet alleen door zijn bedachtzaamheid maar ook in zijn voorkomen iets heeft van een kamergeleerde, dat hij theater maakt vanwege “mijn gigantische woede tegen de wereld”. Gevraagd naar de oorzaak daarvan parafraseert hij de toneelschrijver Herbert Achternbusch: “Wat je begrijpt is altijd minder dan wat je niet begrijpt”. Dáár komt het vandaan en daarom ook, zegt hij in één adem door, “begrijp ik al dat monologen-theater van tegenwoordig niet goed. De vorm doet recht aan moderne wanhoop, maar de utopie waar niemand buiten kan, vind je of moet je in elk geval zoeken in de confrontatie tussen personages. In de grote, klassieke stukken dus.”

De aanduiding is overdrachtelijk bedoeld, tot nu toe regisseerde Van der Sanden voornamelijk modern, in deze eeuw geschreven repertoire. Veel Duitstalige schrijvers als Georg Büchner, Thomas Bernhard, Franz Xaver Kroetz, Heiner Müller, Thomas Brasch, maar ook Eugene O'Neill, Herman Heijermans, Hugo Claus en Tennessee Williams. Daarnaast vertaalde hij een twintigtal stukken, van goeddeels dezelfde schrijvers. En hij bewerkte en ensceneerde in 1996 Gerard Reves roman De Avonden, een voorstelling waarmee het Maastrichtse gezelschap Het Vervolg nu nog met groot succes door het land trekt. Vanavond gaat zijn regie van Ibsens Nora in première, bij Het Vervolg.

Grootste gemene deler van de stukken van deze schrijvers is volgens Van der Sanden “de discrepantie tussen grote hartstocht, liefde en dromen enerzijds en de banale realiteit anderzijds”. “Ik wil extreme polen laten zien, die elkaar bijna uitsluiten. Dat zoek ik in teksten; ik wil het dilemma scherp stellen en het publiek voortdurend van het ene op het andere been zetten. In De Avonden zie je Frits van Egters tweeënhalf uur zijn weerzin tegen zijn milieu verwoorden, maar uiteindelijk erkent hij dat er niets anders opzit dan van zijn ouders te houden. Reve heeft dat slot van zijn roman later zelf betreurd, want hij vond het sentimenteel, maar voor mij is het essentieel. Het moet er zijn, als contrapunt. Het publiek moet niet één overheersende boodschap mee krijgen, maar zelf kunnen kiezen uit een scala van gevoelens. Mijn intentie met regisseren is geen intenties op te leggen.”

De loopbaan van Van der Sanden (1953) bewijst hoe belangrijk docenten kunnen zijn. Net als acteur Bert Luppes, met wie hij bij Hollandia en Het Vervolg samenwerkte, kwam hij met het theater in aanraking door Jan Verstappen, broer van Wim, docent Nederlands op de middelbare school in Den Haag. Thuis - hij groeide op te Rijswijk, “zo'n voorstad zonder identiteit” - bestond het theater niet, zomin als discussie over politiek of ethiek. Vader Piet was Tweede Kamerlid en vice-fractievoorzitter van de KVP, later het CDA.

“Hij was er nooit, dus confrontaties met mijn non-conformistische moeder die aan de kerk geen boodschap had en direct vóór de pil was, zijn er nooit geweest. Wel broeide het, je voelde dat er conflicten op de loer lagen, maar tot uitbarstingen kwam het niet. Ik ben er, denk ik, gevoelig door geworden voor wat onder de oppervlakte speelt. Mijn fascinatie voor het kleinburgerlijke, de gezapige schijn komt er vandaan”.

Grotesk

Al tijdens zijn studie theaterwetenschappen kwam Van der Sanden terecht bij theatergroep Hollandia en Het Vervolg, waar hij deel uitmaakt van de artistieke leiding. Bij Het Vervolg deelt men zijn interesse voor het kleinburgerlijke en het groteske. “Omdat mijn moeder van Duitse afkomst was, heb ik altijd met eenzelfde afstandelijke blik naar mijn omgeving gekeken als zij. Ze was toch een vreemdelinge, hoe geassimileerd ze ook was en al kan ik me niet herinneren dat er ooit toespelingen zijn gemaakt op haar Duitse verleden.”

Voor zijn 'blik van buitenaf' zijn twee door zijn moeder vertelde verhalen bepalend geweest. Hoewel haar familie niets van Hitler moest hebben, werd haar broer verplicht te vechten in de Wehrmacht. Hij sneuvelde bij Stalingrad, waarna iemand van de partij onderaan de trap kwam mededelen: “Gefeliciteerd! Uw zoon is gestorven voor het vaderland!” Het tweede verhaal ging over zijn moeder zelf die, pal na de oorlog, gedreven door haar verliefdheid op Piet van der Sanden, de herdershonden en soldaten aan de grens trotseerde en illegaal naar Gouda kwam. Daar werd ze, om redenen van veiligheid, door de familie Van der Sanden de eerste week als 'Engelse' gepresenteerd.

“Ik was nog jong toen mijn moeder die verhalen vertelde, achteloos bijna. Ze maakten een onuitwisbare indruk op me, vanwege de omkering van alle wetten in het ene verhaal en de maskerade van de werkelijkheid in het andere. Ik heb het gevoel toen besloten te hebben om afstand te houden tot de wereld. Ik heb me voor de modes van mijn jeugd geïnteresseerd, maar ben nooit een echte hippie of een echte kraker of politiek theatermaker geweest. Zie ik Brecht dan denk ik: Artaud is veel belangrijker, maar zie ik Artaud, dan denk ik hetzelfde van Brecht.”

Via een actrice kwam Van der Sanden in contact met de regisseurs Matthias Langhoff en Manfred Karge, die hij assisteerde bij hun regie van King Lear in 1979 bij het RO Theater. Begin jaren tachtig maakte hij kennis met leden van het Oostduitse gezelschap de Volksbühne, haard van oppositie tegen het DDR-bewind. Hij kwam in aanraking met figuren als Heiner Müller en Frank Castorf, de huidige leider van het Deutsches Theater. “Men was in opstand tegen de bestaande orde en pro vrijheid. Toen het Castorf weer eens verboden werd verder te werken, kon hij toch weer aan de slag nadat zijn advocaat aangetoond had dat hij gediplomeerd regisseur was en dus recht had op regie-werk. Pruisische bureaucratie: fascinerend. Je hoefde trouwens weinig te doen om aanstoot te geven. Het was al een politieke provocatie om een banaan op een kaal toneel te leggen, want in de DDR waren geen bananen.”

Onderdrukking

Duitse regisseurs kunnen “een rode deur nog eens extra rood verven”, een neiging die Van der Sanden in het geheel niet heeft. “Het reeële tot de essentie terugbrengen en dat stileren” geniet zijn voorkeur. “Ik probeer de geposeerdheid van mensen niet te ontkennen; het gaat mij om een houding waarin iets wordt weggedrukt. Om benauwdheid, in combinatie met een hoekig-groteske stijl, waarin ik het gelijk van alle personages probeer recht te doen.”

Vanwege die ambitie maakt Van der Sanden voor Nora (Een poppenhuis) gebruik van verschillende versies die van Ibsens stuk uit 1879 bewaard zijn gebleven. Zo voegde de schrijver eind vorige eeuw op aandrang van een Duitse actrice een halve pagina aan het slot toe. “Nora is het verhaal van een zich langzaam van haar benarde positie bewust wordende jonge vrouw, die haar saaie man verlaat. Maar die actrice vond dat immoreel en wilde een slot waarin Nora toch zou blijven. Ibsen is toen teruggekomen op de drie kinderen die in de originele versie aan het slot eenvoudigweg niet meer lijken te bestaan. In de 'Duitse' versie zegt Helmer tegen Nora: 'Kijk eens naar je drie kinderen' - waarop ze besluit toch te blijven. Ik vind vooral de onmacht van de figuren om iets aan hun situatie te veranderen interessant. Door de toevoeging wordt het dilemma veel scherper.”

Van der Sanden is vader van vier kinderen. Een dochtertje heeft een aan autisme verwante gedragsstoornis. Het betekent dat ze volkomen onvoorspelbaar is in haar reacties. “De ene ochtend reageert ze woedend op je vriendelijke vraag of ze wat eten of drinken wil, de volgende ochtend lokt precies dezelfde vriendelijke vraag een tegengestelde reactie uit. Ze moet hoe dan ook altijd eerst een vorm vinden voor wat ze uiten wil. Woorden zijn niet voldoende. Als ze niets eten wil, draait ze haar bord om en een omgekeerde beker betekent dat ze niets wil drinken. Het is een door tekens beheerst bestaan, dat me, hoe triest ik de stoornis ook vind, fascineert en dat leerzaam is. Mijn dochter is haar eigen regisseur, als het ware. Ze uit zich niet zonder eerst een vorm gevonden te hebben. Ze stileert voortdurend, uit noodzaak. Ik doe niet anders.”

    • Pieter Kottman