Kinderen zijn moordenaars

Eva Bentis: Het meisje in het marmer. Contact, 237 blz. ƒ 34,90

Een werd er notaris, een ander buschauffeur, de derde ziekenverzorgster en de vierde psychotherapeut. Thera, Arie, Kore en Alphos: vroeger op school waren ze elkaars beste vriendjes en vriendinnetjes, nu mijden ze elkaar als de pest. Bang om herinnerd te worden aan 'de gebeurtenis', een drama waarbij schoolvriendinnetje Paula, bijgenaamd Palli, de dood vond.

De proloog van Het meisje in het marmer, vijfde roman van Eva Bentis, is opgezet als een Griekse tragedie. Een vertelster kondigt 'vanaf de Olympus' aan wat komen gaat: de vier personages, 'godenkinderen' wier stemmen een koor vormen, 'een niet al te zuiver kwartet', zullen hun verhaal opbiechten. Misschien zal die ontlading ze in staat stellen het verleden te laten rusten. Net als in de vorige romans van Eva Bentis (Het gif kraait koning in mijn hoofd, De engel & het zwaard) gaat het ook nu weer om grote thema's zoals schuld en boete, en de illusie van kinderlijke onschuld. En ook dit keer weet de schrijfster haar lezers moeiteloos het verhaal in te trekken. Thrillerachtige elementen maken je nieuwsgierig naar de afloop: wat is er voor vreselijks gebeurd met dat achtjarige meisje, wil je weten, en in hoeverre zijn de vier gezworen kameraden daar schuldig aan. Kinderen zijn immers tot alles in staat, weten we sinds de moord op de Engelse peuter James Bulger.

Na dat veelbelovende begin en met de ontknoping in het vooruitzicht volgt het leeuwendeel: er moet verteld worden hoe het zover heeft kunnen komen. Bentis bedacht daar een mooie constructie voor: in zes hoofdstukken voert ze de lezer terug in de tijd, tot aan 'de gebeurtenis' zelf, en in elke episode komen de vier afzonderlijk aan het woord. We maken dus uitvoerig met ze kennis, met de bazige intrigante Thera en met dikke Arie, ruwe bolster, grof gebekt; met de zenuwachtige Kore, die vroeger gewoon Cora heette en die met haar meisjesnaam ook haar verleden achter zich hoopt te laten; en met Alphons, die zijn demonen de baas blijft door zichzelf strenge discipline op te leggen.

Laag voor laag pelt Bentis zo de karakters af. In die omgekeerde ontwikkeling worden de vier steeds jonger, en met hun jaren ontdoet Bentis ze van het vermogen zichzelf anders voor te doen dan ze zijn. Hoe jonger ze worden, hoe argelozer ze zich laten kennen. Dat is knap bedacht, maar in de uitwerking van dat idee gaat het mis.

Gaandeweg verwatert de heldere intrige van het begin in te lang uitgesponnen levensverhalen. Het meisje in het marmer lijdt aan overdaad, dezelfde overdaad waaraan ook de eerdere romans van Bentis mank gaan. Zo komen we bijvoorbeeld te weten dat Alphons een verhouding heeft met een patiënte, die weer een oma had met een oorlogsverleden. Zodat ook de Tweede Wereldoorlog nog een rol speelt, in een van de zijwegen van het verhaal die verder overal los van staan.

En dan wacht de lezer tegen het einde een beloning. Want vanaf het eerste moment dat de afdaling in de tijd voltooid is en we terug zijn in de kinderjaren, toen Palli nog een gezond meisje van acht was, valt alles op z'n plaats. Geen woord hoeft meer verspild aan volwassen gedoe over werk en relaties, waarmee Bentis niet wist te overtuigen. Nu er kinderstemmen klinken blijft het overbodige achterwege: eenvoudige, kernachtige taal wordt er nu gebezigd en daarmee keert de spanning in het verhaal terug. Met groot psychologisch inzicht beschrijft Eva Bentis precies hoe dat gaat tussen kinderen, hoe wreed ze kunnen zijn tegen elkaar, hoe hard en gewetenloos.

In het besloten dorp, waar kinderen scheldkanonnades houden tegen de katholieken en de openbaren, en waar iedereen elkaar kent, is Palli de klos. Palli is de beste van de klas, ze steekt Thera de ogen uit met haar hoge cijfers. Palli is raar, en haar ouders eigenlijk ook. Palli mag niet meer meespelen. Palli heeft 's nachts angstdromen, over het meisje in het marmer van de preekstoel in de kerk. Ze heeft het gevoel dat haar iets zal overkomen, en ze heeft gelijk.

De ontknoping is groots, of misschien is grotesk een beter woord. Onophoudelijk beieren die hete juli-dag in 1958 de op hol geslagen kerkklokken, een slecht voorteken. Het had die dag net zo goed anders kunnen lopen, maar dat deed het niet en daarom is Palli dood. De gewelddadigheid waar de kinderen toe in staat blijken te zijn, is geen kattenkwaad maar volwassen slechtheid. Dat maakt Het meisje in het marmer tot een beklemmend boek, dat bij de lezer een wee gevoel achterlaat.

    • Ilse van der Velden