Kerstpakketten vervangen varkens

Bij het bedrijf van varkensboer Mari Melis in Venhorst werd in februari het eerste geval van varkenspest geconstateerd. Acht maanden later staan zijn stallen nog leeg en heeft hij een schuld van drie ton.

VENHORST, 21 NOV. Mari Melis (46) trekt de zwarte deur open van hok nummer 1. Geen geluid van knorrende varkens. In het vertrek is het koud en kil. Er hangt een penetrante geur van ammoniak. “Alles wat ik in achttien jaar had opgebouwd was ik in één klap kwijt. Of ik ooit nog varkens houd weet ik niet”, zegt Melis.

De varkensboer uit Venhorst zag in januari van dit jaar dat zijn varkens ziek waren, maar de symptomen kende hij niet. Zijn dieren waren lusteloos en kropen op elkaar. Na twee weken onderzoek kreeg Melis op 3 februari de onheilstijding te horen. De varkenspest was weer in Nederland. Zijn bedrijf had de primeur. Daarna volgden er nog er nog 421. Melis' bedrijf moest worden ontruimd en ontsmet. Bijna duizend varkens verdwenen de vernietigingsmachines in. Het bleek het begin van een massaslachting waarbij inmiddels al tien miljoen varkens zijn geslacht. Kosten: ruim 4 miljard.

Op het erf van de boer klinkt nu het geluid van mekkerende bokjes. Een hert staat rustig te grazen op een gazonnetje. Nog steeds kan Melis zijn emoties moeilijk in bedwang houden. “Het is net of er iemand is overleden.” Schuldig voelt Melis zich niet. “Waar de pest vandaan is gekomen weet ik niet, dit kan iedereen gebeuren.”

De dag van 3 februari kan Melis zich nog als die van gisteren voor de geest halen. Hij stond in een slachterij in Son, waar hij nog een partij varkens naar toe wilde brengen. Net voordat het eerste dier zou worden gedood, ging de telefoon. De mededeling was duidelijk. De slacht moest onmiddellijk worden gestopt, Melis' varkens hadden pest of salmonella. “Dan stort je wereld in”, verzucht Melis.

In het normaal gesproken zo rustige Brabantse dorpje was het direct na de ziektemelding een drukte van belang. Anderhalve dag voordat minister Van Aartsen (Landbouw) uiteindelijk de pestuitbraak officieel meedeelde en een vervoersverbod afkondigde, was het nieuws in Venhorst al bekend. Vrachtwagens vol varkens werden het hele gebied door versleept naar slachterijen. Alles wat rijden kon reed. “Iedereen weet dat de tent op slot gaat en wil dus van zijn dieren af”, zegt Melis.

Het vervoersverbod voor varkens werd op 4 februari om twaalf uur 's nachts afgekondigd. Melis' varkens werden een dag later geruimd. “Er hebben die dagen in totaal wel 25 man door mijn hokken gelopen en lang niet iedereen heeft zich grondig laten ontsmetten bij het verlaten van het erf. Het hoofd van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees zei tegen mij ik op moest passen. Zelf stapte hij zo vanuit het hok weer zijn auto in.”

De pest verspreidde zich als een olievlek. “Het klinkt misschien raar, maar daar was ik wel gelukkig mee”, zegt Melis. “Je bent toch bang dat je de enige bent.” Aanvankelijk nam Van Aartsen het voor Melis op. Bij een bezoek had hij de boer verzekerd dat hem geen blaam trof en er een financiële regeling zou komen.

Pagina 15: 'Opeens was ik een boeman'

Een aantal weken later bleek dat Melis vijftien varkens te laat had laten registreren, zodat niet kon worden achterhaald waar ze vandaan kwamen. “Een foutje”, noemt de boer dat. Gevolg van de overtreding was dat hij ruim eenderde van de schadeloosstelling misliep. “Ik voel me behandeld als een grote crimineel. Ik werd opeens gezien als boeman.”

Melis' stallen bleven leeg. Vorige maand ging hij op zoek naar ander werk. Groothandel Sligro in Veghel bood hem een baan aan als inpakker van kerstpakketten. “Leuk is het niet, maar het houdt me bezig. Ook op het werk wordt over de pest gepraat, want ik ben daar niet de enige varkensboer.”

Ondanks het leed dat ze hem bezorgden blijft Melis van varkens houden. “Ze zijn mijn leven. Ik kan niets anders. Ik hoop zo snel mogelijk, wellicht al in februari, mijn hokken weer vol te hebben.”

In mei, toen zijn stallen al drie maanden leeg stonden, dacht Melis slim te zijn door vast op de maatregelen vooruit te lopen. Het hok waar de zwangere zeugen moeten liggen verbouwde hij voor vijftigduizend gulden. De varkens zouden niet meer aan een leren riem hoeven liggen, maar zouden elk hun eigen hokje krijgen. “Daarmee voldeed ik aan de eisen voor 2006, maar door de nieuwe plannen waarin groepshuisvesting wordt voorgesteld is dit hok waardeloos geworden. Er heeft nog nooit één varken in gelegen.”

Of zijn hokken ooit nog bevolkt raken weet Melis niet. “Ik heb een schuld van drie ton. Ik heb binnenkort een gesprek met de bank. Dat wordt moeilijk. Maar het is ook niet duidelijk wat die politiek wil met onze sector. Dat wacht ik af.”

    • Egbert Kalse
    • Koen Greven