Het ergste

Op een dag was alle boosheid weg.

Het was midden in de zomer.

Het nijlpaard botste tegen de egel, maar ze werden geen van beide boos. De schildpad zei tegen de slak dat hij er zo gehaast uitzag, maar de slak werd niet boos. De mier at een taart op die voor de beer was bestemd, maar de beer werd niet boos.

De olifant werd niet boos op zichzelf toen hij niet uitkeek, tegen de eik aan liep en met een harde klap op de grond viel en de kikker werd niet boos op de reiger toen de reiger hem weer eens opat.

Het was een vreemde dag.

Dieren die pijn voelden omdat ze ergens tegen aan botsten werden niet boos. Maar daardoor voelden ze wel meer pijn. Andere dieren die over zichzelf treurden gaven zichzelf geen draai om hun oren zeiden niet tegen zichzelf: 'Hou op!' en treurden nog harder.

In de middag kwamen de dieren bij elkaar op de open plek in het bos.

De krekel vroeg aan de olifant wat hij moest zijn als de olifant bij het dansen weer op zijn tenen trapte: 'Blij? Dankbaar?'

De olifant keek hem onzeker aan en haalde zijn schouders op.

'Ik weet het niet', zei hij. 'Gelukzalig misschien. Of bedremmeld.'

Niemand wist wat hij in zo'n geval zou moeten zijn.

'Ik ben verdrietig,' zei de spin, die wat opzij tussen twee takken van derozenstruik hing.

'Ja, dát kan,' zei het nijlpaard. 'Dat kan je nog zijn. Net zo verdrietig alsje maar wilt.'

Er verschenen donkere wolken voor de zon.

'Laten we gaan knarsetanden en stampvoeten,' zei de buffel. De dieren probeerden te knarsetanden en te stampvoeten, maar ze wisten niet meer hoe dat moest.

Somber zaten ze bij elkaar.

'Ik vrees het ergste,' fluisterde de mier in het oor van de eekhoorn.

De eekhoorn knikte. Hij wist niet wat de mier bedoelde, maar hij wist wel dat de mier gelijk had.

Tegen de avond werd het koud en kropen de dieren dicht tegen elkaar aan.

De krekel sloeg daarbij zijn ene been over zijn andere been en trapte per ongeluk op de voet van de neushoorn.

'Au!' riep de neushoorn. 'Kijk uit!'

Het waren boze woorden.

Iedereen schrok en keek naar de neushoorn. Even was het stil. Toen begon iedereen te juichen. De boosheid was terug!

De olifant gaf zichzelf een enorme draai om zijn oren. 'Au!' riep hij. 'Die had ik nog tegoed van mijzelf!' En de tor riep woedend: 'Wacht maar!' tegen niemand in het bijzonder.

Iedereen ging weer naar huis en nam zich voor ergens verschrikkelijk boos over te worden, die nacht.

'Vrees je nog het ergste?' vroeg de eekhoorn aan de mier toen ze door het schemerige bos liepen.

'Nee', zei de mier. 'Ik vrees nog wel wat.' Hij fronste zijn wenkbrauwen en keek van opzij de eekhoorn aan. 'Maar niet het ergste.'

De eekhoorn knikte en vroeg verder niets meer.

    • Toon Tellegen