Hamlets met stamppot

Het heette toen een aangeklede Drie Zusters van Tsjechov of de Drie Zusters uitgekleed. Dat was in hetzelfde theaterseizoen. Of de onuitputtelijke Hamlet. Het ene gezelschap speelde de tragedie spectaculair, zinnenprikkelend, muziek en kabaal erin, en ook met veel bijgesleepte zaken. In elk geval: anders. Terwijl diezelfde avond in een schouwburg in een andere stad er een keurig geregisseerde, betrouwbare, degelijke Hamlet voor het voetlicht verscheen.

Die gelijktijdigheid van uitersten had iets sensationeels, ruim dertien jaar geleden. De Koninklijke Schouwburg in Den Haag ontplooide in 1984 een waardevol initiatief. 's Middags speelde het gezelschap La Luna van Çanci Geraedts een uitvoering van Hamlet die in alle opzichten afwijkend was; het decor was niets dan het kale, versteende toneelhuis. Uitgekleed dus. De monoloog 'To be' etcetera werd liefst tweemaal gezegd, op de goede plek en hij klonk als verdwaald aan het slot. Microfoons versterkten het geluid. Ik herinner me een prachtige dans van Hamlet met zijn naakte dode vader in de armen, hem voortslepend tussen die betonnen muren op de aria 'Let me freeze to death' uit Dido en Aeneas van Purcell.

Na deze voorstelling voor elke toeschouwer stamppot, en vervolgens de avond in met opnieuw Hamlet, nu de aangeklede, door de Haagse Comedie. Volop decor en kostuums, geen uitgebeendheid maar voluptueuze aankleding, geen eigentijdse Hamlet maar een tijdloos-klassieke. Betrouwbaar als een rots. Dat contrast was de verrassing van deze toneelestafette. Ik vond beide voorstellingen prachtig, elk op haar manier. Ze versterkten elkaar, wat de ene niet gaf vond ik bij de andere en omgekeerd.

Schouwburgdirecteuren zijn tegenwoordig lui. Deze dubbelprogrammering is van de podia verdwenen, en dat terwijl de mogelijkheden voor het oprapen liggen. Zoals nu. In Brussel speelde de Koninklijke Vlaamse Schouwburg Kunst van de Frans-Iraanse schrijfster Yazmina Reza. Een week geleden, precies twee maanden na de Vlaamse première, ging Kunst opnieuw bij het Nijmeegse Teneeter. Zelfde stuk. Andere voorstelling. Opnieuw traditioneel versus gewaagd. Die uitvoeringen kunnen niet zonder elkaar; de een verraadt wat de ander verzwijgt.

Ik reken erop dat een schouwburgdirecteur ontwaakt uit zijn winterslaap en de beide voorstellingen een kans geeft. Dan kan de toeschouwer een antwoord vinden op het raadsel waarom in de voorstelling in Brussel Bob Dylan nièt en in de Nijmeegse uitvoering van Kunst Bob Dylan wèl zingt over vriendschap: 'Friends will arrive and friends will disappear.'

    • Kester Freriks