Haagse kunst met korting

Maja van Hall t/m 7 dec in Pulchri Studio, Lange Voorhout 15 di t/m za 11-17u, zo 13-17u;

Vito Acconci t/m 10 jan in Stroom, Spui 193-195, di t/m za 12-17u;

Marcel Reijerman t/m 11 dec bij Galerie van Kranendonk, Westeinde 29 wo t/m za 12-17u.

Uwe Poth t/m 17 dec bij Galerie Nouvelles Images, Westeinde 22, di t/m za 11-17u en laatste zo vd mnd 13-17u.

Wie een kunstwerk van een Haags kunstenaar koopt in een erkende galerie, al is die in Groningen, kan een korting krijgen van 15 procent van de gemeente Den Haag. Het kunstwerk moet minimaal 250 gulden hebben gekost. De korting mag oplopen tot maximaal 400 gulden. Niet het kunstwerk maar de kunstenaar moet wel eerst getoetst zijn. De maker moet zich 'beroepsmatig manifesteren' volgens criteria van Stroom HCBK - Haags Centrum Beeldende Kunst. Er zijn ruim 600 door deze gemeentelijke instelling erkende Haagse kunstenaars, op een totaal van ongeveer 1300 beroepskunstenaars.

De kunstenaars worden regelmatig getoetst want, zo verklaart Jane Huldman van Stroom, “We gaan niet uit van het principe 'eens een kunstenaar altijd een kunstenaar'. Uit reacties van buitenaf maken we vaak op dat we de kunstenaars hier in Den Haag erg verwennen. Naast allerlei aparte regelingen hebben we een jaarlijkse pot 'Stimuleringssubsidie' met bijna een miljoen te verdelen.”

In Den Haag zijn de laatste jaren meer galeries verschenen waar je terecht kunt voor hedendaagse kunst, al is het door het Mondriaan Fonds gesubsidieerde HCAK, geleid door Philip Peters, eerder dit jaar gesloten omdat de subsidie beëindigd werd.

Tot in de jaren zestig telde de stad niet veel galeries: je kon terecht bij Liernur in de Zeestraat en ook De Plaats was er voor de actualiteit. Ton Berends, de galeriehouder die later Nouvelles Images zou openen, verkocht aanvankelijk moderne kunst in een achterkamer van een winkel met rooms-katholieke religieuze voorwerpen. Begin jaren zestig openden Albert Vogel en Leo Verboon hun internationaal geörienteerde galerie Orez in de Javastraat.

Pulchri Studio, en de bijbehorende galerie, is een stevig bastion in de Haagse kunstwereld en wie bijvoorbeeld iets van een eigentijdse Haagse Scholer boven de bank wil, kan terecht bij Kunstzaal Leo van Heijningen op het Noordeinde 152, die gespecialiseerd is in hedendaags naturalisme. Het duinlandschap dat regelmatig op televisie bij Van Kooten en De Bie in een huiskamer te zien is - gemaakt door Aldrik Sluis - komt daar vandaan.

Haagse kunst heeft de naam rustig, beschaafd en doordacht te zijn. De stad heeft ook een standvastige groep constructivisten en dat heeft te maken met het feit dat de Haagse Koninklijke kunstacademie lange tijd op Bauhaus-leest geschoeid was.

Stroom zelf spant zich al jaren in om iets van de (internationale) buitenwereld van vandaag de stad in te krijgen. Op dit moment toont Stroom op de vierde etage van haar pand aan het Spui 193-195 een 'totaalinstallatie' met films en video's uit de begin jaren zeventig van Vito Acconci (1940, New York). Je kan daar op één van de vele fietszadels (elke monitor is verlengd met een enorme toetervorm) vele uren zitten kijken naar zijn egotripjes. Helemaal zonder bezoekers - er was tijdens mijn verblijf van ruim een uur geen kip te zien op een zaterdagmiddag - bood de zaal met een kakofonie van geluiden een treurig maar ook wel grappig schouwspel.

Bij Pulchri daarentegen zag het een dag later zwart van de mensen. Het publiek, vaak wijzend met wandelstokken, besprak op zachte toon de sculpturen van de overzichtstentoonstelling van beeldhouwster Maja van Hall (Voorburg, 1937). Van Halls oeuvre, dat zich voegt naar de vormentaal en techniek van de moderne meesters, maakt een klassieke, traditionele indruk. Invloeden van Giacometti, Henry Moore en Brancusi zijn duidelijk herkenbaar. Overigens citeert ze hen niet letterlijk. Titels drukken vaak uit wat de beelden, gezichtsloos en rudimentair van vorm, proberen te zeggen 'Gebonden', 'Zorg' of 'Omhelzing'; Van Hall zet gevoelens om in creaties met een algemeen herkenbare beeldtaal. Daardoor komen de beelden, die vaak wat al te bescheiden en voorzichtig gevormd zijn, nauwelijks tot een eigen leven en illustreren ze eerder een woord of begrip.

De presentaties bij Nouvelles Images en Galerie Van Kranendonk maken op dit moment veruit de sterkste indruk. Beide galeries tonen reisverslagen; klassiek van idee doch volkomen verschillend van karakter uitgevoerd. Naast een aantal grote abstracte schilderijen van de in Nederland wonende Duitser Uwe Poth (1946), die iets weg hebben van een voorbijflitsend landschap gezien vanuit een hogesnelheidstrein, zijn er tekeningen te zien die nauw verwant zijn met het onlangs uitgebrachte boekwerk Die Italienische Reise. Dat is een ruim 200 pagina's tellend beeldend reisverslag: van de Brennerpas tot Rome - geïnspireerd op Johann Wolfgang Goethe's Tagebuch der Italienischen Reise 1786. Poth hanteert potloden van verschillende diktes en hardheden, beurtelings klassiek academisch en expressief. De toch voert langs gebouwen en sculpturen, die snel en dan weer uitgewerkt in beeld komen, naar het terras van Cafe Greco in Rome. Poth heeft zichtbaar genoten van de reis, dat bewijzen zijn tekeningen.

De Arnhemse kunstenaar Marcel Reijerman (1958) verrast bij Van Kranendonk met schitterende, grote en kleine schilderijen en tekeningen die vol gecomponeerd zijn met talloze gebeurenissen in landschapachtige decors. Ook hij verwerkt reisindrukken. Een verblijf in Griekenland resulteerde bijvoorbeeld in Een toerist slaapt nooit. Kerken, eilanden, dorpen en bergen verenigt hij op een groot kleurrijk doek; er hangt een auto aan een luchtballon, een man graaft een kuil en boten varen havens in en uit in de zonneschijn. Om alles bij elkaar op het doek te krijgen komt hij al improviserend tot intrigerende oplossingen. Net als de zondagskunstenaar lijkt Reijerman het schilderen zelf ondergeschikt te maken aan zijn onderwerp. Daardoor ontstaat een gezellige, pretentieloze chaos.