Frisia Museum in Spanbroek exposeert werk van magisch realist; De grijze wereld van Schuhmacher

Tentoonstelling: Schuhmachers Kleurrijke Grijs. T/m 16 januari in Frisia Museum, Spanbroekerweg 162, Spanbroek/Opmeer. Ma-zo 10-17u. Boek: Wim Schuhmacher, De Meester van het Grijs, (tweede druk) door Jan van Geest ƒ 75,-

In de winter van 1940 fotografeerde Eva Besnyö de schilder Wim Schuhmacher in zijn nieuwe, uiterst ordentelijke atelier in Landsmeer. Geen detail in deze foto of er is - door beiden - over nagedacht. Kolenkit naast de kachel, Christusbeeld met gekruiste handen op een sokkel.

De schilder, gestoken in een warme trui, poseert in een houding die toewijding uitdrukt. Hij heeft een strakzittend hoedje op, een soort halve bal zoals soms afgebeeld op oude Italiaanse schilderijen. Op zijn zorgvuldig schoongepoetste palet liggen twintig keurige dotjes verf met op kop, volgens de regels, een flinke lik wit. Naast de ezel ligt op een wit laken, dat met spijkers is strakgespannen op een tafelblad, een dode vogel, een roerdomp om precies te zijn, en een verdorde rietstengel. Schilderslinnen en tafellaken zijn even groot; alsof de schilder met zijn penselen letterlijk het onderwerp van het ene naar het andere wilde overscheppen.

Met deze foto heeft Besnyö de eigenaardigheden van de toen 46-jarige Schuhmacher prachtig in beeld gebracht. Ook in zijn werk was hij uiterst precies.

Onder de titel Schuhmachers kleurrijke grijs laat het dit jaar geopende Frisia Museum, een particulier museum in de kop van Noord-Holland dat een belangrijke Schuhmacher collectie herbergt, 22 schilderijen en enkele tientallen tekeningen van de kunstenaar zien. Het museum zorgde ook voor een tweede druk van het boek Wim Schuhmacher. De Meester van het Grijs (1991), geschreven door de kunsthistoricus Jan van Geest die op Schuhmacher promoveerde. Daarin is ook een oeuvre-catalogus opgenomen met nieuw ontdekt werk.

Het levendig geschreven boek draagt veel bij tot een beter begrip van dit merkwaardige uit grijstonen bestaande oeuvre. Schuhmacher (1894-1986), nu enigszins in de vergetelheid geraakt, behoorde in de jaren dertig tot de Nederlandse top. Vaak ingedeeld bij 'magisch realisten' als Carel Willink, Raoul Hynckes, Pyke Koch en Dick Ket - het Frisia Museum richt zich op deze schilders -, probeerde hij, zoals velen destijds, met zijn in realistische stijl geschilderde doeken een antwoord te vinden op het dal waarin het modernisme was geraakt.

Hij zocht het in minutieus geschilderde, koele, bijna religieuze sferen uit een ver verleden. Die idylle probeerde hij ook werkelijk te zien in de wereld rondom hem, liefst in droge, dorre Zuid-Europese streken in de voor hem zo kenmerkende zilvergrijze tinten, die zowel een koele als warmere, maar niettemin vervreemdende ondertoon in zich bergen.

Het valt niet mee Schuhmachers vaak wat naïeve weergave van de werkelijkheid op een juiste manier te interpreteren. Zo heb ik zelf in de wat zuur kijkende oude vrouw op een doek uit 1925, dat vaak op zaal hing in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, nooit iets anders gezien dan een nogal afstotelijke vrouw.

Nu ik weet dat het in dit schilderij, dat nog zijdelings kubistische trekken en duidelijke art-déco styleringen vertoont, om Mijn Moeder gaat en dat Schuhmacher ook nog eens zijn moeder mateloos vereerde, kijk ik er met heel andere ogen naar. Zonder de steun van deze vrouw zou hij waarschijnlijk nooit kunstschilder zijn geworden, maar huisschilder in de zaak van zijn vader.