Franse socialisten duiken in eenheidsbad

De Franse socialisten hebben dit voorjaar na de verkiezingsoverwinning het ernstige socialisme van Lionel Jospin het voordeel van de twijfel gegeven. Dit weekeinde triomfeert de premier op het congres van zijn socialistische partij.

PARIJS, 21 NOV. “Dit is het laatste congres van de Parti Socialiste van deze eeuw. Het is tijd de balans op te maken. Gelukkig zijn de socialisten met hun tijd meegegaan.” Aldus de Franse minister van Werkgelegenheid, de socialiste Martine Aubry, over het congres van haar partij dat tot en met zondag wordt gehouden in Brest.

Het is de optimistische en tegelijk trotse taxatie van een van de meest opvallende ministers in de regeringsploeg van Lionel Jospin, die Frankrijk sinds juni bestuurt. Als het aan de premier ligt doet hij dat tot in de volgende eeuw. Zijn tot voor kort verdeelde partij lijkt hem daarbij op dit congres alle steun te geven: 85 procent van de leden heeft op voorhand ingestemd met een motie die het regeringsbeleid goedkeurt. In het hele land waardeert maar liefst 69 procent zijn 'manier van regeren'.

In gesprek met een aantal buitenlandse journalisten liet Martine Aubry gisteren niet na de nieuwe regeermentaliteit te onderstrepen. Die staat in het teken van 'bescheidenheid, overleg en coherentie'. Op de dag waarop in Luxemburg vijftien staatshoofden en regeringsleiders vooral op verzoek van Frankrijk bijeen kwamen om over werkgelegenheid te praten, zei Aubry: “Men wrijft ons in het buitenland vaak een zekere arrogantie aan. Maar wij zijn op het ogenblik niet in een positie om anderen de les te lezen over sociaal beleid. Met bescheidenheid en volhouden komen we een heel eind. Er bestaat nu consensus over wat we doen en hoe we het doen.”

Dat is wel eens anders geweest. Tijdens het veertienjarig presidentschap van François Mitterrand zijn de socialisten bij voortduring verscheurd geweest. De rivaliserende stromingen waren - zoals meestal in de Franse politiek - gegroepeerd rondom mannen, en minder om ideeën.

Fabiusiens luisterden bij voorkeur naar Laurent Fabius, rocardiens naar Michel Rocard, poperinistes naar de op linksbuiten opererende Jean Poperen en de jospinistes zagen in Lionel Jospin de man van de toekomst. Die laatste groep heeft dit jaar onverwacht de wind in de rug gekregen, terwijl ze eigenlijk al opgeheven was wegens gebrek aan geloof, in de eerste plaats bij Jospin zelf.

Het kon allemaal pas goedkomen nadat de hardnekkigste stroming een natuurlijke dood was gestorven, mét zijn naamgever: de mitterandistes kwamen uit alle hoeken en gaten van het socialisme (en daarbuiten), maar zij hadden met elkaar gemeen een onwankelbare talent voor verdelen en heersen. Het is die erfenis, rijk aan meeslepende anekdotes, financiële schandalen en onnatuurlijke sterfgevallen, waar Lionel Jospin al bij zijn gooi naar het presidentschap in '95 een 'droit d'inventaire' voor hanteerde: hij eiste het recht op goede en kwade elementen te scheiden. Het kwam indertijd hard aan, Mitterrand leefde nog. Maar die politiek even moedige als handige benadering is het begin geweest van de langzame, onstuitbare opmars van de 'moreel hoogstaande methode-Jospin'.

Chirac won in '95 en was twee jaar de baas van Frankrijk. Terwijl premier Juppé politiek afbrandde omdat de verkiezingsbeloftes van Chirac te tegenstrijdig waren, leek Jospin niet in staat te profiteren van de impopulariteit van de regering. Tot de onverwachte Kamerverkiezingen van mei '97 hem een platform en vleugels gaven. De Fransen hebben zijn ernstige socialisme het voordeel van de twijfel gegeven en hij is behendig genoeg geweest om ze nog wat lastenverzwaring te verkopen als 'een rechtvaardiger verdeling van de lasten'. Ook dat is de methode-Jospin.

De partij heeft hij het afgelopen half jaar in de vertrouwde handen van François Hollande overgelaten. Deze blozende begrotingsspecialist (met dezelfde ENA-topopleiding als Jospin en veel van zijn vertrouwelingen) had best minister willen worden, maar zijn echtgenote Ségolène Royal werd al staatsecretaris van Onderwijs, en de partijleiding was ook voor Lionel Jospin de springplank naar het hogere. Zondag wordt Hollande naar verwachting zelf eerste secretaris van de partij. Jospin laat de titel dan vallen; hij vecht voor beperking van de dubbelfuncties in de Franse politiek en kan dus moeilijk nog langer zelf zondigen.

Hollande heeft het congres, het eerste sinds 1994, zo goed voorbereid dat er niet meer wordt gevreesd voor echte debatten. Alleen een groep die zich La Gauche Socialiste noemt heeft nog een poging gewaagd enig marktaandeel af te snoepen van de grote, blijde meerderheid. Julien Dray, Jean-Luc Mélenchon en Marie-Noëlle Lienemann hebben met hun actie voor meer banenplannen, links nationalisme en Europafobie binnen de partijafdelingen maar een procent of tien achter zich gekregen. De meeste socialisten hebben na jaren verdeeldheid en de zware verkiezingsnederlaag van 1993 vooral behoefte aan een duik in het eenheidsbad.

De militaire havenstad Brest wacht met spanning op de komst van de vernieuwde socialisten. Bijna moest het congres nog worden verplaatst want in de marinewerven staan duizenden banen op het spel en de bonden dreigden met harde acties. Toen de PS in het vroege voorjaar, uit solidariteit met de verdrukten, deze verre congresplaats koos, droomde niemand ervan als machthebbers naar Brest te zullen reizen. Nu schijnen de metaalarbeiders te zijn afgekocht; zij beloven lieve demonstraties. Jospin moet ongehinderd triomferen, nadat hij heel Europa in Luxemburg al heeft laten meeprofiteren van de Franse werkgelegenheidskunde.

    • Marc Chavannes