Foo Fighters missen bezieling van de zang

Concert: Foo Fighters. Gehoord: 20/11 Paradiso, Amsterdam.

Eén van de merkwaardigheden aan de Amerikaanse popgroep Foo Fighters is dat de zanger/gitarist eigenlijk veel beter kan drummen dan zingen en gitaar spelen. Dave Grohl drumde bij het trio Nirvana, dat begin jaren negentig onverwacht zeer succesvol werd en als aanvoerder van het grunge-genre een al even onverwacht grote invloed op de rockmuziek, en, belangrijker nog, de jongerencultuur had. Een sluimerende underground kwam ineens voor het voetlicht, waarna de hitparades plotseling vol stonden met lawaaiige gitaarbands en een slordige, onverschillige look korte tijd de mode beheerste. Nirvana had de vinger gelegd op een tot dan toe onbenoemd levensgevoel dat onder een grote groep jongeren bleek te heersen.

Toen Nirvana-zanger Kurt Cobain in april '94 zelfmoord pleegde, was Dave Grohl een popster. Als hij dat niet was geweest, had hij misschien een ander bandje gezocht om bij te gaan drummen, maar nu was het logischer om zelf frontman van een nieuwe band te worden - dat werd The Foo Fighters. Van die groep verschenen inmiddels twee uitstekende, succesvolle albums, waarop te horen was dat Grohl knappe, pakkende liedjes kan schrijven, die door een bijzondere akkoordenreeks of verrassende opbouw ver boven de middelmaat uitsteken. Maar de optredens waren altijd teleurstellend, en dat was gisteren niet anders.

Bij Nirvana was Grohl een ongelooflijk goede drummer, met een kracht en een gevoel voor ritme dat weinigen gegeven is. Die imposante beheersing heeft hij bij lange na niet over zijn stem en zijn gitaar, bleek gisteravond in een vol Paradiso opnieuw. Zijn gitaarspel was redelijk, maar zijn stem miste de kracht om de liedjes even goed te vertolken als op de cd's - in de studio kan hij op zijn gemak zingen, op het podium moet hij uit zien te komen boven het lawaai dat zijn band produceert. Al bij het tweede nummer was te horen dat Grohl in grote problemen kwam zodra hij een melodie moest zingen met hogere tonen.

Schreeuwen kon hij wel, en dat deed hij dan ook bijna voortdurend: er stonden veel ruige nummers op het repertoire, zelfs nog een paar oude punkklassiekers, zoals van de Angry Samoans. Energiek was het optreden daardoor wel, en het op en neer springende publiek - voor een groot deel zeer jong, tussen tien en achttien jaar oud - vermaakte zich goed. Maar door de eenvormigheid was het concert voor de andere toeschouwers na zo'n drie kwartier al aan de saaie kant geworden.

Daardoor viel des te meer op dat Foo Fighters live de intensiteit missen die een optreden memorabel kan maken. Het leed geen twijfel dat de muzikanten zelf veel lol hadden, maar meer dan een aardig avondje entertainment, met leuke lichtjes op het glittergordijn achter de band die er een holle Las Vegas-glamour aan toevoegden, werd het geen moment: wat ontbrak was een zanger die door het op een onalledaagse manier overbrengen van universele emoties hart en ziel van de luisteraar raakte.

Op het podium stonden twee drumstellen opgesteld. Aan het begin drumde Grohl een seconde of twintig met zijn drummer mee, later nog een paar minuten. De rest van de tijd stond het er ongebruikt, in stilte de man met de gitaar om de nek verwijtend dat het zo ten onrechte door hem terzijde was gezet.