Een liefdestragedie

“Ik heb nog nooit een boek gelezen dat zo'n inzicht geeft in hoe het is om een Duitser te zijn, jong genoeg om met die hele ellende niets te maken te hebben gehad, en tot de ontdekking te komen dat je er een diepe binding mee hebt waar geen macht ter wereld je uit kan verlossen.” Rudy Kousbroek over de roman 'De voorlezer' van Bernhard Schlink.

Bernhard Schlink: The Reader. Translated by Carol Brown Janeway. Phoenix House, Londen 1997. De Nederlandse vertaling, 'De voorlezer' verscheen bij uitgeverij Ambo, kost ƒ 29,90 en heeft als ISBN-nummer 90.263.14485.

Het is misschien als gevolg van een soort misplaatste trots dat ik niet veel Duits lees. Een trots die mij belet vertalingen te lezen: 'ik heb Duits geleerd, ik heb er eindexamen in gedaan, ik heb geen vertalingen nodig.' Maar wat lees ik in werkelijkheid? Voornamelijk Nietzsche, Schopenhauer, Heine, Morgenstern, nog wat gedichten, een paar toneelstukken uit de 18de eeuw; eigenlijk is het herlezen, het zijn in hoofdzaak dingen die ik al ken. Dankzij mijn vader, die mij tot het lezen van allerlei boeken aanzette door mij er uit voor te lezen; soms, vooral bij Heine en Schopenhauer, hoor ik nog altijd zijn stem.

Maar moderne Duitse romans lees ik vrijwel nooit; ze vervelen me meestal snel. Is het de taal die mij vermoeit of het verhaal? En vergis ik me of wordt er aan Duitse boeken ook weinig aandacht besteed, in vergelijking met bijvoorbeeld Frans (van Engels zwijg ik maar helemaal)? Zoveel is zeker, het was dankzij een artikel in de London Review of Books dat ik geïnteresseerd raakte in een Duits boek: Der Vorleser van Bernhard Schlink, in het Engels verschenen als The Reader. Ik heb het boek ook in het Engels gelezen; de Duitse uitgave, die ik daarna onmiddellijk heb besteld, bleek niet in voorraad. Toch schijnt in kleine kring wel bekend te zijn dat het een hoogst uitzonderlijk boek is. Op het achterplat staat een citaat van Neal Ascherson, die in de Independent on Sunday schreef dat het de beste roman was die hij in 1996 had gelezen: 'Een onvergetelijke korte geschiedenis over liefde, gruwelen en mededogen in Duitsland voor en na 1945. Mond-tot-mond-reclame over deze roman verspreidde zich over heel Europa voor de publiciteitsmachine op gang kwam.' Dat was eind 1996. Het boek, schreef hij, 'schreeuwt om een vertaler'.

Die kwam er, of die was er al: zij moet op dat tijdstip al bezig zijn geweest, Carol Browne Janeway, een Amerikaanse; niet een detail zonder betekenis: er is aan te danken, zoals ook in dat artikel in de London Review werd opgemerkt, dat het telkens terugkerende woord Jungchen met 'Kid' wordt vertaald. Een Britse vertaler zou het moeilijk hebben gehad; wat had hij ervan kunnen maken? Lad? Ik kan geen Engels woord bedenken dat dezelfde dosering van binding en affectie heeft, het herinnerde mij aan het ontroerende gebruik van het woord 'meis' in Het lied en de waarheid van Helga Ruebsamen (Waarachtig, in een paar maanden twee keer een boek tegenkomen van een dergelijk formaat, dat gebeurt niet vaak).

Het kunststuk waar Der Vorleser in slaagt is maken dat je verliefd wordt op een nazi-kampbewaakster. Het is waar dat je dat nog niet weet, in het begin, maar als het aan het licht komt is het te laat. Ik heb nog nooit een boek gelezen dat zo'n inzicht geeft in hoe het is om een Duitser te zijn, jong genoeg om met die hele ellende niets te maken te hebben gehad, en tot de ontdekking te komen dat je er een diepe binding mee hebt waaruit geen macht ter wereld je kan verlossen. Want dat is het precies: op het moment dat het verleden duidelijk wordt is er geen weg terug. Afbreken helpt niet. Loochenen helpt niet. Het verleden, het eigen verleden, is niet meer ongedaan te maken.

Het opmerkelijke is ook de subtiele moederbinding in de liefdesrelatie: net als in Le diable au corps van Radiguet wordt de ik-figuur in het verhaal (Michael) als adolescent verliefd op een volwassen vrouw, een conductrice bij de Gemeentetram; en net als in Le diable au corps wordt de relatie beschreven met een passie en een tederheid waar je stil van wordt - en waartegen geen kruid is gewassen. Een van de manifestaties van die liefde is dat hij haar voorleest, eerst uit de boeken die hij moet lezen als gymnasiast, dan uit de wereldliteratuur zoals hij die ontdekt. Een leven gewijd aan seks en literatuur: hij brengt middagen bij haar door, ze gaan samen in het bad, hij leest, zij luistert, de erotische atmosfeer is onweerstaanbaar. Er zijn, net als in het werkelijke leven, een paar onbegrijpelijke details: een briefje dat verdwijnt, een plotselinge gewelddadige reactie: dan rijst even een vaag vermoeden van een emotionele muur, maar de adolescente minnaar wijt het aan zichzelf, aan zijn onervarenheid, zijn egoïsme, zijn gulzigheid; hij probeert zijn leven te beteren, verontschuldigt zich, onderwerpt zich.

En dan is zij (Hanna is haar naam) plotseling verdwenen; baan opgegeven, verhuisd zonder adres achter te laten, onbegrijpelijk. Het leven gaat door, er gaan jaren voorbij, hij studeert af als jurist, hij trouwt, het huwelijk gaat mis, maar al die tijd blijft haar beeld in hem bestaan, zijn honger naar haar, zijn eerste liefde, de liefde van zijn leven, ongeneeslijk. Wanneer hij haar terugziet, tijdens een proces waarin zij terechtstaat als bewaakster van een concentratiekamp, ondergaat dat gevoel een onbeschrijfelijke devaluatie: het wordt onbruikbaar, machteloos, schaamtevol, maar het blijft bestaan.

De grootste tour de force van het boek is de ontdekking van iets dat Hanna altijd verborgen heeft gehouden, iets dat de sleutel tot de raadsels van haar leven blijkt te zijn en toch door de meeste lezers niet zal worden voorzien. Het dilemma doet zich nu voor of ik hier moet onthullen wat dat is; in het artikel dat ik al noemde, van Gabriele Annan in de London Review of Books van 30 October, wordt het zonder meer uit de doeken gedaan; dat maakt het wel veel makkelijker om over het boek te spreken en de betekenis ervan duidelijk te maken, maar het lijkt mij toch tegen de regels; een van de meest aangrijpende momenten van het boek is nu juist wanneer tot je doordringt wat het was, dat Hanna zo zorgvuldig geheimhield, hoe het op een plausibele en natuurlijke manier haar gedrag verklaart, en tegelijk daarmee een bepaalde visie op het oorlogsverleden: het verhaal is, zoals zelfs hier uit het weinige dat ik er over heb gezegd al duidelijk zal zijn, tegelijk ook zwaar van symboliek.

Een van de uitzonderlijke kwaliteiten van het boek is de sterkte en het treffende van die symboliek, die zich zonder ooit geforceerd aan te doen uitstrekt over de nietigste details. De natuurlijkheid van het verhaal wordt er niet door aangetast. Je leest het, je wordt ontroerd, en op ongeveer de helft van het boek dringt tot je door dat er tegelijk mee wordt uitgedrukt hoe iemand die in onschuld is geboren geconfronteerd wordt met een verleden waar hij zelf part noch deel aan heeft; hoe het hem onmogelijk wordt gemaakt op een normale manier met dat verleden - zijn ouders, zijn land, zijn cultuur, zijn eigen lief en leed - verweven te zijn, terwijl hij zich er ook niet van kan ontdoen. Allerlei ogenschijnlijk gewone en toevallige details krijgen achteraf betekenis, bijvoorbeeld het vele wassen en baden van Hanna, of de rol van Michaels vader, die 'als filosoof' Kant en Hegel citeert, maar 'als vader' niets voor zijn kinderen kan doen ofschoon hij dat 'bijna ondragelijk' vindt.

Wat het verhaal geloof ik ook bevat is een aarzelende speculatie over de rol van cultuur/geletterdheid bij het ontsporen van een samenleving. Er is veel meer over te zeggen, maar dan zou ik ook dingen moeten onthullen die de lezer naar mijn gevoel niet van mij moet horen, maar van de schrijver zelf. Het eind is hartverscheurend. Er is geen hoop. Comment peut-on être Persan? schreef Montesquieu. Hoe kun je Duitser zijn? Een verstoorde relatie met het verleden, en dus met zichzelf; het inzicht dat er niets, niets aan te doen is, maar duidelijk gemaakt met de orkaankracht van een liefdestragedie.

PS. Bij verdere navraag blijkt tot mijn grote verwondering dat er al een jaar geleden een Nederlandse vertaling van Der Vorleser is verschenen bij Ambo. Het boek schijnt nauwelijks besproken en vrijwel niet verkocht te zijn. Niet één boekhandel die ik probeerde had het in voorraad. Over die vertaling weet ik dus niets te vertellen. Wel ben ik nieuwsgierig hoe ze Jungchen hebben vertaald.

    • Rudy Kousbroek