Carlo Ciampi: Italië is rijp voor Europa

Veel van de vraagtekens die nog geen jaar geleden werden gezet bij onmiddellijke deelname van Italië aan de EMU zijn verdwenen. Dat is vooral te danken aan Carlo Azeglio Ciampi, minister van Schatkist.

ROME, 21 NOV. Begin dit jaar stroopte de Italiaanse minister van Schatkist, Carlo Azeglio Ciampi, zijn mouwen op. Mij wacht een bokswedstrijd van twaalf maanden, zei hij toen. Twaalf maanden om te bewijzen dat Italië geen gevaar is voor Europa, twaalf maanden om het tekort binnen de drie procent te krijgen. Er zijn nog bijna zes weken te gaan, maar Ciampi is nu al zeker van de overwinning. “Het risico Italië is verdwenen, zegt hij. En misschien komt het tekort wel onder de drie procent.

“Het is duidelijk dat wij veel twijfels over Italië moeten overwinnen, zegt Ciampi. “Ik zal de eerste zijn om dat toe te geven. We moeten nog steeds vooroordelen opheffen die wortelen in een verleden met een economisch beleid waarin stabiliteit als minder belangrijk werd beschouwd. Maar die lijn hebben we al zeker vijf jaar geleden achter ons gelaten. Italië is nu politiek en economisch rijp voor Europa.

In een gesprek met een paar buitenlandse journalisten strooit hij trots met cijfers. De rentekloof met Duitsland is aanzienlijk gedaald. De inflatie staat deze maand op 1,6 procent. Het tekort is in één jaar teruggebracht van 6,7 procent naar 3 procent. “Ik heb er nooit omheen gedraaid dat we meer hadden willen doen, zegt Ciampi. “Maar wat we gedaan hebben is structureel. Ik verhul niet dat Italië meer dan andere landen behoefte had aan hervormingen. Maar welk ander land in Europa heeft het afgelopen jaar gedaan wat Italië heeft gedaan? In dat licht moet u ons beoordelen.

De werkgeversorganisatie Confindustria zegt dat het kabinet te voorzichtig heeft gesneden in de sociale uitgaven. Het Internationaal Monetair Fonds waarschuwt dat de plannen voor bezuinigingen op de pensioenen niet ver genoeg gaan, dat de arbeidsmarkt rigide is en dat het achtergebleven zuiden van het land geld uit de schatkist zal blijven zuigen. De gouverneur van de Italiaanse centrale bank zegt dat de totale overheidsuitgaven nog steeds meer dan vijftig procent van het bruto nationaal produkt bedragen, en dat dit percentage moet dalen voordat de belastingdruk omlaag kan. Maar toch zijn veel van de vraagtekens verdwenen die nog geen jaar geleden werden gezet bij onmiddellijke deelname van Italië aan de Economische en Monetaire Unie.

Als iemand dat op zijn conto mag schrijven, is dat Carlo Azeglio Ciampi, die volgende maand 77 jaar wordt. Hij is de architect van de sanering van de Italiaanse overheidsfinanciën. Ciampi herinnert eraan dat dit proces is begonnen in 1992, toen hij nog gouverneur van de centrale bank was en de toenmalige premier Giuliano Amato voor meer dan 90 biljoen lire bezuinigde, nu ongeveer 105 miljard gulden. In 1993 heeft Ciampi als premier die lijn voortgezet. De intermezzo's van de premiers Berlusconi in 1994 en Dini in 1995 brachten op economisch gebied continuïteit, en in het centrum-linkse kabinet dat in mei 1996 aantrad, werd Ciampi een soort superminister met vergaande bevoegdheden en kon hij zich gaan voorbereiden voor zijn bokswedstrijd.

“Wij hebben de inflationistische tendenzen in Italië bij hun wortel vernietigd, zegt Ciampi. Hij haalt een paar vellen papier uit zijn zak, met de cijfers over staatsleningen. “Dit draag ik altijd bij me, want dit is het bewijs dat we het goed doen. In januari 1996 was er een staatslening voor drie jaar, tegen een bruto rente van 10,26 procent. Dezelfde lening, deze maand: rente 5,20 procent. In januari 1996 hadden we een spread (verschil in rentestanden, ML) met Duitsland van ongeveer 500 basispunten. Nu hebben we een spread van 60 basispunten. Het zijn de cijfers van de markt, die bewijzen dat de verandering stabiel is.

Ciampi laat een tabel zien waarmee hij wil bewijzen dat er geen sprake is van een eenmalige ingreep dit jaar om de cijfers op te fleuren. Het probleem van Italië was niet zozeer de enorme staatsschuld. Het was de hoge rente die moest worden betaald voor wat Ciampi “het risico Italië” noemt: “De echte ramp van Italië was de 11,5 procent rente die we in 1992 moesten betalen op de staatsschuld, omdat we niet geloofwaardig waren.

Hoofddoel werd daarom het omlaag brengen van de rente door de geloofwaardigheid te herstellen. Dat is gebeurd door een primair begrotingsoverschot te creëren: los van de rentebetalingen geeft de Italiaanse overheid al vijf jaar minder uit dan zij ontvangt. Dit jaar bedraagt dit primaire overschot zelfs 6,5 procent. Hierdoor heeft Italië het vertrouwen herwonnen op de financiële markten en is de schatkist aanzienlijk minder kwijt aan rentebetalingen.

Het kon nog beter, Ciampi beaamt het opnieuw. Het kabinet is onder vuur genomen omdat het, onder druk gezet door de communistische partij en de vakbonden, water bij de wijn heeft gedaan bij zijn economische plannen. De pensioenhervorming is daardoor minder ingrijpend geworden dan Ciampi zelf had gewild, en hoe de 35-urige werkweek betaald moet worden die aan de communisten is beloofd voor het jaar 2000, is ook nog onduidelijk.

Hij onderstreept dat de ingreep in de pensioenen, ook al blijft die beperkt, structurele effecten heeft: de pensioenen in de publieke sector zijn op één lijn gebracht met die in de particuliere sector, en de zelfstandigen moeten meer betalen.

Ook op andere terreinen zijn structurele hervormingen ingezet die positief uitpakken voor de begroting. De hervorming van het belastingstelsel is erop gericht een groot deel van de zwarte economie boven water te halen. Binnen de publieke sector is een reeks maatregelen genomen tegen verspilling.

“Al deze hervormingen hebben een positieve invloed op de begroting die niets te maken heeft met eenmalige ingrepen”, zegt Ciampi. “Ze hebben blijvend effect.”

Over het begrotingstekort voor dit jaar houdt Ciampi een slag om de arm, maar hij laat doorschemeren te verwachten dat dit onder de drie procent komt. Daarom kan er volgens hem geen enkele twijfel meer bestaan aan de vraag of Italië van begin af aan deelneemt in de Economische en Monetaire Unie. “Europa heeft een sterke en een breed-gedragen euro nodig. Deze zaken zijn aan elkaar verbonden. Iemand zou kunnen denken: hoe meer landen, hoe minder sterk. Dat is niet waar. Om sterk te zijn moet de euro alle landen vertegenwoordigen die in staat zijn daaraan deel te nemen.”

    • Marc Leijendekker