Beter dan Zeus; De zegeningen van de disneyficatie

In 'Hercules', de nieuwste Disney-tekenfilm, is de mythische geweldenaar Herakles veranderd in een sympathieke goedzak, Rambo met een Dopey-glimlach. De Disney-studio's trekken het oorspronkelijke verhaal vrijmoedig naar zich toe, net als eerder 'De kleine zeemeermin' en 'Pocahontas'. Maar hoe erg is deze 'disneyficatie'? “Cultuur bloeit bij een vrije herinterpretatie van de klassieken.”

Odysseus en Achilles hadden een betere biograaf, maar het was Herakles die alle helden van het oude Griekenland in populariteit overtrof. Hij werd religieus vereerd van Paestum tot Pergamon; zijn heroïsche werken werden in alle lagen van de samenleving rondverteld en verdicht. Aischylos en Euripides lieten hem figureren in tragedies, de beroemdste tempels in Griekenland en Zuid-Italië vereeuwigden hem op hun friezen, en ook de pottenbakkers van Athene en Korinthe konden geen genoeg van hem krijgen. Vijfentwintig eeuwen na dato puilen de archeologische musea uit van de vazen en schalen waarop de halfgod met zijn onafscheidelijke knots en leeuwenvel in tientallen perikelen is afgebeeld. Zwart- of roodfigurig.

De pop-status van Herakles, de ideale middelaar tussen mensen en goden, is onderwerp van parodie in de nieuwe Disneyfilm Hercules. De baardeloos getekende held - type Rambo met een Dopey-glimlach - heeft zijn eerste monsters nog niet verslagen of hij wordt een registered trademark. Zijn naam wordt door zijn manager Philoctetes ('Call me Phil') verbonden aan sandalen en frisdrank, en zijn beeltenis verschijnt op aardewerk, kleding en zelfs het wettig betaalmiddel Grecian Express. Het is dubbele ironie, want ook anno 1997 is Hercules het lijdend voorwerp van agressieve merchandising. Zoals alle Disneyhelden van de afgelopen jaren domineert hij in tientallen gedaantes de speelgoedwinkels en wordt hij, samen met zijn tegenspelers uit de tekenfilm, als poppetje weggegeven bij hamburgers en Franse frietjes.

Niet iedereen is blij met de comeback van 'Herkie' als vierkleuren Disneyfiguur. Vooral in Griekenland is sinds de Amerikaanse première van Hercules in juni heftig geprotesteerd tegen wat in de pers met homerische overdrijving de 'plundering van het Griekse erfgoed' werd genoemd. Disney zou de mythe van Herakles en zijn Twaalf Werken niet alleen versimpeld en gecensureerd hebben, maar ook onherkenbaar verdraaid. 'Opnieuw,' zo schreef de commentator van de Adesmevtos typos, 'hebben we hier te maken met buitenlanders die onze geschiedenis en cultuur vervormen, alleen maar om hun commerciële belangen te dienen.' Gestaalde nationalisten ijverden dan ook voor een boycot van de film, want wat Disney nu deed, was vergelijkbaar met een cultureel trauma van ouder datum: de roof van de Elgin Marbles.

The Big Olive

Van de boycot is weinig terechtgekomen - de puristen hebben alleen gedaan gekregen dat de officiële Griekse première van Herakles (zoals de film omwille van de tact in Griekenland is getiteld) niet zoals gepland aan de voet van de Akropolis plaatsvindt. Maar de kritiek op het gebrek aan historisch (of liever: mythisch) besef van de filmmakers heeft een kern van waarheid. Wie de Herakles-mythe kent uit Van goden en helden of Prisma's mythologisch woordenboek, zal opkijken van de Disneybewerking. Niet zozeer door het bombardement van anachronistische grapjes - antiek Thebe heet The Big Olive, de vijf (!) Muzen zingen gospel, Hades praat als een topmanager - maar vooral doordat het verhaal zo anders is. Zelfs Zeus had een grotere metamorfose niet kunnen bewerkstelligen.

In de klassieke mythe wordt Herakles geboren uit een van de vele slippertjes van de oppergod en wordt hij van jongsafaan dwarsgezeten door de jaloerse Hera, Zeus' zuster en wettige echtgenote. Herakles overleeft in zijn wieg nog een aanslag door twee giftige slangen de nek om te draaien, maar staat op latere leeftijd machteloos wanneer hij als beginnend held door Hera met waanzin geslagen wordt en zijn kinderen bij de Thebaanse koningsdochter Megara vermoordt. Om te boeten voor zijn misdaad krijgt hij van het orakel van Delphi de opdracht om Twaalf Werken te verrichten in dienst van koning Eurystheus (zie kader), waarna de mythe zich min of meer herhaalt. Herakles bevrijdt Prometheus, vaart mee met de Argonauten, sticht de Olympische Spelen, en slaat in waanzin weer een van zijn geliefden dood. Hij zuivert zich door tal van heldendaden, maar komt gruwelijk aan zijn eind als zijn jaloerse tweede vrouw hem bekleedt met een in giftig centaurenbloed gedrenkte mantel. Door Zeus toegelaten tot de Olympos, verzoent hij zich met Hera en trouwt hij met zijn halfzuster Hebe.

Vanzelfsprekend zijn in de Disney-versie alle verwijzingen naar incest, kindermoord, overspel, schizofrenie, bloedschuld en boete verdwenen. Zoals regisseur Ron Clements in een interview opmerkte: 'De Algemene Keuring van Disney legt dezelfde restricties op als de Hays Code in de jaren veertig.' Hercules is the all-Grecian clean-cut kid die door handlangers van Hades uit de godenhemel wordt ontvoerd en van zijn onsterfelijkheid beroofd. Hera is zijn liefhebbende moeder, en Megara ('Meg') wordt getekend als een femme fatale uit een film noir, voor wie Hercules uiteindelijk zijn zuurverdiende onsterfelijkheid zal opgeven. De beroemde Twaalf Werken zijn tot minder dan de helft gereduceerd, en aangevuld met fotogenieke heldendaden van Theseus (de Minotaurus), Perseus (Medusa) en Odysseus (de Cycloop); terwijl Hercules' onafscheidelijke metgezel niet een barbaarse knots is, maar het gevleugelde paard Pegasus, dat in de mythologie is voorbehouden aan de Chimaera-jager Bellerophon. Het slot van de film, waarin Hercules zijn geliefde redt uit de Styx, lijkt een operette-interpretatie van de mythe van Orpheus en Eurydike.

Tere kinderziel

Mythologische hutspot is Hercules genoemd, en zelfs geschiedvervalsing - een aanslag op de tere kinderziel, die op het ritme van aanstekelijke gospel een verworden beeld krijgt van de oud-Griekse cultuur. Toegegeven, historische nauwkeurigheid staat laag op Disney's prioriteitenlijstje; het geeft te denken dat in de officiële persmap van de film beweerd wordt dat het 'Ovidius was die als eerste over deze grote held [schreef] in het jaar 1000 v C.' Maar de filmmakers zouden zich gemakkelijk tegen criticasters kunnen verdedigen. Want ten eerste is het Herakles-verhaal geen geschiedenis, en ten tweede werd er in archaïsch Griekenland net zo vrijelijk mee omgesprongen als nu door Disney. Totdat de mythe in de zevende eeuw voor Christus op schrift werd vastgelegd, was ze eigenlijk niet meer dan een kapstok voor een scala aan verhalen die telkens aangepast en uitgebreid werden, van stichtingsmythen en Noord-Europese drakendoderssprookjes tot oosterse religieuze sagen en tall tales uit de mykeense prehistorie. De versie die Euripides (480-406 v C) presenteerde in zijn tragedie Herakles verschilt alleen al chronologisch hemelsbreed van het ons bekende verhaal. Wie zal uitsluiten dat Herakles in de veelomvattende oer-mythe op een vliegend paard de strijd aanbond met de god van de onderwereld?

Ook een ander puristisch bezwaar tegen Disney's Hercules, de vermeende vervanging van de oorspronkelijke moraal door een typisch Amerikaans 'je-kunt-wat-je-wilt'-ethos, is futiel. Ongetwijfeld was er ooit een tijd dat het Herakles-verhaal het publiek wees op de onbevechtbaarheid van het Noodlot en het belang van boete na een misstap. Maar die moraal veranderde net zo vaak als de tijden en de heersende waardesystemen. Voor de Stoïci, onder wie de Romeinse filosoof Seneca (4-65 n.C.), was de eens zo onberekenbare Hercules een martelaar voor gelijkmoedigheid en deugdzame perfectie. In het vroege christendom werd hij gezien als de slaaf die door hard werken een plaats in de hemel verkreeg. In de late Middeleeuwen was hij het exempel van de perfecte ridder. En in ons door Amerika gedomineerde fin-de-siècle is hij een bespierbalde go-getter tegen wiens onschuld en doorzettingsvermogen zelfs de schikgodinnen niet opkunnen.

Betovergrootvader

De klassieke Herakles is grondig gedisneyficeerd, en dat roept weerstand op. De (Griekse) reacties op Hercules zullen Disney bekend voorkomen. Vorig jaar, bij de première van De klokkenluider van de Notre-Dame, ontketenden de nabestaanden van Victor Hugo een brede maatschappelijke discussie met een open brief in Libération tegen de 'ordinaire globalisatie' van de geëngageerde roman uit 1832 van hun betovergrootvader (zie kader). Bij Aladdin (1992) waren het vooral Amerikanen van Arabische afkomst die in het geweer kwamen tegen de xenofobe verwerking van de 1001 nacht, terwijl bij De kleine zeemeermin (1989) vooral de Denen klaagden dat het sprookje van Andersen grof geweld was aangedaan. Het is dat het verhaal van Pocahontas door de wereld (ten onrechte) als oorspronkelijk Amerikaans werd beschouwd, anders was Disney bij de gelijknamige film uit 1995 ongetwijfeld ook beschuldigd van ontoelaatbare ingrepen in het Europees cultuurgoed (zie kader).

Wat de critici Disney verwijten, is hetzelfde dat ooit Socrates aan de gifbeker bracht: bederf van de jeugd. Disneyficatie van sprookjes, mythen en klassieke romans zou ervoor zorgen dat kinderen een gezuiverd en verwrongen beeld krijgen van de klassieke (Europese) cultuur. 'Lock up your legends' kopte het weekblad The European onlangs in een cover-artikel dat analyseerde hoe Disney honderden miljoenen verdiende met de exploitatie van Griekse monsters en Franse bochelaars, terwijl de kwijnende Europese filmindustrie machteloos moest toezien. Andersens Kleine Zeemeermin was geen Barbie met een vissenstaart, luidde de verborgen moraal; en Quasimodo was niet het knuffeltje van de Notre-Dame.

Maar hoe erg is die disneyficatie eigenlijk? Zouden de Grieken, de Denen en de Fransen niet juist blij moeten zijn met de overweldigende aandacht en gratis publiciteit voor hun nationale literaire helden? Want zoals het uitbrengen van De klokkenluider van de Notre-Dame leidde tot een golf van interesse voor een boek dat nauwelijks meer gelezen werd (tot in Nederland werd het weer herdrukt), zo wakkert Hercules de fascinatie aan voor de klassieke cultuur. Niet alleen bij kinderen, die na de eerste kennismaking met de goden- en heldenwereld rijp zijn voor een boek of een cd-rom over de Griekse mythologie; maar ook bij middelbare scholieren. Anderhalve maand geleden brachten alle kranten het bericht dat in Amerika de studie van oude talen een wederopleving doormaakte - met dank aan Disney's Hercules en een televisiebewerking van de Odyssee.

De tegenstanders van disneyficering houden geen rekening met wat je de stepping-stone theory van de cultuur zou kunnen noemen. Wie jong in aanraking komt met gepopulariseerde versies van de klassieken - of het nu in de bioscoop, in Toppers in strip of in de Guldensporenreeks is - komt gemakkelijker en met meer plezier tot de high culture. Strips en tekenfilms, parodieën en pastiches, ze plaveien de weg voor serieuze belangstelling, zoals de 40.000 kopers van het recente handboek Asterix en de waarheid (oude geschiedenis voor beginners) zullen getuigen.

En dan: de cultuur bloeit bij een vrije herinterpretatie van de klassieken. Vergilius transformeerde de Odyssee tot een gloedvolle stichtingsmythe van het oude Rome. Joyce verplaatste de omzwervingen van Odysseus naar groezelig Dublin. Mulisch beschreef in Het stenen bruidsbed het bombardement van Dresden als de Trojaanse Oorlog. En Disney maakt van Griekenlands grootste held een sympathieke goedzak die in swingend Thebe wordt dwarsgezeten door een van de geestigste bad guys uit de tekenfilmgeschiedenis. Geen oud-Griekse bard die zich daarover in het graf zal omdraaien.

De kleine zeemeermin

Hans Christian Andersens cultuursprookje De kleine zeemeermin is zonder twijfel minder geschikt voor jonge kinderen. Om het hart te veroveren van de prins die ze liefheeft, laat de hoofdpersoon haar tong uitsnijden bij een zeeheks. In ruil daarvoor krijgt ze twee benen waarop ze zich onder helse pijnen kan voortbewegen in de mensenwereld. Stemloos en wankelend slaagt ze er niet in haar prins te bekoren. Ze sterft, en haar enige winst is dat haar onsterfelijke ziel (een gift van God aan de mens) in de hemel komt.

De moraal van de overchristelijke Andersen is duidelijk: al kun je je (nood)lot niet veranderen, je kunt er wel voor kiezen om jezelf aan Gods genade toe te vertrouwen. Disney is wat minder zwartgallig. Ariel, de kleine zeemeermin, houdt vol bij tegenspoed en krijgt haar prins uiteindelijk wel. De film eindigt niet met Andersens dramatische verdrinkingsscène, maar met een vrolijke calypso under the sea.

Pocahontas

Het romantische verhaal van Pocahontas, de dochter van het opperhoofd der Algonquins die een Engelse kolonist van de dood redde, werd door de kolonist zelf, kapitein John Smith, beschreven in zijn Generall Historie of Virginia (Londen, 1623). Wat Disney in de filmbewerking Pocahontas niet vertelde, was dat Pocahontas ten tijde van haar reddingsactie twaalf jaar oud was, en nooit een relatie had met de allesbehalve sympathieke veertiger John Smith. Noch dat Pocahontas later zou trouwen met een tabaksplanter die haar als curiositeit meenam naar Engeland, waar ze stierf aan een van de vele Europese killer-virussen waartegen de indianen niet bestand waren. In plaats van een metafoor voor de getroubleerde indiaans-Europese betrekkingen werd het verhaal van Pocahontas een ode aan de New Age-filosofie, waarin werd gepraat met bomen en gezwommen met kolibries. Virginia werd afgeschilderd als een paradijs van multiculturalisme.

De klokkenluider van de Notre-Dame

De klokkenluider van de Notre-Dame geldt als de zwartste en meest gotische Disneytekenfilm, maar verhoudt zich tot de originele roman van Victor Hugo als een verjaardagsfeestje tot de Apocalyps. Het politiek-geëngageerde en anti-klerikale Notre-Dame-de-Paris (1832) was een verhaal vol wreedheid en zwarte passie, dat eindigt met de dood van de grote liefde van de tragisch mismaakte Quasimodo. De Disneyfilm biedt een happy ending, zij het met een hypocriete ondertoon: het zigeunermeisje Esmeralda wordt gered van de brandstapel en trouwt met Quasimodo's grote concurrent, een niet-gehandicapte legerofficier. Afstammelingen van Hugo protesteerden tegen de verwatering van Hugo's thema's en ergerden zich aan het ontbreken van duidelijke credits voor hun voorvader. Ook het grapje om twee van de vriendelijke waterspuwers in Quasimodo's entourage Victor en Hugo te noemen, viel niet in goede aarde.

    • Pieter Steinz