Belgen vinden in cocaïnezaak nieuw spoor

HAARLEM, 21 NOV. Op verzoek van onderzoeksrechter M. Minnaert uit Gent heeft de Zaanse politie afgelopen dinsdag in Amsterdam Ensermo S. aangehouden. Volgens de Belgische justitie speelt S. een voorname rol in de smokkel van cocaïne via Zuid-Amerika en België naar Nederland.

De arrestatie vloeide voort uit onderzoek waarin de rijkswacht het ernstige vermoeden heeft te zijn gestuit op drugslijnen die dateren uit de IRT-periode van begin jaren negentig. Eerder deze week werd ook bekend dat de Belgen vorige week in een Belgisch wegrestaurant de Amsterdamse banketbakker Arnold C. (die in de IRT-dossiers 'taartman' wordt genoemd) hebben aangehouden. C. was de eerste verdachte tegen wie het zogeheten koningskoppel van de Haarlemse recherche, Langendoen en Van Vondel, in 1991 een infiltratie-onderzoek begon. Langendoen en Van Vondel importeerden via deze methode voor het IRT-rechercheteam honderdduizenden kilo's softdrugs. De nu aangehouden Ensermo S. is volgens justitiële bronnen de zakelijke partner van een Venezolaan die het afgelopen jaar in ieder geval meer dan 1.000 kilo cocaïne naar Nederland smokkelde. Beiden maakten daarbij gebruik van het bedrijf van een Belgische vruchtensapfabrikant, Napoleon de M., die inmiddels heeft bekend. De zaak kwam aan het licht toen in juni drie Nederlanders werden betrapt in Zaandam in het bezit van 400 kilo cocaïne.

De Belgen hebben deze maand tot arrestaties van Nederlandse verdachten besloten, omdat ze naar eigen zeggen geen of nauwelijks medewerking hebben gekregen van het Haarlemse openbaar ministerie. Er bestaat in Gent het vermoeden dat de Nederlandse justitie de zaak in de doofpot wil stoppen, omdat er mogelijk nog steeds drugslijnen van het IRT-team met dezelfde hoofdrolspelers actief zijn.

Alleen de Haarlemse CID-officier van justitie P. Snijders heeft tot nu toe in een geheim onderzoek geprobeerd zicht te krijgen op de organisatie die deze cocaïne verzendt. Hij heeft bij de rechter-commissaris toegegeven dat hij met een van de aangehouden Nederlandse verdachten vier keer heeft gesproken over een mogelijke kroongetuigeregeling. Deze verdachte, Berend R., heeft bij de rechter-commissaris gezegd, dat Snijders wilde weten of Langendoen en Van Vondel een rol hebben gespeeld bij de handel in cocaïne. Op een pro forma zitting voor de Haarlemse rechtbank waar de drie aangehouden Nederlanders terechtstonden beklaagde R. zich gisteren over de behandeling door Snijders. Hij zei “diepgravende gesprekken” te hebben gevoerd met Snijders over het sluiten van een deal, maar de officier van justitie doet dergelijke berichten nu af als “speculatie”. Volgens R. en zijn raadsman J. Verhoef liegt Snijders. Tot stomme verbazing van de drie advocaten vroeg de behandelend officier van justitie M. Heutink gisteren aan de rechtbank de verdenking het lidmaatschap van een criminele organisatie uit de dagvaarding te schrappen. De verdachten zullen alleen nog voor specifieke drugstransporten worden vervolgd.

Volgens ingewijden schrapt justitie de verdenking lidmaatschap van een bende, omdat men dan de strafzaken tegen deze verdachten kan afdoen zonder duidelijkheid te hoeven verschaffen over het onderzoek naar de hoofdverdachten. Het dagvaarden wegens lidmaatschap van een criminele organisatie gebeurt tegenwoordig bijna standaard. In deze zaak heeft R. volgens justitie in een jaar tijd de bijna record hoeveelheid van 1.250 kilo cocaïne gesmokkeld.

De advocaten beklaagden zich gisteren over het achterhouden van informatie. Verhoef zei dat officier Snijders persoonlijk in Zuid-Amerika onderzoek verricht naar de afzenders van deze cocaïne. Officier Heutink zei “absoluut niet” op deze vraag in te willen gaan. De rechtbank verwees de strafzaak, die op de publieke tribune werd bijgewoond door ex-rechercheur J. van Vondel, voor verder onderzoek terug naar de rechter-commissaris.