Beiroet krijgt archeologisch park

De grootste bouwput ter wereld, wordt het centrum van Beiroet genoemd. Bouwmaatschappij Solidere is daar in hoog tempo bezig de schade van de burgeroorlog te herstellen. In de vele bouwputten doen archeologen, waaronder een Nederlander, interessante vondsten. 0

BEIROET, 21 NOV. Tussen stofwolken en bij hels kabaal van pneumatische hamers en graafmachines, die helpen bij de wederopbouw van de Libanese hoofdstad Beiroet, hebben Nederlandse archeologen een grote marmeren vloer ontdekt van een monumentaal gebouw. Deze dateert mogelijk uit het tijdperk van de Phoeniciërs (3000 tot 1570 vóór Christus). Beiroet was toen een stadstaat met de naam Birûta, geregeerd door koning Ammunira.

Rondom de diep gelegen vloer zijn resten van vijf verdedigingswerken gevonden. De oudste dateert van circa 1500 voor Christus en de jongste uit de periode van de kruisvaarders (1100 tot 1200). Over enkele jaren worden bezoekers van Beiroet in een vernieuwd stadshart, vlakbij de haven, getracteerd op een archeologisch park met een museum dat gedeeltelijk onder de nieuwe gebouwen doorloopt.

De bouwmaatschappij Solidere die het stadscentrum in hoog tempo reconstrueert en de schade herstelt van de burgeroorlog die Libanon van 1975 tot 1990 teisterde, heeft de Franse architect Michel Macary ingeschakeld voor het museum. Een wandelpad moet de hotels in het centrum van Beiroet met het park gaan verbinden. “Op deze route kun je met geschiedkundige en archeologische informatie een hele reeks historische perioden behandelen. Je kunt laten zien hoe men in elke periode over de resten uit een vorig tijdperk heen bouwde”, zegt archeoloog Hans Curvers van de Universiteit van Amsterdam, die met zijn collega Barbara Stuart het onderzoek leidt.

De route zal ook over een Cardo Maximus, een Romeinse hoofdweg, leiden tussen twee kerken die nog een opknapbeurt krijgen: de kathedraal Saint George de Maramite en de Grieks-orthodoxe kerk van Beiroet-Centrum. Daarnaast staat een moskee met een Turks karakter, uit de periode van het Ottomaanse rijk. Even verderop liggen, enkele meters beneden het straatoppervlak, resten van Romeinse woningen en nog dieper is nu de marmeren vloer uit de Phoenicische tijd tevoorschijn gekomen.

In het jaar 551 werd Beiroet geteisterd door een grote aardbeving die alle bouwwerken uit de Bizantijnse tot en met de Romeinse periode verwoestte. Bovenop de marmeren vloer zijn de fundamenten van de latere Ottomaanse stad gebouwd, waarin de gebroken, omgevallen pilaren van het Phoenisische monumentale gebouw - mogelijk de juridische faculteit van Beiroet, het gymnasium of een badhuis - zijn verwerkt. Nog dichterbij de haven is het talud van de verdedigingswerken met een trap blootgelegd en is nog een stuk ruïne van het kruisvaarderskasteel te zien.

“Gelukkig houdt Solidere bij de ontwikkeling van de oude ruïneheuvel van Beiroet serieus rekening met belangrijke opgravingen die het waard zijn straks tussen al die nieuwe gebouwen in situ te bewaren”, zegt Curvers. “Ze zien in dat de nieuwe stad daardoor straks meer aantrekkingskracht kan krijgen.” Aanvankelijk was de bouwer Solidere niet enthousiast over de extra kosten, die volgens Curvers inclusief de inrichting van het archeologisch park zeker vijftien miljoen dollar zullen bedragen. “Maar ook deze maatschappij moet zich houden aan het Verdrag van Malta. Dat verplicht iedereen die archeologisch erfgoed bedreigt door nieuwbouw of de aanleg van infrastructurele werken, het daarmee verbonden archeologische onderzoek te betalen. Daarom zitten wij hier nu al tweeënhalf jaar, en er zal nog een behoorlijke tijd bijkomen.”

Voor het onderzoek rondom de Place des Martyrs kon beginnen, moest er eerst een laag van zeker een meter puin en vuil worden afgegraven. Na de sloop van oude panden die in de burgeroorlog te zwaar waren beschadigd, is de aannemer wat al te snel te werk gegaan. Een mengsel van puin, betonijzer, huisvuil, kapotte metalen roldeuren en klei werd over de bouwplaats geschoven.

Curvers wordt door de lokale pers afgeschilderd als “de grote kapotmaker” omdat hij niet alle oudheidkundige resten zo waardevol vindt dat ze per se moeten worden opgegraven. “Dat zou onbetaalbaar zijn”, reageert hij. “Je zou de hele reconstructie van deze binnenstad eindeloos ophouden en dwarsbomen. Wat wij doen is eigenlijk 'reddingsarcheologie'. Heel waardevolle objecten worden blootgelegd en gespaard, maar wij zijn er niet om alleen maar toeristische bezienswaardigheden te creëren. Bij een ingrijpende wederopbouw zoals hier nodig is, moet je een compromis sluiten. Als we op plekken waar gebouwd moet worden iets moois vinden, redden we dat en wordt het later mogelijk op een andere plaats geëxposeerd. Maar gedeelten waar niets bedreigd wordt, laten we met rust. Je moet iets overlaten aan latere generaties die misschien weer over betere onderzoeksmethoden beschikken.”

De inwoners van Beiroet missen nu nog hun oude stadshart, volgens Solidere momenteel de grootste bouwput ter wereld. Gesteund door de overheid kon het bedrijf voor een drastische aanpak kiezen: de hele wijk werd onteigend. Bewoners en winkeliers konden kiezen uit een vergoeding in geld of in aandelen Solidaire die aan de beurs van Beiroet zijn genoteerd en sinds kort ook voor buitenlanders te koop zijn.

Meer dan 600 panden moesten worden gesloopt, 265 worden er gerestaureerd. Alleen de wijk met statige klassieke gebouwen aan de Westzijde die in de periode van het Franse mandaat - van 1918 tot de onafhankelijkheid van Libanon in 1943 - werden gebouwd, herkrijgt haar oude allure. Minutieus worden de versierde gevels gerestaureerd en vrijwel alle sporen van de talloze kogelgaten weggewerkt.