Banentop EU: Duitsers tegen lagere btw

LUXEMBURG, 21 NOV. De staats- en regeringsleiders van de Europese Unie zijn vanmorgen begonnen aan een top over werkgelegenheid. Een van de belangrijkste discussiepunten vormde een oorspronkelijk Nederlands voorstel voor verlaging van de BTW op arbeidsintensieve diensten, zoals schoen- en fietsenmakers.

Vooral Duitsland verzet zich, omdat het een grote belastingderving zou betekenen. Nederland voert aan dat landen zelf kunnen bepalen of zij de BTW-verlaging invoeren, maar daarmee was Duitsland in de aanloop naar de top niet gerust gesteld. De Duitse oppositieleider Scharping zei gisteravond na een bijeenkomst van socialistische partijleiders te verwachten dat vandaag geen besluit genomen wordt over het BTW-voorstel. Hij zei dat de zaak opnieuw aan de orde zal komen in het kader van besprekingen over harmonisatie van belastingen in de EU. In het Luxemburgse voorstel dat vanmorgen op tafel lag, is de zinsnede gehandhaafd dat lidstaten moeten onderzoeken of het opportuun is het BTW-tarief voor zeer arbeidsintensieve diensten te verlagen. Daaraan was toegevoegd dat die diensten niet aan grensoverschrijdende concurrentie zijn blootgesteld. De Europese Commissie krijgt opdracht voor het einde van het jaar een richtlijn uit te werken. Premier Kok was gisteravond nog optimistisch over het voorstel voor een studie naar de BTW-verlaging, hoewel hij verwachtte dat dit “het nodige verzet” zou opleveren. Hij zei het verzet niet te begrijpen, want “het is geen verplichting”.

Over de algemene lijnen voor Europees werkgelegenheidbeleid was in de aanloop naar de top al overeenstemming bereikt. De lidstaten zullen vanaf volgend jaar, aan de hand van zeventien richtsnoeren, plannen opstellen om hun werkgelegenheid te bevorderen. Deze plannen zullen jaarlijks worden geëvalueerd door de Raad van Ministers en de Commissie.

De meest concrete richtsnoeren zijn de bepaling dat elke jongere een nieuwe start wordt geboden voordat hij zes maanden werkloos is, in de vorm van baan of opleiding, en de bepaling dat dit voor volwassen werklozen moet gelden voordat zij een jaar werkloos zijn. Per lidstaat zou bepaald worden binnen welke termijn dit zou moeten gaan gelden. In het Luxemburgse voorstel stond vandaag een maximum-termijn van vijf jaar.

Opleiding ook twistpunt

Duitsland was ook tegen een voorstel om een streefcijfer van 25 procent te noemen voor het percentage werklozen dat een opleiding krijgt aangeboden. Op een voorbereidende bijeenkomst eerder deze week ijverden Duitse ministers er voor dit percentage te verminderen. Maar Frankrijk, dat de motor is achter de werkgelegenheids top, noemde het voorstel dat voorlag het minimum. In het Luxemburgse voorstel dat vanmorgen op tafel lag was 25 procent gehandhaafd.

De Britse premier Blair sloot zich vanmorgen aan bij bij het Spaans-Duitse bezwaar tegen kwantificering. In een Brits-Italiaans-Zweedse verklaring is evenmin sprake van percentages. Blair zei dat de EU met de top in Luxemburg een derde weg is ingeslagen tussen condervatief laissez-faire en oude stijl corporatisme.

In het centrum van Luxemburg werd gistermiddag luidkeels gedemonstreerd door zo'n twintigduizend vakbondsleden uit de Europese Unie voor meer aandacht voor werkgelegenheid. Een delegatie van de sociale partners had gisteren een onderhoud met premier Juncker, premier Kok en de Britse premier Blair: huidige, vorig en toekomstige voorzitter van de Europese Unie.