Arts tegen president in Slovenië

De Slovenen kiezen zondag een nieuwe president. De zittende president, Milan Kucan, gaat volgens de peilingen winnen, met een straatlengte verschil. Maar de oppositie is op de valreep nog met een voor Kucan heel lelijke verrassing voor de dag gekomen.

ROTTERDAM, 21 NOV. Als er in Oost-Europa een succesverhaal is, zou dat best het Sloveense kunnen zijn: stilletjes, bijna onopgemerkt, vindt het republiekje aan de voet van de Alpen aansluiting bij 'Europa'. Het is politiek stabiel en de economische groei overtreft die van de andere landen in de regio. Het BNP per hoofd van de bevolking is met 9.400 dollar per jaar meer dan twee keer zo hoog als dat in Tsjechië, Hongarije en Kroatië en ruim drie keer zo hoog als dat in Polen. “Het gaat er niet om wanneer Slovenië klaar is voor de EU maar wanneer de EU klaar is voor Slovenië”, zei onlangs premier Janez Drnovšek.

In zo'n situatie doet men zijn president niet weg, en er lijken dan ook niet veel redenen voor de Slovenen om zich te ontdoen van president Milan Kucan, en de man die al sinds 1986 in Ljubljana de scepter zwaait - eerst als leider van de communistische partij, vanaf 1990 als president. Een ex-communist, maar wel een die al in de jaren tachtig een dialoog aanging met de democratische oppositie die toen elders in Joegoslavië nog zonder veel omhaal werd opgesloten, die uiteindelijk zijn Sloveense achtergrond de voorkeur gaf boven de communistische ideologie en die zich aan het hoofd plaatste van de strijd om de Sloveense onafhankelijkheid. Toen die onafhankelijkheid een feit was werd de kleine, witharige jurist in 1992 moeiteloos - want met een meerderheid van 64 procent van de stemmen in de eerste ronde - herkozen.

Opiniepeilingen wezen tot vorige maand uit dat Kucan zondag opnieuw zou kunnen rekenen op rond tweederde van de stemmen. Geen van de rivalen die tegen hem in het krijt treden kwam boven de tien procent uit. Zelfs de kandidaat van de grootste partij, de regerende liberaal-democraten, bleef in de polls op een treurige 1,4 procent steken: Kucan krijgt niet alleen de steun van ex-communisten, maar ook van een meerderheid van de aanhangers van andere politieke partijen van links, midden èn rechts.

Begin deze maand echter, vlak voor het sluiten van de inschrijftermijn, doemde voor Kucan alsnog concurrentie op, in de persoon van Janez Pobodnik, 38, arts, voorzitter van het parlement en kandidaat namens een andere regeringspartij, de door zijn broer, vice-premier Marjan Pobodnik, geleide Sloveense Volkspartij. Het is niet waarschijnlijk dat Pobodnik Kucan zal verslaan, maar hij is populair genoeg om hem zoveel stemmen te ontfutselen dat Kucan in de eerste ronde geen absolute meerderheid haalt en er dus een tweede ronde moet komen. Volgens peilingen van deze maand kan Kucan nu rekenen op 39 tot 50 procent van de stemmen in de eerste ronde, Pobodnik op vijf tot zeven procent in de eerste ronde en twintig procent in een tweede.

Kucan en Pobodnik zijn beiden zacht sprekende, weinig op de voorgrond tredende rationele en evenwichtige politici. Maar Kucan heeft het voordeel van de ervaring: hij is de afgelopen jaren het symbool van de Sloveense stabiliteit en van de Europese oriëntatie van Slovenië geweest.

Midden deze maand volgde nog een tweede tegenslag voor Kucan - althans: een potentiële. De twee belangrijkste leiders van de rechtse oppositie, Janez Janša van de sociaal-democraten en Lojze Peterle van de christen-democraten, dienden een wetsvoorstel in dat politici die ten tijde van het communisme prominente posities innamen, moet weren uit 'het openbare leven'. Ze mogen in concreto geen president, lid van de regering, lid van het parlement, rechter, openbare aanklager of leider van een staatsbedrijf zijn. Een speciaal panel zou moeten uitzoeken wie in dat rode verleden hoog genoeg is opgeklommen om nu uit 'het openbare leven' te worden gegooid.

Het is duidelijk wie de ex-dissident Janša en Peterle met hun initiatief op het oog hebben: Milan Kucan, voormalig leider van de communistische partij, en Janez Drnovšek, premier, leider van de liberaal-democraten. Drnovšek was weliswaar de man dankzij wiens onderhandelingstalent midden 1991 het Joegoslavische Volksleger in de Sloveense onafhankelijkheidsoorlog al na tien dagen ophield met schieten, maar hij is ook in 1989 en 1990 nog even president van Joegoslavië geweest en heeft een partijverleden.

Voor buitenstaanders en voor veel Slovenen zijn Kucan en Drnovšek de architecten van de Sloveense politieke en economische stabiliteit. Janša en Peterle proberen via hun wetsvoorstel te krijgen wat hun bij democratische verkiezingen niet lukt: het vertrek van twee succesvolle en populaire leiders. Ze motiveren hun initiatief met het argument dat de ex-communisten niet echt met hun verleden hebben gebroken en dat de NAVO dáárom Slovenië niet in de eerste groep van kandidaat-leden heeft opgenomen.

Het wetsvoorstel van de oppositie komt volgende week dinsdag, dus na de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, in het parlement in stemming. Als het wordt aangenomen, kan Kucan een punt achter zijn politieke carrière zetten, zelfs al kiezen de Slovenen hem zondag weer als president. En het kàn worden aangenomen, want de regeringspartijen hebben maar een heel kleine meerderheid in het parlement: 46 tegen 44 zetels.