Alleen Parijs helpt 'Frans Congo'

Brazzaville ligt in puin en op straat patrouilleren Angolese soldaten. Maar de grootste zorg van de nieuwe machthebber van 'Frans Congo', Dennis Sassou Nguesso, is dat vrijwel niemand zijn regime erkent.

BRAZZAVILLE, 21 NOV. Een vrouw met een toiletpot op haar hoofd perst zich door de chaotische mensenmassa in de haven van Brazzaville. Ze vluchtte tijdens de oorlog naar de overkant van de rivier in Kinshasa. Evenals vele landgenoten keert ze nu met haar bezittingen terug. Anderen torsen wasmachines, bankstellen of ijskasten, maar ook kratten bier en jerrycans benzine. Hun wacht een goeddeels in puin geschoten stad. “Zonder buitenlandse hulp zullen we er niet in slagen het land weer op te bouwen”, vertelt de invloedrijke minister van Nationale Solidariteit, Alfred Opimbat.

Zelden was de vernietiging zo volledig bij een Afrikaanse burgeroorlog. Het gehele commerciële en diplomatieke hart van de hoofdstad Brazzaville is vernietigd. Met één uitzondering. In de Franse ambassade bleven zelfs alle ruiten heel en slechts één gat in de muur wijst op een mortierinslag. Alle buitenlandse diplomaten pakten hun biezen tijdens de oorlog. Toen ze terugkwamen bleken hun ambassades geplunderd of in brand gestoken. Alleen de Fransen bleven. Volgens politici in de naburige Democratische Republiek Kongo (het vroegere Zaire) steunden de Fransen de opstand van de huidige president, Dennis Sassou Nguesso. Zij noemen Congo-Brazzaville nu schimpend 'Frans Congo'.

Stapels mortiergranaten liggen bij de gevel van wat eens een bakkerij was. Niet zozeer geweren werden gebruikt bij de strijd tussen enerzijds de Zoeloe-militieleden van de verdreven president Pascal Lissouba, en anderzijds de Cobra's van Sassou. Alle partijen zetten bovenal zwaar geschut in, zoals tanks met kanonnen en bommenwerpers. Minister Opimbat in de nieuwe regering van Sassou: “Lissouba besteedde drie miljard CFA (omgerekend ongeveer 10 miljoen gulden) aan olie-inkomsten om materieel te kopen.” Door het zware wapentuig moesten de humanitaire en materiële kosten wel uiterst hoog uitvallen. Naar schatting 10.000 mensen verloren het leven, vrijwel allen burgers. Elk gebouw vormde een militair doel als de tegenstander zich daar in de buurt bevond. Een nachtclub werd platgebombardeerd door gevechtshelikopters van Lissouba. In een wijk waar zuiderlingen woonden - Lissouba's machtsbasis ligt in het zuiden van het land - bevindt zich een grote bomkrater als gevolg van een aanval door Angelose MiG-vliegtuigen die ingrepen aan Sassou's zijde.

Pagina 4: Brazzaville oogt als een spookstad

Na de zege vorige maand van Sassou volgden de plunderingen. Als beloning voor de overwinning mochten Sassou's Cobra's alles wat los en vast zat stelen. Ze vervoerden hun oorlogsbuit naar het noorden van het land. In het torenhoge 'Elf'-gebouw steken waterleidingen en elektriciteitsdraden uit de muren. Tl-buizen, waterkranen, kasten, stoelen, wc-potten, tapijten, spiegels, alles is verdwenen. De Franse oliemaatschappij gaf dit gebouw, het hoogste van Brazzaville, tijdens Sassou's eerste regeerperiode (1979-1991) cadeau aan de staat. Het kan nu maar beter worden afgebroken. Wat eens een van de plezierigste en mooiste steden van Afrika was, oogt als een lugubere spookstad. Zelfs de zwaar beschadigde grote kathedraal kan geen rust meer bieden voor de aangeslagen inwoners.

Een personenauto met tien passagiers binnenin en zes in de achterbak rijdt door de verlaten straten. Er zijn nauwelijks meer auto's en al helemaal geen brandstof. De waterleiding van de stad functioneert niet. De helft van de ongeveer één miljoen stadsbewoners keerde de afgelopen weken terug. De wijken van noordelijke stammen - waartoe Sassou behoort - blijken alweer voor 80 procent bewoond, de geplunderde wijken van zuiderlingen nog niet voor de helft.

Regelmatig klinkt nog het ratelende geluid van geweervuur of het doffe inslaan van een mortiergranaat. Maar daar schrikt niemand meer van op. Bij de Avenue de la Paix - waar tijdens de oorlog de frontlinie lag - bewaken Cobra's een wegversperring opgebouwd met een ledikant. De jonge soldaatjes lachen vriendelijk en vragen om een sigaret of een condoom. De meeste Cobra's dragen geen wapens, die zijn hen in de laatste dagen afgenomen door de nieuwe machthebbers. Door deze ontwapening verloren ze hun aanzien en hun middelen om voedsel af te persen. Angolese soldaten bewaken de orde.

Lissouba's zoulous houden zich, evenals aanhangers van de verdreven premier Bernard Koléla, op in het zuiden van het land waar, zoals ministers in de nieuwe regering erkennen, de militaire situatie nog niet onder controle is. Militair verzet tegen Sassou lijkt op korte termijn echter onwaarschijnlijk. De commandostructuren van de oppositiestrijdkrachten zijn uitgeschakeld en Angolese soldaten domineren de militaire situatie. “We willen een akkoord met de Angolezen uitwerken om nog even te blijven”, zegt minister Opimbat.

De belangrijkste uitdaging op de korte termijn voor Sassou ligt op het politieke vlak. Vrijwel geen enkel land in de wereld erkent zijn regime omdat hij de democratisch gekozen Lissouba omvergooide. “De internationale gemeenschap begrijpt de situatie in ons land niet”, betoogt Opimbat. “Er vond hier geen staatsgreep plaats tegen een democratisch regime. We verdedigden ons tegen aanvallen van Lissouba. De oorzaak van de oorlog betrof niet de invoering van het méérpartijensysteem begin jaren '90. Lissouba hield zich niet aan afspraken gemaakt in 1992, daarmee begonnen de problemen. Hij had bij de tweede stemronde de steun gekregen van Sassou, op voorwaarde dat hij met Sassou's partij een coalitieregering zou vormen. Maar na zijn overwinning verscheurde hij deze overeenkomst. Dát was de oorzaak van de oorlog de afgelopen vijf maanden”.

De regering belooft een 'nationaal forum voor eenheid en democratie' te organiseren waarin alle religieuze, maatschappelijke en politieke stromingen zijn vertegenwoordigd. Dat forum moet weer instellingen oprichten en die zullen bepalen hoelang de overgangsperiode naar vrije verkiezingen gaat duren. Een langdurig proces, zo lijkt het. “Maar we zijn niet tegen verkiezingen”, verzekert Opimbat. Sassou kreeg tijdens de eerste ronde van de verkiezingen in 1992 slechts 15 % van de stemmen.

Het is de vraag of Sassou zo'n lange overgangsperiode wordt gegund. Amerika eisen dat Sassou snel opstapt. De Fransen blijken opnieuw het buitenbeentje. Zij brengen een koppeling aan met de politieke ontwikkeling aan de andere kant van de rivier in Kinshasa. “Waarom zouden we president Kabila wel ellenlang de tijd geven voor het democratiseringsproces en niet aan Sassou”, aldus een Franse diplomaat. Vanuit de enig opererende ambassade tussen de puinhopen van Brazzaville kan Sassou op Franse steun rekenen.