Algemene Rekenkamer wil meer controle op geldstroom

DEN HAAG, 21 NOV. De Algemene Rekenkamer, de controleur van de rijksfinanciën, wil meer bevoegdheden. In een brief aan de Tweede Kamer en het ministerie van Financiën maakt president Koning van de Rekenkamer duidelijk dat hij ook geldstromen naar Europa, lagere overheden (provincies en gemeenten) en geprivatiseerde instellingen wil controleren.

“Momenteel vertonen (onze) bevoegdheden, mede door veranderende bestuurlijke omstandigheden, onvolkomenheden die de aandacht van de wetgever behoeven”, schrijft Koning.

De president van de Rekenkamer maakt duidelijk dat hij niet vraagt om een uitbreiding van de taken van de Rekenkamer. Koning schrijft dat de Rekenkamer geld moet kunnen volgen voor zover een minister daarvoor verantwoordelijk is. “Voor een betere controle van de handelwijze van de minister in kwestie”, aldus Koning. Zo moet de Rekenkamer ook bij lagere overheden in de boeken kunnen kijken als een specifieke uitkering van het rijk aan een provincie of gemeente betreft.

In de brief rekent Koning af met eerdere plannen om de Rekenkamer niet alleen de financiële controleur van het rijk te laten zijn, maar ook van gemeenten en provincies. “Dat zou overigens ook een te groot beslag op de organisatie en de capaciteit van de Rekenkamer leggen”, aldus Koning. Voor experimenten om ook als Rekenkamer voor gemeenten of provincies op te treden staat de president van het College wel open, maar dan moet de wet worden gewijzigd.

Doordat steeds meer publieke instellingen worden geprivatiseerd, vertroebelt het zicht op geld dat voor de oorspronkelijke publieke taken was bedoeld. Dit geldt onder meer voor de Nederlandse Spoorwegen, waarbij de Rekenkamer wel zicht heeft op het geld dat naar de moedermaatschappij gaat. Het verder volgen van de geldstroom van het moederbedrijf naar de dochteronderneming is nu nog niet mogelijk.

Daarnaast gaan overheidsdiensten steeds vaker een fusie aan met commerciEËële organisaties die voor de Rekenkamer niet meer “onderzoekbaar” zijn. Zo werken financiële concerns steeds vaker samen met de publieke uitvoerders van sociale verzekeringen. Daarbij dreigt de scheiding tussen publiek en privaat weg te vallen, waardoor ook het zicht wordt ontnomen op geld waarvoor de minister van Sociale Zaken verantwoordelijk is.

Verder wil de Rekenkamer net zo veel controle kunnen uitoefenen op de Nederlandse uitgaven aan de Europese Unie, als de Rekenkamers in andere EU-lidstaten bevoegd zijn te doen.