Wisselgeld voor Saddam nog onduidelijk

Militair lijkt de crisis tussen Irak en de VN in de kiem gesmoord. Maar er blijven veel vragen over.

GENÈVE/ROTTERDAM, 20 NOV. Als geesten uit de nacht betraden de ministers van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk, Groot-Brittannië en een afgevaardigd ambassadeur namens China vannacht even voor twee uur het Geneefse VN-hoofdkwartier voor spoedberaad over Irak. Hubert Védrine, half schuilend achter de hoog opgezette kraag van zijn modieuze herfstkleurige jas, had de kleinste oogjes. Madeleine Albright leek het fitst: zij had als enige geslapen, doordat medewerkers haar wegens dreigende overmoeidheid naar bed hadden gestuurd, aan boord van haar regeringsvliegtuig op weg van New Delhi via Kairo naar Genève. Jevgeni Primakov had de vergadering belegd om verslag te doen van Moskous inspanningen tijdens de ontmoeting met de Iraakse vice-premier Tareq Aziz afgelopen dinsdag. Het tijdstip was onzalig en wekte de indruk van een heuse crisissfeer - nog afgezien van de serie echte meningsverschillen - maar diende vooral een praktisch doel: Genève was voor Primakov een goede tussentop tijdens zijn al geplande reis naar Brazilië, en voor de anderen snel te bereiken. Zelfs voor de Amerikaanse minister Madeleine Albright, die na vijftien uur aan één stuk te hebben rondgevlogen haar bemanning eindelijk eens wat rust kon bieden.

Het werd een curieus nachtdienstje internationale diplomatie in Genève, met een zo mogelijk nog curieuzere ontknoping uit Bagdad: om tien voor half vijf las eerst de Britse minister Robin Cook de internationale pers een zeer korte en vrijblijvende verklaring voor namens de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad over verdere stappen in de crisis. Van enige verdeeldheid tussen de permanente leden over de aanpak van de crisis, zoals bijvoorbeeld vorige week tijdens zittingen van de V-raad, leek gezien hun zeer ontspannen houding, naar buiten toe althans, geen sprake. Primakov had zijn collega's gezegd dat Irak de VN-wapeninspecteurs mogelijk al vandaag voltallig zou laten terugkeren, maar die prognose stond niet in de verklaring. “Ik wil bewijs zien”, bromde Albright om tien over vijf op haar persconferentie. Nog geen drie uur later kwam er antwoord uit Bagdad: UNSCOM kan voltallig terug, en dàt binnen een week na de uitzetting van de Amerikaanse inspecteurs.

Militair lijkt de crisis daarmee wellicht in de kiem gesmoord, maar onmiddellijk dienen zich enkele vragen aan, die zich niet meteen laten beantwoorden: is Saddam zomaar gezwicht voor de druk van bondgenoot Rusland? Heeft Primakov diplomatieke kunst bedreven? Of is er toch wisselgeld voor Saddam? En is hiermee nu de crisis voorbij? Primakov zou vannacht het “specifieke voorstel” van Rusland en Irak van afgelopen dinsdag voorleggen aan zijn collega's, maar daarvan is in de gezamenlijke verklaring helemaal niets terug te vinden. Rusland krijgt lof toegezwaaid voor zijn inspanningen, maar het plan van Moskou blijft onvermeld. Volgens Albright was vannacht alleen maar over Iraks gehoorzaamheid aan VN-resoluties gesproken.

De vijf V-raadleden maakten vannacht dus geen melding van een eind aan de VN-sancties die Irak na de bezetting van Koeweit in 1990 zijn opgelegd. Rusland en Frankrijk zijn voorstander van geleidelijke versoepeling, in tegenstelling tot de VS. Védrines ministerie zei gisteren nog dat Irak “licht aan het eind van de tunnel moet worden getoond” op het punt van de sancties. Vannacht zei Védrine dat een onvoorwaardelijke terugkeer van UNSCOM een “eerste voorwaarde” was voor discussie over alle andere zaken. “Er is een chronologie die gerespecteerd moet worden”, zei hij. Dit betekent dat ook wat Frankrijk betreft de zaak van de sancties allerminst gesloten is. Op het eerste gezicht zou een - weliswaar vage - quid pro quo kunnen zitten in de Iraaks-Russische mededeling dat Rusland “actief gaat bijdragen (..) tot een zo snel mogelijke opheffing van de sancties tegen Irak”. Vooral, aldus de verklaringen uit Bagdad en Moskou, betreft dit de toepassing van paragraaf 22 van resolutie 687 van de Veiligheidsraad van de VN, dat wil zeggen: de opheffing van het olie-embargo zodra UNSCOM meldt dat Irak geen nucleaire, chemische en biologische wapens en ballistische raketten met een bereik van meer dan 150 kilometer meer bezit.

Irak, dat betoogt allang aan de voorwaarden van resolutie 687 te hebben voldaan, beschuldigt de VS ervan om oneigenlijke redenen opheffing van de sancties te dwarsbomen (via zijn dominante positie in UNSCOM). Clinton suggereerde vrijdag nog dat de sancties zouden moeten voortduren zolang Saddam Hussein aan de macht is. In Moskou is wel geopperd dat de verschillende wapen-dossiers per stuk zouden kunnen worden afgesloten, en niet alle tegelijk, zoals resolutie 687 bepaalt. In dit licht valt de mededeling van de Amerikaanse VN-ambassadeur Bill Richardson van gisteren na een briefing door UNSCOM op: Irak heeft volgens hem veel achtergehouden over zijn chemische, biologische en ballistische rakettenprogramma's, en geen van deze dossiers zou moeten worden gesloten. Zijn Russische collega Sergej Lavrov daarentegen zei dat de briefing niets nieuws had opgeleverd en dat wat hem betreft de nucleaire en raketten-dossiers gesloten of bijna gesloten konden worden. Was dit de eerste ronde van een strijd over opheffing-in-termijnen van de sancties?

Een andere mogelijkheid tot wisselgeld zit toch in de samenstelling van de inspectieteams. Ze gaan nu ongewijzigd terug, maar een invloedrijke Iraakse parlementariër, Sa'ad Hammoudi, zei vadaag dat Rusland zich schriftelijk had verplicht zich in te spannen voor “een revisie van de samenstelling van UNSCOM op evenwichtige wijze” - dat wil zeggen minder Amerikanen of meer andere nationaliteiten. Diplomatieke bronnen in New York bevestigden dat Rusland daarvoor lobbiet.

In Genève spraken de vijf V-raadleden ook met geen woord over de eerdere Amerikaanse suggestie dat de hoeveelheid olie die Irak in het kader van de olie-voor-voedsel-regeling met de VN mag exporteren, zou kunnen verhoogd, wanneer eenmaal Irak alle VN-inspecteurs weer zou hebben toegelaten. Minister Albright heeft in de loop van de crisis bij herhaling onderstreept - onder andere in een gezamenlijke verklaring met haar Britse ambtgenoot Cook - geen conflict te hebben met het Iraakse volk, en oog te hebben voor de noodsituatie waarin de Iraakse burgers verkeren. Het is dus bepaald niet uitgesloten dat Irak toestemming krijgt meer olie te verkopen wanneer de regeling begin volgende maand door de Veiligheidsraad moet worden verlengd.

In feite is de enige zekerheid dat Saddam Hussein weinig geduld heeft.

    • Carolien Roelants
    • Robert van de Roer