Wat is er toch zo bijzonder aan Beaujolais Nouveau?

Vandaag komt de Beaujolais Nouveau uit. Waarom wordt er toch zoveel ophef gemaakt over dit overschatte, onvolgroeide wijntje?

De derde donderdag van november wordt wel de kerstavond van de wijnwereld genoemd: dan wordt de komst van de Beaujolais Nouveau gevierd. Jaar in jaar uit werd hij door talloze drinkers blij verwacht. Nog altijd staan slijters en consumenten rond deze tijd op scherp, maar uniek is de nieuwe wijn niet meer. Stevige concurrentie uit andere gebieden - zoals Vino Novello uit Italië en Primeur uit het Rhône-gebied - en de ophef rond de Franse kernproeven in 1995 hebben deze wijn geen goed gedaan. Wat is er toch zo bijzonder aan Beaujolais Nouveau?

In een wereld waarin de heerlijkste wijnen van één tot vijftig jaar oud onder handbereik liggen, is het eigenlijk raar om de komst van een volkomen onvolgroeide wijn van zes weken te vieren als ware deze het ultieme wijngenot. Op zijn best is Beaujolais een probleemloos, fruitig alcoholisch sapje; op zijn slechtst een dun, aangesuikerd drankje met hoge zuren en kunstmatige geurstoffen. Alleen historisch gezien is de ophef rond de Beaujolais Nouveau te verklaren.

Tot de vorige eeuw was de komst van jonge wijn reden tot grote vreugde. Voor de doorsnee burger was er namelijk al vanaf mei of juni geen wijn meer. De meeste wijn moest namelijk wegens de beperkte houdbaarheid vóór de zomer van het volgende jaar gedronken worden. Na vier maanden verplichte nuchterheid kan men zich de vreugde wel voorstellen. Nadat Louis Pasteur behalve de werking van het gistingsproces ook het schadelijke effect van bacteriën op wijn ontdekte, kon de houdbaarheid van wijn worden verbeterd. Het gevolg is dat er nu het hele jaar door wijn is.

Volgens de wetgeving op de Appellation Controlée van 1935 mocht nieuwe wijn niet eerder dan 15 december worden verkocht teneinde het overhaast produceren van wijn te voorkomen. Onder druk van de horeca is aan die datum gesleuteld en sinds de oorlog is het gewoonte om de piepjonge wijn vanaf half november te drinken. Bij de vette keuken van Lyon past zo'n jonge, rinse wijn goed. Aan het begin van de jaren '60 werd deze wijn echter ontdekt in Parijs, waar het een rage werd om lichtgekoelde babywijn te drinken. Deze rage sloeg over naar Noord-Europa.

Omdat er voor de wijnboer achter de derde donderdag in november een behoorlijke tijdsdruk zit, lukt het niet altijd om ideaal rijpe druiven te plukken - zeker niet als het weer in een bepaald jaar niet mee zit. Daarom wordt in de Beaujolais nogal eens suiker toevoegd om het alcoholpercentage te verhogen tot het voor de Appellation wettelijk verplichte minimum. Dit doet de kwaliteit van de wijn geen goed. De liefhebbers van jonge wijn kunnen dit jaar echter tevreden zijn: dankzij een warme zomer en een droge september kon men tijdig en ongehaast rijpe druiven oogsten.

Eenderde van de oogst in de Beaujolais wordt verwerkt tot Primeurwijn (deze titel mag de wijn maar een maand dragen, daarna is hij gewoon Vin Nouveau, zoals elke wijn van het courante jaar). Van nog eens eenderde wordt gewone Beaujolais of Beaujolais Villages gemaakt en van eenderde komen de tien Cru's. Deze Cru's verdienen de aandacht: voor iets meer geld en een beetje meer geduld heeft men een volwassen wijn in huis, die alle kenmerken van Beaujolais heeft (souplesse, intense fruitaroma's), maar meer diepgang en kracht bezit dan Primeur. Deze wijnen worden pas rond april volgend jaar vrijgegeven en een enkele wijn, zoals de krachtige Moulin à Vent, krijgt bij het bekende huis Duboeuf zelfs houtrijping.

Wie Primeur wil, maar niet kan wachten tot medio november, kan al vanaf begin november Vino Novello proeven uit Noord-Italië. En in mei wordt jaarlijks met heel wat minder ophef Primeurwijn aangevoerd uit Australië, dat terecht meende op een alternatief tijdstip een graantje te kunnen meepikken van het kassucces van de Beaujolais. Ook Vin de Pays wijnen, waaraan minder eisen worden gesteld dan aan Appellation Controlée wijnen, mogen eerder met hun Primeur op de markt komen. Licht gekoeld smaakt zo'n wijn, bijvoorbeeld een Vin de Pays de l'Hérault (uit de Languedoc), prima bij eenvoudige, iets vette hapjes, zoals spareribs, grove paté, rillettes of een plankje met ham, salami of andere koude vleessoorten. Ze liggen al vanaf half oktober in de winkel, zodat ze niet worden verpletterd onder het publicitaire geweld van de Beaujolais.