'Voor ons zijn alle verdachten even belangrijk'; Rechter Kirk McDonald nieuwe voorzitter van het VN-tribunaal

De Amerikaanse rechter Gabrielle Kirk McDonald is gisteren gekozen tot nieuwe voorzitter van het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië. Zij wil het tribunaal slagvaardiger maken.

DEN HAAG, 20 NOV. Voor Gabrielle Kirk McDonald zijn alle verdachten gelijk. De voormalige voorvechtster van gelijke behandeling in de Verenigde Staten en een van de eerste zwarte rechters bij een federale rechtbank, is van mening dat het succes van het tribunaal niet afhankelijk is van het politieke gewicht van de verdachten die berecht worden.

“Dat betekent dat het in wezen niet uitmaakt of kleine of grote vissen voorkomen. Veel belangrijker bij dit tribunaal is dat theorie wordt getoetst aan de praktijk. Dat wij, rechters, interpreteren en de jurisprudentie schrijven die nodig is om straks een permanent strafhof voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid op te richten. En belangrijk is ook dat verdachten een eerlijk proces krijgen.”

McDonald, die al ruim vier jaar rechter is bij het tribunaal en de strafkamer voorzat die de Bosnische Serviër Duško TadiEÉc berechtte, was meerdere malen benaderd zich kandidaat te stellen voor het voorzitterschap van het gehele tribunaal. Uiteindelijk kon ze “de groeiende druk” niet weerstaan. “Te veel mensen vroegen me het roer over te nemen”. Gistermorgen werd McDonald (1942) unaniem gekozen. Haar voorganger, de Italiaan Antonio Cassese, was na twee termijnen niet langer verkiesbaar. McDonald is naast de aanklager, de griffier en het hoofd van de administratie de vierde vrouw die de leiding heeft over het tribunaal.

“Ik ben in eerste instantie de baas van de rechters en de rechtsgang”, zegt McDonald. “We overleggen over zaken en procedures, wie wat doet bijvoorbeeld en hoe alles sneller kan verlopen en beter.” McDonald komt op een cruciaal moment voor het tribunaal. Het aantal verdachten dat in een cel op een proces wacht is het afgelopen jaar verdubbeld tot ruim twintig, in de enige rechtszaal dringen de twee lopende processen - tegen drie Bosnische moslims en tegen de Kroatische generaal BlaškiEÉc - om tijd en ruimte. Het proces tegen de Bosnische moslims, die tegelijkertijd worden berecht voor veronderstelde misdaden tegen Bosnische Serviërs in een kamp bij de plaats libici, verloopt uitermate moeizaam door de vele interrupties en tegenwerpingen van de drie advocaten, onder wie enkele Amerikanen. “Ik kijk soms met verbazing naar met name mijn landgenoten”, zegt McDonald, “die bij elk technisch detail stilstaan alsof er een jury is die beïnvloed moet worden. Zij begrijpen maar niet dat bij dit tribunaal alleen de rechters bepalen wat aangenomen wordt of verworpen.”

De trage rechtsgang en het groeiend aantal zaken dat voor moet komen maar door gebrek aan capaciteit in een lange wachtrij staat, is het grootste probleem waarvoor McDonald staat. Met de bouw van een tweede, kleinere rechtszaal - mogelijk geworden door een gift van Groot-Brittannië - zal binnenkort worden begonnen. “Er komt ook nog een grotere - derde - zaal bij”, zegt McDonald.

“Beide zalen zullen volgend jaar klaar zijn. Maar de werkelijke tijdwinst moet worden geboekt in verkorting en wijziging van de procedures. De zaak-TadiEÉc heeft een jaar geduurd, er werden 115 getuigen vaak langdurig verhoord. Sommigen zeiden vier keer hetzelfde in de drie kwartier dat ze gehoord werden. Ik wil daar een einde aan maken. Ik wil ook dat de aanklager selectiever wordt en niet meer een spervuur van bewijzen op de rechters afvuurt in de hoop dat er wel een paar doel zullen treffen”.

McDonald is ook een goodwill-ambassador voor het tribunaal. Ze zal veel op pad moeten de komende jaren om medewerking van staten te krijgen. McDonald denkt daarbij in eerste instantie aan uitbreiding van het aantal landen dat bereid is veroordeelde oorlogsmisdadigers op te nemen om hun straf te laten uitzitten. “Tot nog toe hebben alleen Finland en Italië zich daartoe bereid getoond”, zegt McDonald. Ze zal binnenkort ook een tocht langs de regeringen in voormalig Joegoslavië maken in de hoop ze tot een grotere medewerking met het tribunaal aan te zetten.

In tegenstelling tot haar voorganger is McDonald niet van plan zich te mengen in politieke aspecten van het tribunaal. “Ik heb een groot respect voor de deskundigheid van de leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Ik ga afzonderlijke landen niet vertellen wie ze moeten oppakken. Wij rechters hebben geen mening wie de belangrijkste daders of verantwoordelijken zijn. Ik weet alleen dat iedere berechting relevant is, niet in de laatste plaats voor de slachtoffers van de gruwelijkheden die gebeuren. De wereldgemeenschap moet beslissen wie ze verantwoordelijk acht en die voor de rechter brengt. Wij zitten er in elk geval klaar voor, daarvoor zal ik zorgen.”

Niettemin erkent McDonald dat het JoegoslaviEË-tribunaal op dit moment hulpeloos moet toezien hoe het grootste deel van de verdachten vrij rondloopt, soms onder de ogen van Westerse militairen. “Bij de oprichting van het permanente tribunaal, naar verwachting volgend jaar zomer, moet dit aspect dan ook een minder vrijblijvend karakter hebben. Het permanente hof moet absoluut slagvaardig worden.”